‘Een orkaan?! Je maakt een grapje!’

Vriendlief is nogal van het overdrijven en de sterke verhalen. En inderdaad niet een orkaan komt over Skye heen, maar wel de nasleep daarvan. En dat betekent veel wind en een hoop regen. Oftewel in goed Nederlands: hondenweer. Daar gaat mijn weer window. Het zou in die elf dagen precies drie dagen relatief mooi weer zijn: twee zonuren per dag en 40% kans op neerslag. Voor Schotse begrippen mooi weer. Planning was om over de bergkam van het Trottenish gebergte van het Noordelijkste puntje van Skye naar de hoofdstad Portree te lopen. Maar het restje orkaan gooide roet in het eten.

Tijd voor plan B.

Dag 6: Dunvegun

Waar ik nu dan toch weer terecht ben gekomen. Terug naar de basis is wat ik wilde met mijn tent op het Trottenish gebergte, maar dit komt ook wel in de buurt daarvan. Ik heb een kamer in Dunvegun en primitiever kan het niet. De ‘supermarkt’ uit het dorp bestaat uit een grote diepvrieskist met – hoe verrassend – magnetronmaaltijden en een kast met blikvoer. De kamer waar ik verblijf heeft geen tv en geen internet en stinkt vreselijk. Wel is het een room met een view en wat voor één.

Morgen wordt een rustdag. Ik ben zo vreselijk moe. Vandaag ben ik op de berg in slaap gevallen. Wel nadat ik eerst was gaan liggen. Morgen komt de storm aan land dus moest ik vandaag de Quirang bewandelen en de Prisoner beklimmen. Na vier uur rondgelopen te hebben besloot ik even te gaan liggen en zijn de oogjes dichtgevallen.

Op weg naar mijn nieuwe onderkomen heb ik een lifter meegenomen. Ik hoorde direct de stem van Vriendlief: ‘Ben je helemaal gek geworden! Je hebt een huurauto, je mag geen lifter mee nemen!’ Maar het was een onschuldig Frans meisje. Een stinkende backpacker met dreadlocks had ik laten staan (die kwam ik drie dagen later tegen). We hebben gezellig gebabbeld en ik heb haar afgezet in de hoofdstad.

"Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek."

Dag 7 : nog steeds Dunvegun

Zoveel te zien en zo weinig tijd. Compleet oververmoeid. Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek. En overal waar ik kwam ging het door me heen: ik had op dit schiereiland of deze landtong een kamer moeten huren. Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial. Overal waar ik ben denk ik: had ik niet beter… en vul het maar in. Fomo (fear of missing out) heb ik al jaren geleden uitgevonden, nog voor het een begrip én een hype werd. En dankzij mijn hardnekkig fomo en daaruit voorkomende keuzestress kom ik nooit, maar dan écht nooit, uitgerust terug van een reis, alleen maar gestrester en in de wetenschap dat ik meer dingen níet gezien heb dan wél.

Aangezien ik de geplande rustdag toch al overboord heb gegooid kan ik net zo goed meer van het eiland gaan bekijken en zo kom ik bij het sprookjesachtige Neist Point: een verlaten vuurtoren. Hier zou ik wel een tijdje willen wonen. Wat ik overigens niet zou aanraden zijn de troosteloze Fairy Pools. Wat een kapot gelopen en smerige bende is dat zeg, de naam fairy kan het troosteloze gebeuren niet redden.

Maar niet alleen ik ben onrustig, er hangt hier iets in de lucht, naast de storm die woedt en de huizen en het landschap laat kraken. In de supermarkt, het tankstation, het café en op de radio hoor je ze smoezen, er hangt een geagiteerde sfeer, een negatieve lading. De Schotten zijn teleurgesteld en boos op de Engelsen. Tijdens mijn verblijf in Schotland stemde de EU in met de Brexit.

"Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial."

Dag 8 Talisker Bay

Bam! Weer word ik door de wind omver geblazen. Ik ben op het zwarte strand van Talisker Bay. De storm is in volle gang. De zee buldert, de wind beukt. Maar ik geniet. Bij storm moet je aan zee zijn. Niet erop. Het primitieve bevalt me wel hier in het westen van Skye en even speel ik met de gedachten om de ferry naar de Outer Hebrides te nemen, maar als ik de zee zo zie razen bedenk ik me. Morgen vertrek ik naar het binnenland en ga nog noordelijker. Of dat verstandig is, aangezien ik over drie dagen het vliegtuig moet pakken, waarschijnlijk niet.

Dag 9 Knockan Crag

Deze ochtend ben ik bij het nationale park Knockan Crag geweest. Compleet verlaten, maar wat verbaasde me: het toiletgebouw was open en ook de computers in het infocentrum buiten flikkerde aan toen ik er op tikte. Een post-apocalyptische ervaring. Ik leerde over de ontstaansgeschiedenis van Schotland. En dat Schotland en Engeland twee aardschollen zijn die toevallig tegen elkaar gebotst zijn en dat ze echt andere roots hebben zowel in steen als volk. De trotse Schotten stammen af van de Vikingen. De Engelsen stammen af van… geen idee waar de Engelsen vandaan komen. Of naartoe op weg zijn…

Deze manier van reizen: rondrijden, wandelen en telkens ergens anders slapen is voor mij een eerste keer. Ik voel me vaak schuldig, dat ik binnen slaap en niet de kou en wind ontbeer van buiten. Ja, overdag ben ik buiten, maar dat telt niet. Dat wat ik doe nep is. Misschien komt het wel omdat ik van te voren niet goed genoeg heb nagedacht wat ik zou gaan doen. Een beetje vaag in mijn hoofd had ik rondrijden en mooie plekjes spotten en wel zien waar ik terecht kom. Dat was de droom, nu sta ik bij iedere kruising te twijfelen: welke kant ik op moet, wat ik wil zien. En ervaar ik dus die verdomde fomo en keuzestress. Keuzestress in the middle of nowhere van Schotland. Ik zei het je al, een echte millenial.

"De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je."

Bij de ruïne van Ardvreck Castle begint het te hagelen. Wanneer ik de auto in vlucht hoor ik op de radio het liedje O Children uit Harry Potter. Ook dat nog. De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je. Het kruipt onder je huid. Ik ga straks in Ullapool de kachel aansteken, in een hoekje kruipen en een jankfilm opzetten. Misschien wel Harry.

Dag 11 van Inverness naar Edinburgh

Paniek! Ik moet het vliegtuig halen. Met 80 mijl per uur race ik over de wegen, hier en daar glij ik vervaarlijk door de bocht en moet ik auto’s ontwijken. Ik rijd over de mooiste weg van heel Schotland, de A82 door de Glen Coe vallei. Alleen in de verkeerde richting! De Three Sisters heb ik net achter me gelaten.

Op de weg heerst complete chaos. De Schotten zijn helemaal gek geworden, overal stoppen mensen, hun auto’s half in de veenmoerassen geparkeerd of gewoon midden op de weg. Na de storm, die een week duurde, heeft de hemel zich geopend en de hele Glen Coe vallei kleurt goud. Het is windstil en de lochs weerspiegelen de fluwelen bergen met de witte toppen. Het is spectaculair.

Tranen springen in mijn ogen van schoonheid, maar bovenal van pure frustratie. Ik heb nog drie en half uur om mijn vliegtuig te halen en volgens mijn navigatie heb ik ook precies drie en half uur nodig om het vliegveld te bereiken. Ik trap het gaspedaal nog dieper in. Ik heb tijd in te halen. Maar daarom huil ik niet. Het enige wat ik voel is spijt. Spijt dat ik niet de tijd heb genomen om Glen Coe te bekijken, spijt dat ik niet naar Fort William ben geweest, spijt dat ik vergeten ben dat het hier zo ongelooflijk mooi is. Mijn fomo wordt bevestigd. Dít is by far het mooiste stuk Schotland. Ik heb nog iets om voor terug te komen.

Lees ook Stilte voor de storm – deel 1