Bonjour, bonjour klinkt het aan alle kanten om me heen.

Ik voel me net Belle uit Belle en het Beest. Ik ben een Disney prinses en deze schattige Franse dorpjes zijn het decor van mijn eigen sprookjeswereld. Alleen draag ik geen baljurk, word ik niet vergezeld door pratende theekopjes en kandelaars en race ik tegen de klok in plaats van dat ik lach om zijn grappige anekdotes. Mijn prins op het witte paard zit in Nederland, terwijl ik op mijn fiets door het Franse landschap ploeter met krakende knieën en blaren op mijn billen. Een dikke zoute traan rolt over mijn wang en valt op mijn fietsbroek. Ik ben zielsgelukkig.

Ik ben op fietsvakantie. Alhoewel vakantie. Er is weinig vakantie aan wanneer je acht uur per dag fietst. Als het dan ook nog eens regent, je stekende pijn in je knieën hebt en je ’s ochtends natte fietskleding aantrekt wordt het wel een beetje ellendig. Waarom doe je het dan vraag je je misschien af? Nou precies hierom. En dit zijn slechts de fysieke ongemakken, want mentaal ga je ook flink door de mangel!

“Ik ben een Disney prinses en deze schattige Franse dorpjes zijn het decor van mijn eigen sprookjeswereld.”

Je komt een hoop uitdagingen tegen onderweg.

Niet alleen de heuvels die je moet beklimmen, maar ook de route die je kwijtraakt en terug moet vinden, campings die niet blijken te bestaan en je verstaanbaar proberen te maken in het Frans. En er is iets aan de hand met dat Franse landschap. Wat recht lijkt, blijkt vals plat te zijn en wanneer je de top van een heuvel bereikt, ligt daarachter altijd weer een hogere top. Wanneer je dan eindelijk naar beneden wilt roetsjen, moet je bijtrappen omdat je tegenwind hebt. Nee, makkelijk werd het niet één keer. Maar eerlijk is eerlijk, het landschap is wondermooi. Ik heb gefietst langs rivieren en kanalen, door bossen en graanvelden, over waterwerken en bruggen, en over heuvels en door dalen. Iedere keer opnieuw werd ik getrakteerd op betoverende vergezichten, schattige dorpjes, middeleeuwse stadjes en sprookjesachtige kastelen.

Elke dag is prachtig en zwaar tegelijk. En elke dag ga je opnieuw door een emotionele rollercoaster. Steevast ben ik er naar drie uur fietsen wel klaar mee, na vier uur fietsen wil ik alleen nog maar stoppen en als ik na zes uur fietsen denk dat ik het dieptepunt heb bereikt, blijkt de put de laatste twee uur bodemloos te zijn. Dat vind ik het mooiste van de reis: als je denkt dat je niet meer verder kunt, kun je nog zoveel verder.

En dan de beloning als je een camping hebt gevonden, je tent hebt opgezet, gedoucht en in je kloffie uitgeput op het luchtbed neerploft. Ja, ik kan naar het fietsen alleen nog maar liggen, zitten gaat écht niet meer! Dan een prachtig boek erbij pakken en ondertussen met je hand in een zak vol lekker graaien en ongegeneerd eten. O, wat is dat lekker!

"Het leven in zijn pure vorm: fietsen, eten en slapen.

En lezen, heel veel lezen!

Voor ik aan dit tochtje begon vertelde ik her en der over mijn fietsplannen.

Opgetrokken wenkbrauwen waren de reactie en zelden ging iemand er echt op in. Mocht iemand zich toch geroepen voelen tot een reactie dan was dat: ‘Is dat niet een beetje gek?’. Dan was het mijn beurt om de wenkbrauwen op te trekken. ‘Wat is gek?’ ‘Nou, om alleen te gaan fietsen.’

Tja, is dat gek? Ik vind van niet, er zijn massa’s mensen die alleen gaan fietsen. Maar waar op gedoeld wordt is dat ik alleen ga fietsen terwijl ik een relatie heb. In minder geëmancipeerde kringen, waarin ik helaas ook wel eens verkeer, kwam zelfs de vraag: ‘Vind je vriend dat goed?’. Die vraag vind ik dan weer een beetje gek.

Maar goed, ik ging er eens op letten. En tijdens de acht dagen dat ik op de fiets zat, kwam ik wel geteld nul andere vrouwen tegen die ook alleen op fietsvakantie waren. Wel drie mannen die in hun uppie door het Franse landschap ploeterde. Maar gek zou ik het nog steeds niet willen noemen.

Hoewel niet gek, vonden de Fransen een vrouw alleen op de fiets toch een kleine bezienswaardigheid. Ik had veel aanspraak bij stoplichten en onderweg werd ik veelvuldig begroet met het vrolijke bonjour en opgestoken duimpjes en handen. Toen ik na een lange en vermoeiende eerste dag op de camping neerplofte, kwamen de Fransen één voor één langs om een praatje met mij te maken. Een woord dat veelvuldig viel was courage, nadat ik vertelde dat ik als femme alleen La Meuse af fiets naar Langres. De wenkbrauwen gingen ook hier omhoog, maar in tegenstelling tot de Nederlandse wenkbrauwen kreeg ik er geen pijn in mijn buik van. Het voelde eerder als blijk van waardering en een aanmoediging. Dat bleek ook de volgende dag, toen ik in alle vroegte wegfietste en de eerste campinggasten al aan het vissen waren. Vrolijk begonnen ze te zwaaien en over de stille camping klonk het: bon voyage femme courageuse!

Er was eens een meisje dat droomde over een groots en meeslepend leven vol avontuur. Verborgen tombes openen in Egypte, goden bezoeken in de tempels van Griekenland en monsters spotten in de stille wateren van Schotland.

Ga je mee op reis?

Lees meer