643 kilometer. Zo lang is het lopen van Oslo naar Trondheim.

643 kilometer telt het Olavspad. Tot enkele weken geleden had ik hier nog nooit van gehoord. Tot enkele weken geleden zou het nog niet eens in mijn hoofd zijn opgekomen om dit pad te lopen. Maar inmiddels is het zaadje in mijn hoofd ontkiemd en weet ik het zeker. Dit is het pad dat ik moet bewandelen. Alle 643 kilometers.

“Ben je een gelovig man?” die vraag brandt al vele kilometers op mijn lippen. We rennen door de Brabantse bossen en praten over trailen en pelgrimeren. Ik een nitwit op beide gebieden, hij een expert.
“Nee, maar als ik ga pelgrimeren, onderga ik de hele ervaring en laat ik me ook zegenen. Ik wil de hele spirituele ervaring beleven.” Overduidelijk wel dus.
“Wat je leert Floor tijdens een pelgrimage, is je vooroordelen laten varen en niet te snel conclusies trekken, iedereen heeft een verhaal in zich.” Bah. Ik houd er niet van als mensen mijn gedachten lezen.

Pelgrimeren. Ik wist niets een dat het een werkwoord was. En bij het woord pelgrimage krijg ik onbedaarlijke jeuk. Een sekte-achtig woord. Brrr. En toch ben ik geïntrigeerd. Geïntrigeerd door deze man die naast me rent en er zo enthousiast over vertelt, geïntrigeerd door het fenomeen pelgrimeren an sich en waar ik zo weinig van af weet. Maar bovenal geïntrigeerd omdat het zó ontzettend ver buiten mijn comfortzone ligt.

Het Olavspad heet eigenlijk het St. Olavspad. Het is een eeuwenoude pelgrimsroute naar Nidaros, het tegenwoordige Trondheim. De man met wie ik vandaag ren heeft hem drie jaar geleden gelopen. “Ken je het verhaal achter het Olavspad, Floor?”
“Nee, vertel.”
“Olav was een oude Viking koning die duizend jaar geleden leefde. Na zijn plundertochten door Europa keerde hij terug naar Noorwegen. Hij wilde opnieuw koning worden en eenheid creëren door het land te bekeren tot het christelijke geloof. Hij werd bij een veldslag gedood met een bijl en zijn lichaam werd in het geheim naar Nidaros gebracht en begraven. Al snel gingen er verhalen de ronde dat bij Olavs graf wonderlijke dingen gebeurde. Er werd een kapelletje neergezet, dat vervangen werd door een kerk en later een kathedraal. Het is de grootste kathedraal van Scandinavië.”
Allemaal leuk en aardig, maar ik ga niet 643 kilometer lopen voor een dode Viking koning, een stenen gebouw en een Lourdes verhaal waar ik kriebels van krijg. Dus de vraag is waarom wil ik dan wel lopen?

"Een lichter leven. Leven met de dag. Niet malen over de dag van gisteren en stress over de dag van morgen."

Dat antwoord is simpel. Een lichter leven.

Leven met de dag. Niet malen over de dag van gisteren en stress over de dag van morgen. Enkel je druk maken over de te lopen route, een slaapplek zoeken voor de nacht en zorgen dat je genoeg eet en drinkt en heelhuids aankomt op de plek van bestemming.

Voor mij is het Olavspad in de eerste plaats dan ook een langeafstandpad. En grinnikend noem ik hem in gedachten het Olafpadje. Naar Olaf de sneeuwpop uit Frozen die hunkert naar de zomer en warme knuffels. Ik betreed dan ook niet het pad van eeuwenoude christelijke tradities, maar het Disneyland van Frozen, waarin ik om beurten Elsa, Anna en Olaf kan zijn. Afhankelijk van hoe ik me voel die dag. Een land waarin kleine meisjes mogen dromen en niet groot hoeven te worden. Een land waar trollen, elfen en reuzen heus geen hersenspinsels zijn. Een land waarin…

“Hoe zwaar is je rugzak?” Vraagt hij. Ik kijk verstoord op.
“Eens denken. In Schotland was hij zo’n 16 kilo, maar ik denk dat hij nu wel op 20 kilo uitkomt.”
“Nee, dat is veel te zwaar. Wat heb je dan in vredesnaam mee?”
“Boeken. Iedere vier dagen lees ik een boek uit.”
“Daar moet je echt iets op bedenken. Dat kan echt niet.” Dat soort dingen moet je niet tegen mij zeggen. Jij kunt misschien genoeg hebben aan je spirituele ervaringen, mok ik in gedachten, maar ik heb verhalen nodig om te leven.

Ik ben een dromer. Dat weet ik. Tijdens een wandel- en fietstochten creëer ik voor mezelf een parallel universum. Overdag mijn eigen avontuur en ’s avonds in de tent verslind ik de avonturen van andere mensen. In een warme slaapzak, eten onder handbereik, een nieuw vers boek waarvan de kaft kraakt als je het openslaat en verdwijnen in het verhaal. Dan ben ik het gelukkigst.

Besparen op boeken is dus geen oplossing. Waarop dan wel? Eten. Kleding. Tent. Geen idee, ik zal het hem nog eens vragen.

"Ik weet wie ik ben. De vraag is, wie wil ik zíjn."

Pad Schotland

“Waarom ben jij eigenlijk gaan pelgrimeren?”

vraag ik aan de rug die nu voorop loopt. Een diepe zucht klinkt en een zware stilte daalt neer. De magie is verbroken. Deze vraag had ik niet moeten stellen. Ieder van ons heeft een verhaal, maar het hoeft niet altijd direct verteld te worden. Zwijgend rennen we verder.

Waarom wil ik eigenlijk pelgrimeren? Ik weet waarom ik wil lopen. Maar pelgrimeren, dat klinkt als een serieuze toestand. Een geestelijke reis maken. Mijn eerste antwoord is mentaal afharden. Eelt kweken op de ziel. Fysiek lijden. Emotioneel door de mangel gaan. Mezelf testen op doorzettingsvermogen, discipline en volharding. Mezelf straffen. De grenzen opzoeken en daaraan voorbij gaan. Maar als dat mijn grondhouding gaat worden voor de komende vier weken ga ik het heel zwaar krijgen.

Het is iets anders. Als ik heel eerlijk ben naar mezelf, ben ik wel degelijk op zoek. Ben ik mezelf dan kwijtgeraakt? Nee, ik weet wie ik ben. De vraag is, wie wil ik zíjn.

Ga ik dat antwoord vinden op het Olavspad? Misschien. Het kleine meisje in mij weet wie ze wil zijn, maar weet ik het ook? En durf ik het hardop uit te spreken?

“Liep jij het oostelijke of westelijke Olavspad tot Lillehammer?” vraag ik aan de rug om de gespannen stilte te doorbreken.
“Uiteraard de oostkant, dat is het oorspronkelijke pad.”
Mooi, dan pak ik het westelijke pad. Ik wil nog een beetje het gevoel hebben dat ik een recalcitrante pelgrim ben.

Voorbereidingen

Bekijk in deze vlog mijn voorbereidingen voor het Olavspad. Wat ik precies meeneem in die grote rugzak voor 4 weken, geef ik alvast boekentips en doe ik een persoonlijke onthulling. En vertel ik hoeveel kilo ik de komende maand moet meedragen op mijn rug.