Zwaar weggedoken onder dikke plaids en met kussens in onze rug zitten we op de plastic stoelen voor onze hut.

Onze gezichten koesterend naar de zon gericht. Drie vrouwen en een hond. Het toeval heeft ons bij elkaar gebracht en zo zitten we samen op 21 juni bij de onbemande berghut Ryphusan op de Dovrefjell in Noorwegen. Drie vrouwen, drie generaties en met totaal verschillende achtergronden en redenen besloten we het Olavspad te lopen. Eén ding was duidelijk op deze langste dag van het jaar. We hadden het mooiste achter ons liggen.

Een flinke wolk schuift voor de zon en een huivering trekt door ons heen. Het is onze vierde nacht samen. We zijn aan elkaar gehecht geraakt, weten van elkaars onhebbelijkheden en wanneer we elkaar de ruimte moeten geven. We kunnen samen stilzwijgend genieten, de oren van de kop kletsen en voor elkaar zorgen. Terwijl de één met de hond speelt, de ander van het uitzicht geniet en ondergetekende schrijft, bedenk ik hoe bijzonder dit moment is. Drie vrouwen, door het toeval bij elkaar gebracht en allen met een eigen innerlijke wereld en bijbehorende vraagstukken. Wat gaat er door ze heen? Waarom zijn we aan deze tocht begonnen?

Voor mij was het een diep verlangen naar een lichter leven. Leven met de dag. Zonder zorgen. Maar vooral wilde ik antwoord op de vraag: kan ik mezelf committeren aan één doel. Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit? Kan ik een maand lang alleen zijn? Kan ik obstakels overwinnen?

"Kan ik mezelf committeren aan één doel? Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit?"

Al snel kwam ik erachter dat alleen zijn helemaal niet zo spannend is.

In mijn heerlijke eentje kon ik de eerste dag op het Olavspad spelen als een klein kind. Het pad lag voor me en ik voelde me in mijn eerste hut als een ontdekkingsreiziger. Ongebreidelde nieuwsgierigheid en verkenningsdrang. Ik heb gelachen om mezelf en mijn stupiditeiten. Maar dat verdween snel. Van avontuur op het Olavspad bleek weinig sprake te zijn, het werd vooral een les in afzien. Heel veel en heel hard afzien.

Deze tocht drukte het kind in mij weg. Dat deed ik voor een deel zelf door achterlijke lange dagen te lopen. Waarom ik dat deed? Ik had de drie rustdagen ook kunnen gebruiken voor een kortere dagafstanden, maar nog fijner dan onderweg zijn vind ik arriveren. Arriveren was het hoogtepunt van de dag. Tent neer prikken, koffie zetten en boek openslaan. Verdwijnen in mijn droomwereld. Een wereld waarin mensen op expeditie zijn en afzien. Mensen die de Siberische kou trotseren, met gevaar voor eigen leven de Mount Everest beklimmen of bijna sterven door uitdroging in de woestijn. Daar putte ik troost uit. En dus was het mij waard om dagen van 30 tot 35 kilometer te maken.

(Binnenkort is de boekenlijst terug te vinden op de site. Daar wordt aan gewerkt!)

Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken. Ik wist dat er snel een rustdag zou volgen. Een dag om te lummelen, mijmeren, schrijven en lezen. Een dag om alles te verwerken. Maar niet alleen om de rustdagen te kunnen hebben moest ik doorlopen, ook de tijd hijgde in mijn nek. 33 etappes staan er voor het voltooien van het Olavspad. Ik liep hem in 24 etappes. Dat gegeven vervult mij met trots. De sportvrouw in mij kwam naar boven of misschien moet ik zeggen de bewijsdrang. Voor mij was het vooral een prestatie in plaats van een reis.

"Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken."

De wereld is wat mijn geest ervan maakt.

Na vier bijna slapeloze nachten en heel veel regen was dat beeld niet meer zo rooskleurig. Het kind in mij en de mogelijkheid om het Olavspad als een avontuur te beschouwen verdwenen. Ik stopte met zoeken naar wildkampeerplaatsen, die er in de bewoonde wereld ook nauwelijks waren. Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden. En omdat ik me daar op instelde, werd het waarschijnlijk ook een hel.

De dagen 4 tot en met 17 verliepen in een roes. Het was en zou een ellendige tocht blijven. Ik had me erbij neergelegd. Maar mentaal zou ik afharden. En fysiek trouwens ook. Dankzij de regen en plassen waar ik doorheen moest lopen ontstonden er iedere dag nieuwe blaren, op nieuwe plaatsen en nieuwe over oude. Mijn rug en schouders deden zo ontzettend veel pijn dat ik iedere drie uur mezelf verdoofde met ibuprofen. Mijn hersenen verdoofde ik door denkbeeldige gesprekken met mensen te voeren, naar luisterboeken te luisteren of gewoon domweg te tellen. Tot vier, tot tien of tot honderd als ik het kon opbrengen.

Van mooie natuur was nauwelijks sprake, enkel geestdodend asfalt. Ik had nauwelijks contact met mensen. Misschien kwam het door mijn gesloten houding of dat de Noren nu eenmaal niet spraakzaam zijn. Hoe blij was ik toen ik op dag 14 door een vriendelijk Nederlands stel werd uitgenodigd in hun camper voor een glas rode wijn en een praatje. Ik voelde me langzaam weer mens worden.

"Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden."

Op dag 17 bereikte ik na een 30 kilometer lange tocht vloekend en tierend de Dovrefjell.

Eerlijk gezegd viel het tegen. Dit zou het mooiste van de tocht moeten worden. Maar wat mooi is, is subjectief. Dat merkte ik later ook wanneer ik een pelgrim na een dagtocht compleet in extase of vol van emotie tegenkwam en bezield hoorde vertellen over de wandeling, dan kon ik alleen maar denken: welke tocht heb jij gelopen vandaag? Ik heb het niet gezien of gevoeld. Maar het is wat we er zelf van maken. De werkelijkheid wordt gecreëerd in je hoofd.

Het was wel verhelderend om na zeventien dagen alleen te zijn geconfronteerd te worden met de perceptie van een ander. Ik ontmoette twee vrouwen en een hond. Met wie ik tot dag 21 intensief zou optrekken. Twee vrouwen die ik afgaande op hun uiterlijk niet direct zou hebben uitgezocht in het dagelijks leven. De Oostenrijkse draagt degelijk spul, heeft korte grijze krullen met een kleurige buff eromheen, ze is gestopt met haar haren te verven, verzucht ze. Grafisch vormgegeven zilveren ringetjes in haar oor accentueren haar vrouwelijkheid. De Nederlandse draagt dunne truien van Marino wol, ongevoelig voor zweetlucht en ‘s avonds hult ze zich in een kleurige omslag doek. Haar doorleefde gezicht wordt omlijst door een kort asymmetrisch kapsel. Persoonlijkheden waar ik in het dagelijks leven niet op zou afstappen, maar ik geloof niet dat zij op mij zouden afstappen. Ontdaan van alle opsmuk draag ik als enige sieraad een ring, haren in een vlecht en loop ik in synthetische goedkope Decathlon shirts die je zweet wel opnemen en vasthouden. Het blijk onmogelijk om de verschraalde zweetlucht uit mijn kleren te wassen, dus die gaan thuis linea recta de prullenbak in.

Deze vrouwen genoten overduidelijk wel van de tocht. Ze straalden rust uit. De Nederlandse had jaren geboerd en genoot van het gecultiveerde landschap en het struinen over en langs de akkers. De Oostenrijkse genoot met volle teugen van de Dovrefjell en misschien wel van het samen lopen, omdat ze de tocht eigenlijk met een vriendin had willen doen. Waarvan genoot ik? Ook deze vraag heb ik meerdere malen gesteld. Naast het afzien waren er wel degelijk momenten waarop ik genoot. Van het instorten aan het einde van de dag en met een boek wegkruipen in mijn tent. Ik genoot van het weidse uitzicht op de tweede dag van de Dovrefjell, samen bier drinken en een burger eten met de Oostenrijkse in Oppdal, het samenzijn met de vrouwen in de hut Ryphusan – al had mij daar alleen zijn wel leuker geleken, het alleen zijn in de dichte dennenbossen, (wild)kamperen langs de meren en de zalige luxe van het hotel in Trondheim.

"Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput."

In de laatste week kwam het kindgevoel weer een beetje terug.

Ik kon me weer verwonderen. Over de metershoge mierenhopen in het bos, het kabbelende water in meren en riviertjes, de sprookjesachtige varens, de mosjes op de rotsen die miniatuurtuintjes leken. Maar dit alles werd overstemd door een diepgewortelde vermoeidheid en een constante kou die in mijn botten was gekropen, waardoor ik niet met volle teugen kon genieten. Terugkijkend is het goed verklaarbaar. Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput. Compleet door mijn vetreserves heen was mijn lichaam begonnen met het interen op mijn spieren. En geestelijk vond ik niet waar ik naar zocht: een adembenemend landschap dat een sublieme ervaring in je kan oproepen. Een landschap dat mij kan laten huilen en in vervoering kan brengen. Een landschap dat mij aanzet mijn binnenwereld te verkennen, door alleen te zijn in de natuur waar een enorme oerkracht van uit gaat. Een ervaring waarbij de binnen- en buitenwereld versmelten. En dat het goed is. Goed zoals het is en ik de gelukkigste vrouw op aarde ben, omdat ik een vol en rijk leven leid en daar ultiem dankbaar voor ben.

Drie jaar geleden proefde ik aan deze ervaring tijdens een vijfdaagse trektocht in de Schotse Hooglanden. In Noorwegen hoopte ik hierop, maar vond het niet. Ik zal blijven zoeken.

Bekijk ook de video over het Olavspad: op weg naar de langste dag.