‘Turn left at the field with the sheeps.’

Ik heb zin om heel hard te schreeuwen tegen deze vrouw. Waarschijnlijk doe ik dat ook al. Het is steekdonker. Ik kan toch niet zien wat er in de wei rondloopt! En daarbij, om ieder veld staan van die schotse muurtjes die je het zicht ontnemen. Met één hand aan het stuur en met de andere hand de telefoon aan mijn oor klemmend rijd ik om acht uur ’s avonds in blinde paniek over de single tracks. ‘Do you see the white house?’ Wat een aanwijzing, ik ben in Schotland: alle huizen zijn hier wit. Maar wacht, daar in de verte, een eind van de weg tussen de bomen zie ik een wit huis. ‘Yes, yes, I see it!’ roep ik opgetogen uit. Ik heb het gevonden! De stem aan de telefoon vertelt me echter iets anders: ‘Then you have driven too far, turn and try again.’ Aaah…

Dag 1: Dunkeld

Wanneer ik de volgende dag ontwaak op de schapenboerderij en mijn gordijnen open, zie ik ze staan: Haggis op pootjes. Na nog twee pogingen is het gisteravond gelukt om het karrespoor te vinden en heb ik de schapenboerderij bereikt. Nu kan mijn vakantie echt beginnen. Veertien heerlijke dagen… Wacht veertien, hoezo veertien? Ik pak mijn telefoon erbij en tel de dagen tot ik weer terug moet. Het zijn er maar elf. Oké, elf heerlijke dagen liggen voor me waarin ik kan doen wat ik wil en zelf kan bepalen waar ik naar toe ga.

Een uur later…

Ik sta op een kruising nat te regenen. Ga ik linksaf het dorp in of rechtsaf de heuvel op? Links of rechts. Links. Rechts. Ik sta te dralen. Een vrouw met drie hondjes loopt langs me. Of ik de weg kwijt ben vraagt ze. Nee, ik heb last van keuzestress. Maar dat zeg ik niet. Wat is een mooie route? vraag ik haar. De heuvel op. Dat dacht ik al. Dus loop ik met haar en de drie hondjes de heuvel op. Onderwijl vertelt ze me alles over de omgeving en waar je de beste uitzichten kunt vinden. Ze is een geschenk uit de hemel.

"Ik heb het gevonden! De stem aan de telefoon vertelt me echter iets anders."

Dag 2: nog steeds Dunkeld

Paniek! Over een uur moet ik het huisje uit en ik heb nog geen slaapplaats voor vanavond. Gisteravond heb ik AirBnB op mijn telefoon geïnstalleerd en dat zou het antwoord op mijn slaapplaatsen probleem moeten zijn. De keus bleek beperkt, want de meeste slaapplaatsen moet je dagen, zo niet weken van te voren boeken. Plus, ik wist (en weet nog steeds) niet waar ik naar toe wil, dus heb ik eindeloos gescrold, tot ik dacht: laat maar, ik doe het morgen wel. Maar die paar opties van gisteravond waren natuurlijk geen optie meer deze ochtend.

Met de deadline van 5 minuten in zicht ram ik op de plaats Nethy Bridge, kamers boven een pub. Het moet maar.

Dag 3: Nethy Bridge

Ik heb kaarten gedownload van het gebied de Cairn Gorms en gisteravond op mijn kamer een berg uitgezocht. De hoogste uiteraard. Die ga ik beklimmen. In mijn berggids staat met koeienletters: ‘afgeraden wordt in de herfst en winter deze berg te beklimmen, speciale klimuitrusting is vereist’. Dat zal zo’n vaart niet lopen, denk ik. Als ik de parkeerplaats op rijd zie ik net een hele groep wandelaars vertrekken. Nou ja wandelaars, zeg maar gerust bergbeklimmers, touwen, helmen, de hele rataplan sjouwen ze op hun rug mee. De twijfel slaat toe. Maar die is van korte duur, want de teleurstelling neemt het over. De berg die ik wilde beklimmen, of ik moet zeggen op wandelen, is afgesloten wegens een puinlawine. Ik word gedwongen een andere route te nemen waarbij ik door de Chalamain Gap moet, een puingoot. Een waar klim- en klauterparadijs voor de geoefende klimmer, maar wanneer ik me een weg door het puin probeer te zoeken met rotsen zo groot als ijskasten, komt een dikke mist opzetten en begint het te regenen en niet veel later te sneeuwen. Alles wordt spekglad. In mijn maag ontstaat een knoop. Ik voel angst. Stel je niet aan Floor, doorzetten anders bereik je nooit de top. Maar bij de gedachte dat ik ook weer terug door deze puingoot moet breekt het angstzweet me uit. Zwaar teleurgesteld en mezelf vervloekend om deze ‘verloren’ dag loop ik terug naar de auto.

"Ik voel angst. Stel je niet aan Floor, doorzetten anders bereik je nooit de top."

Anderhalf uur later….

Het is twee uur in de middag. Ik heb nog twee uur tijd te doden voor de zon ondergaat en ik naar binnen mag. Ja mag. Aangezien het hier maar krap zeven uur licht is per dag heb ik met mezelf afgesproken dat ik alle zeven uur van de dag ook buiten ben. Ik bedoel ik slaap al niet eens buiten, dan moet ik op zijn minst overdags buiten zijn. Ja, ik ben streng voor mezelf.

Pas als ik er voorbij ben gereden registeren mijn hersenen het bord: Loch Garten. Ik zet de auto in de achteruit en neem de afslag. In het bos staan een paar andere auto’s geparkeerd. Duidelijk een local plek. Zonder al te hoge verwachtingen loop ik naar het Loch. En ik val stil. Een zilveren spiegel strekt zich voor mij uit. De bomen, bergen en wolken worden perfect weerspiegelt in het water. Ik ben in een sprookje beland. Ik begin te wandelen. De oever is sompig: veen. Het zal eens niet. De wortels van de bomen groeien niet in de grond maar strekken zich als een netwerk boven de grond uit. Heel stevig staat dat niet en vele zijn al omgevallen. Her en der liggen met mos begroeide rotsen tussen de vele schakering groen van het bos. Met een beetje fantasie zijn het trollen.

Het uitzicht verandert continue, het een nog mooier dan het ander. Ik houd stil bij een uitzicht over een eiland dat perfect weerspiegeld wordt in het water. En daar daalt het besef in. Ik wil niet in de bergen zijn. Ze zijn unheimisch. Onheilspellend. Ik wil naar het water. Ik ga naar de kust. Daar neem ik een huisje voor een week en ga ik schrijven, fotograferen en wandelen. O en natuurlijk lezen. Want een boek heb ik tot nu toch nog niet aangeraakt. Op dat moment was het inzicht zo waardevol dat ik het zelfs heb opgenomen. Het besef stond als een huis, ik ga geen roadtrip maken, ik ga voor rust.

Wanneer de zon begint te zakken krijg ik een brok in mijn keel. Ik kijk niet langer meer naar een landschap, maar naar een levend kunstwerk. Een vol uur duurt het voor de zon volledig onder is en in de tussentijd word ik getrakteerd op het mooiste schouwspel dat ik ooit heb gezien. Bergen verdwijnen en verschijnen, stenen lijken te gaan zweven, de grens tussen water en lucht vervaagt en de zon speelt met het licht. Daar – met verkleumde handen van het fotograferen – ervaar ik het: puur geluk. Hiervoor ben ik naar Schotland gekomen.

Met het ondergaan van de zon verdween ook het inzicht. In plaats van te verstillen, voerde ik het tempo op. Zo veel te zien en zo weinig tijd. Eén wandeling op de dag was niet langer genoeg, het werden er twee, vaak zelfs drie. Storm, wind, regen, vrieskou. Ik trotseerde het allemaal. Ik scheurde in mijn huurauto over de single tracks, propte ’s ochtends het ontbijt naar binnen en sloeg lunch over. Ik ging slechter slapen en in plaats van mezelf rust te geven, zette ik iedere dag de wekker eerder om te kunnen lezen. Er woedde een storm in mij. En niet alleen in mij. De komende dagen zou Schotland geteisterd worden door een storm.

Wordt vervolgd…