De eerste zweetdruppels parelen al over de gespannen koppies naar beneden.

Achter de indrukwekkende skyline van Rotterdam piept de zon tevoorschijn en zodra hij mijn huid raakt weet ik: dit gaat een warme dag worden.

De spanning in het startvak is duidelijk voelbaar. Het is stil. Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht. Vaseline wordt doorgegeven, nog wat water gedronken, veters gestrikt. De tijd gaat traag en stroperig voorbij. Om vijf over tien klinkt eindelijk het startschot voor het eerste vak. Na 20 oneindig lange minuten mogen ook wij starten.

Ik voel kriebels in mijn buik als ik de befaamde Zwaan oploop. Er wordt gejuicht en geschreeuwd alsof we er al een marathon op hebben zitten. Maar we zijn slechts begonnen.

Na anderhalve kilometer laten we de drukte achter ons en word ik geconfronteerd met de werkelijkheid. Eindeloze lange en vooral saaie asfaltwegen met een handjevol mensen aan de kant. Geen muziek, geen aanmoediging. Onder de lopers heerst gespannen stilte. Tijd voor muziek en ik doe mijn oortjes in.

5 kilometer. Ik moet plassen. En niet zo’n beetje ook. We hebben ruim 50 minuten in het startvak gestaan, heel veel water gedronken en dat moet er nu uit. Maar waar blijft die wc? Ze zouden er toch om de paar kilometer staan? En inderdaad, terwijl ik op zoek was naar witte bordjes met WC erop staan er her en der langs het parcours dixies.

10 kilometer. Tweede waterpost, de eerste ben ik voorbij gelopen, maar ik voel nu dat dat niet verstandig is, want hoewel ik een camelbak om heb ga ik er snel door heen. Te snel. Net als mijn looptempo. Ook te snel. Ik wil niet stoppen, dat is namelijk later in de race killing voor je benen en nog erger mentaal. Dus ik moet mezelf een tactiek aanleren om al rennend water te drinken en over me heen te gooien om te koelen. Aangezien ik een pet en zonnebril op heb is water op je hoofd krijgen een gedoe en de zonnebril vliegt door de lucht. Door de wirwar van benen krijg ik hem niet te pakken. Gelukkig is er een loper die hem voor mij opraapt. De bril is bekrast en de wereld heeft horizontale strepen gekregen.

Marathon Rotterdam Floor Startvak

"Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht."

15 kilometer. We zijn weer bij een waterpost aanbeland.

Inmiddels heeft iedereen het systeem door van voorsorteren naar juiste kant van het parcours en drinken pakken, behalve deze vrouw. Ik steek mijn hand uit om een beker water van een vrijwilliger te pakken en krijg een ellenboog in mijn rug, waarna ze vol tegen mijn arm aanloopt, ze een kreet slaakt en met lege handen de waterpost voorbij rent. Het liefst zou ik nu een sprintje trekken om haar vol tegen de grond te hoeken. De warmte doet wat met een mens. Nu al. Ik heb totaal geen zin in ruzie bij waterposten.

21kilometer. Half way. Nu gaat het beginnen. Het rechter bovenbeen begin ik al te voelen, shit nu al.

25 kilometer. Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me. Het doet er niet toe wie je bent, wat voor werk je doet, hoe je eruit ziet, waar je vandaag komt of welk merk kleding je draagt, iedereen ondergaat nu hetzelfde. We lopen niet tegen elkaar, we lopen tegen onszelf. Er zijn geen woorden nodig om deze onderlinge verbondenheid te voelen.

27 kilometer. Terug op de Erasmusbrug. Ik ben net ingehaald door de pacers met finishtijd 4:10. Tot kilometer 25 had ik de stiekeme hoop dat ik in 4:10 zou kunnen finishen. Het was de overmoed die sprak, want ik had mezelf maar één doel gesteld en dat was finishen, heel en in één stuk. Ik probeer een tandje bij te zetten, maar het asfalt plakt als kauwgom aan mijn zolen, de helling van de brug is te groot. Laat gaan Floor, spreek ik mezelf vermanend toe. Het echte werk moet nog beginnen.

30 kilometer. Nu pas! Nee, dit is onmogelijk! Nog 12 kilometer, hoe dan?

"Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me."

Marathon Rotterdam rennen Floor

32 kilometer. Welkom in de hel.

We lopen door het Kralingse Bos. Hier ben ik voor gewaarschuwd. Nauwelijks toeschouwers, geen muziek. Alleen verzengende hitte en lopers die de moed opgeven, ze gaan wandelen. Stilstaan. Zitten. Liggen.

33 kilometer. Ik ben nog steeds in de hel. Mijn benen zijn op en mentaal begin ik in te storten. Ik troost mezelf met de gedachte: hier heb je voor getraind. Laat de emoties maar als golven over je heen komen. De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen.

35 kilometer. De hel is een oneindige diepe put. Overal om me heen zijn mensen gaan wandelen. Sommige lopers heftig hun hoofd nee-schuddend. Anderen zuchtend en hardop vloekend. Ik ren door. Ik mag alleen stoppen als ik moet overgeven. Geen excuses, blijven rennen.

37 kilometer. De bodem is nog niet bereikt. De golven aan emoties hebben plaats gemaakt voor golven van misselijkheid. Bij de drinkpost spoel ik mijn mond met water en sportdrank. Drinken kan ik niet meer verdragen, eten al een aantal kilometers geleden niet meer. Boerend van de misselijkheid ren ik door. Blijven rennen.

38 kilometer. Nog een klein half uur rennen, als ik het tempo opvoer naar 6 minuut per kilometer dan is het nog 24 minuten. No way, dat ik nog langer dan 24 minuten ga rennen. Dat is de max, langer kan ik niet. Dus tandje erbij Floor. Hoe sneller je rent, hoe sneller de hel voorbij is.

39 kilometer. Waar blijft die 40?

40 kilometer. Nog 12 minuten. Dan eindigt deze hel.

Nog 1000 meter staat er op de grond. Oké, blik van de grond halen. Kom uit die tunnel. Kijk om je heen, probeer te genieten. Dit is je moment. De laatste 1000 meter naar de finish. Glimlach. Geniet. En blijf rennen.

Nog 250 meter. Ik loop de Coolsingel op. Dit. Is. Het. Waar is de muziek? Waarom juichen de mensen niet? Ik steek mijn armen in de lucht en roep héééééhh! Een paar mensen kijken verschrikt op. Anderen kijken me aan alsof ik achterlijk ben. Een enkeling klapt.

marathon Rotterdam Floor Finish

"De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen."

42,195 kilometer. Blieb blieb, zegt het trackingsysteem.

4:21:37 geeft de klok aan. Ik kan eindelijk stoppen met rennen. Alles blokkeert. Ik kan bijna geen stap meer zetten. De adrenaline is op en de teleurstelling overvalt me. Ik had na deze mythische tocht minstens een heroïsche finish verwacht. Ik had verwacht vol emoties jankend en snotterend onder hysterisch applaus en een confetti-regen over de finish te komen. Maar niets van dat alles.

Waar blijven ze met die medaille, gaat het door me heen. Of met dat gouden isolatiefolie? Waar staat Aboutaleb? Waar is iedereen om mij te ontvangen als held? Ik kijk om me heen. Zucht eens diep. Dan doe ik maar wat ik de afgelopen 42km ook heb gedaan: lopen. En na eeuwige meters staan daar wat puisterige jongens met medailles. De jongen wil hem bij mij omhangen, maar ik gris de medaille uit zijn handen. Daarna volgen appels en bananen. Rot op, met je appels, ik heb net 4000 calorieën verbrand. In de tas van Vriendlief zit chocolademelk en een punt cheesecake! Daarover gesproken. Waar is Vriendlief? Goddomme. Ik heb hem bij de finish niet gezien. Na wat gebel en geapp blijkt dat hij 250 meter verderop staat en inderdaad mijn finish gemist heeft.

Ik heb zeker een uur nodig om mijn irritatie en misselijkheid te laten zakken. Vloekend en boerend loop ik door de drukte op zoek naar een plek waar ik kan zitten. Ik wijt het maar aan een lage bloedsuikerspiegel. Na een uur heb ik mezelf bijeen geraapt en kan ik eindelijk een terrasje op strompelen. En daar drink ik samen met Vriendlief een van de lekkerste biertjes die ik ooit geproefd heb.

The day after

Als ik mijn ogen open doe weet ik het zeker: ik heb geen marathon gelopen, maar ben de overlevende van een verkeersongeluk. Er zijn minstens drie vrachtwagens over me heen gereden. Alles doet pijn. Mijn benen, mijn kapotte tenen, mijn nek en schouders, mijn buik. Wanneer ik mezelf uit bed hijs komt de misselijkheid weer in golven omhoog. Ik strompel naar de badkamer. In de spiegel bekijk ik mezelf. Ik voel trots. Ik ben trots op mijn lichaam. Trots dat het zo sterk is. Dat het me zo ver gebracht heeft. Ik geloof dat ik die dag ondanks de spierpijn toch wat rechterop loop.

Toen ik de ochtend daarop voor de spiegel ging staan, zag ik mezelf weer ongefilterd en hekelde ik alle imperfecties. De marathon leek alweer zo ver achter me te liggen. Een verontrustende gedachte ging door me heen: Had ik écht wel alles gegeven? Of zou ik nog dieper kunnen gaan?

Om daar achter te komen heb ik me ingeschreven voor een nieuwe marathon. De marathon van Valencia. Watch me, I’m just starting…

Running Challenge

Ook zin gekregen in een stukje rennen? Op 1 mei start de Running Challenge: 1 Maand, 1 Team, samen 1000KM! Pak die hardloopschoenen uit de kast en geef je op.