Verdomme, waar blijft de veerpont nu.

Het is zaterdagochtend 7:07 uur en gefrustreerd sta ik aan de oever van de Maas. Aan de overkant zie ik België liggen. Maar de pont vaart niet. Luie Limburgers, denk ik bij mezelf. De hele week varen de pontjes al om half zeven en nu… Maar, natuurlijk het is weekend.

Stom. Tijd voor plan B: op zoek naar een brug. Ik pak Google Maps erbij en zie 10 km naar het zuiden een brug liggen. Echter heb ik geen idee of dit een snelweg is of een brug waar ik als fietser over heen kan, maar het is een brug die me leidt naar mijn doel en eindbestemming België.

Aangekomen bij de brug blijkt het een 100km tweebaansweg te zijn zonder fietspad. Er is nauwelijks verkeer dus ik waag het erop. In die paar honderd meter die de brug lang is blaas ik mezelf volledig op. Niet alleen omdat de weg omhoog gaat, maar vooral omdat ik zo snel mogelijk aan de overkant wil komen. Eenmaal aan de overkant verlaat ik bij de eerste afslag direct de weg, pak mijn telefoon erbij om te kijken waar ik nu naar toe moet, maar ik heb geen bereik. Ja hoor, ik ben in België en heb direct geen bereik. Wat nu? Ik heb geen kaart bij me. Ik zie ook nergens bordjes om me heen. Dit is de voorbereiding van Floor in optima forma. Ik bedenk iets, maar denk nooit twee stappen vooruit. Maar hé, nu kan het avontuur pas echt beginnen!

"Er is nauwelijks verkeer dus ik waag het erop. In die paar honderd meter die de brug lang is blaas ik mezelf volledig op."

Dag 1: Venlo

De hele nacht geen oog dichtgedaan, zenuwachtig als een klein kind ben ik. Vandaag gaat het gebeuren. Ik start aan mijn 380 km lange tocht van Rheden naar Dinant. Drie dagen zal ik er over doen, wat neer komt op een afstand van 125 km per dag. Snel nog alles inpakken en op de fiets springen. Om 9 uur zit alles op de fiets en wil ik hem van de standaard afhalen, maar er zit geen beweging in. Wat is dit nou? Is de standaard kapot? Na een paar pogingen lukt het, de fiets is gewoon topzwaar.

Nog een foto, een kus en dan vertrek ik. Ik ben de straat nog niet uit of ik merk al hoe ik aan het hijgen ben. Het is warm en de fiets is zwaar. Had ik maar geoefend, verzucht ik, maar daar is het nu te laat voor. In het centrum van Arnhem vind ik het begin van de Maasroute die mij in 250km naar Maastricht zal brengen. Ik steek de Nelson Mandelabrug over en passeer daarna John Frostbrug terug naar het noorden. Even schiet het door mijn hoofd om terug te gaan, want dit is wel erg zwaar. Maar nee ik wilde een fietstocht, dan ga je die krijgen ook.

De eerste dag is zwaar en gaat langzaam. Iedere minuut die ik op de fiets zit voel ik en na twee uur fietsen ben ik zwaar oververhit en kapot. Ik plof neer op een terras en kan alleen maar apathisch voor me uit staren. Dit wordt een hele lange dag.

Afstand: 147 km

"Even schiet het door mijn hoofd om terug te gaan, want dit is wel erg zwaar. Maar nee ik wilde een fietstocht, dan ga je die krijgen ook."

Dag 2: Maastricht

Dacht ik dat de eerste dag zwaar was, de tweede dag is nog veel zwaarder. Gek hoe snel je al je grenzen verlegd. De hele dag heb ik forse tegenwind en gigantische zadelpijn. Vandaag staat Maastricht op de planning. Waar de tocht me gisteren nog door bossen, heidevelden en pittoreske dorpjes voerde staat vandaag vooral de Zuid-Limburgse industrie centraal. Degene die deze route heeft uitgezet moet wel een gigantische hekel aan Limburg hebben. Kan me niet voorstellen dat er geen mooiere plekken te bedenken zijn.

Zwoegend en vloekend ploeter ik door dit inspiratieloze landschap. Wat me opvalt is dat het hier uitgestorven is. Ik ben nog geen andere fietser tegengekomen, evenmin als een caféetje. En vooral dat laatste begint nu nijpend te worden, want anderhalf uur geleden heb ik mijn bidons leeg gedronken. En ik drink veel, bijna een liter per uur.

Om half twaalf vind ik eindelijk een cafeetje in een vestigingsstadje. Er wordt al volop bier gedronken. Ik drink een liter water, een koffie en weer een liter water. Op mijn volgende trip moet ik echt zouttabletten nemen, ik hou nauwelijks vocht vast. De eerste dag heb ik maar liefst 8 liter water gedronken naast de koffie, icetea en chocomelk en toen ik ’s avonds op de camping kwam heb ik nog een anderhalf liter water gedronken. Ik geloof niet dat zulke hoeveelheden gezond zijn.

Om half vier bereik ik onder een donkere lucht Maastricht. Ik trakteer mezelf op een Limburgse rijstevlaai met zout. Ze stonden wel een beetje raar te kijken toen ik om een zoutvaatje vroeg bij mijn taart. Maar ja je moet wat, de zoute dropjes en zoute crackers zijn bij lange na niet voldoende.

Om half zes plof ik neer op de zuidelijkste camping van Nederland. Maar niet na eerst een halve zenuwinzinking te hebben gekregen omdat er met koeienletters ‘camping is vol’ bij de ingang stond. Met lood in mijn schoenen liep ik naar de receptie. En godzijdank hadden ze voor mijn ieniemienie tent nog een plekje.

Afstand: 123 km

"Fietspaden kennen ze in België niet, tenminste de eerste vier uur zie ik er geen."

Dag 3: Dinant

Er komt een brommertje aangereden. Hij steek de 100 km weg over en slaat rechtsaf een zandweggetje in. Ik twijfel geen seconde, stap op mijn fiets en rijd hem achterna. Op een brommer rij je niet voor de lol op zandweggetjes is mijn redenering. Of het is een sluiproute naar een weg óf ik kom uit op iemands erf. Het blijkt gelukkig het eerste te zijn.

Fietspaden kennen ze in België niet, tenminste de eerste vier uur zie ik er geen. Dus rij ik over de N-weg naar Luik. Er wordt niet vreemd opgekeken en ook niet getoeterd dus het zal wel goed zijn. Alhoewel ik me niet altijd even veilig voel als ze met 90 km/u langs komen gestoven. Ik ben mijn fietshelm vergeten, maar betwijfel of het zou helpen als ik word aangereden.

Na Luik wordt de situatie wat penibel en verandert de N-weg in een driebaansweg waar zeer 100 km/u en harder wordt gereden. Een vluchtstrook ontbreekt, waardoor vrachtwagens en auto’s niet kunnen uitwijken en rakelings langs me rijden. Oké, dit is niet leuk meer. Ik ga steeds harder en harder fietsen, maar dit houd ik natuurlijk niet lang vol. We rijden langs een dorpje en ik zie daar een parallelweg liggen. Bij het tankstation verlaat ik de weg, sleep mijn fiets door het gras naar de weg erachter. In het dorp plof neer op een terras en kan mijn hartslag even zakken.

De rest van de dag wissel ik parallelwegen door dorpen en de N-weg met elkaar af. In de middag stuit ik zowaar op de Véloroute de la Meuse. Het officiële fietspad langs de Maas. Al te best is dit fietspad niet. Vele kilometers lang liggen er kinderkopjes, zand of gravel. Dit is geen fietsen meer, dit is hobbelen. Dan toch maar de drukke weg.

Om half vier trap ik de laatste kilometers weg. De weg maakt een bocht en daar ligt het: mijn eindbestemming Dinant. Wat een tocht. Loodzwaar, maar prachtig. En verslavend. In augustus ga ik terug naar Dinant en fiets dan de resterende 500 km naar Langres, waar de Maas ontspringt.

Maar nu trakteer ik mezelf eerst op een heerlijk ijskoud Belgisch biertje!

Afstand: 127 km