marathon Rotterdam Floor Finish

Mijn eerste marathon: Rotterdam

 

De eerste zweetdruppels parelen al over de gespannen koppies naar beneden.

Achter de indrukwekkende skyline van Rotterdam piept de zon tevoorschijn en zodra hij mijn huid raakt weet ik: dit gaat een warme dag worden.

De spanning in het startvak is duidelijk voelbaar. Het is stil. Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht. Vaseline wordt doorgegeven, nog wat water gedronken, veters gestrikt. De tijd gaat traag en stroperig voorbij. Om vijf over tien klinkt eindelijk het startschot voor het eerste vak. Na 20 oneindig lange minuten mogen ook wij starten.

Ik voel kriebels in mijn buik als ik de befaamde Zwaan oploop. Er wordt gejuicht en geschreeuwd alsof we er al een marathon op hebben zitten. Maar we zijn slechts begonnen.

Na anderhalve kilometer laten we de drukte achter ons en word ik geconfronteerd met de werkelijkheid. Eindeloze lange en vooral saaie asfaltwegen met een handjevol mensen aan de kant. Geen muziek, geen aanmoediging. Onder de lopers heerst gespannen stilte. Tijd voor muziek en ik doe mijn oortjes in.

5 kilometer. Ik moet plassen. En niet zo’n beetje ook. We hebben ruim 50 minuten in het startvak gestaan, heel veel water gedronken en dat moet er nu uit. Maar waar blijft die wc? Ze zouden er toch om de paar kilometer staan? En inderdaad, terwijl ik op zoek was naar witte bordjes met WC erop staan er her en der langs het parcours dixies.

10 kilometer. Tweede waterpost, de eerste ben ik voorbij gelopen, maar ik voel nu dat dat niet verstandig is, want hoewel ik een camelbak om heb ga ik er snel door heen. Te snel. Net als mijn looptempo. Ook te snel. Ik wil niet stoppen, dat is namelijk later in de race killing voor je benen en nog erger mentaal. Dus ik moet mezelf een tactiek aanleren om al rennend water te drinken en over me heen te gooien om te koelen. Aangezien ik een pet en zonnebril op heb is water op je hoofd krijgen een gedoe en de zonnebril vliegt door de lucht. Door de wirwar van benen krijg ik hem niet te pakken. Gelukkig is er een loper die hem voor mij opraapt. De bril is bekrast en de wereld heeft horizontale strepen gekregen.

Marathon Rotterdam Floor Startvak

"Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht."

15 kilometer. We zijn weer bij een waterpost aanbeland.

Inmiddels heeft iedereen het systeem door van voorsorteren naar juiste kant van het parcours en drinken pakken, behalve deze vrouw. Ik steek mijn hand uit om een beker water van een vrijwilliger te pakken en krijg een ellenboog in mijn rug, waarna ze vol tegen mijn arm aanloopt, ze een kreet slaakt en met lege handen de waterpost voorbij rent. Het liefst zou ik nu een sprintje trekken om haar vol tegen de grond te hoeken. De warmte doet wat met een mens. Nu al. Ik heb totaal geen zin in ruzie bij waterposten.

21kilometer. Half way. Nu gaat het beginnen. Het rechter bovenbeen begin ik al te voelen, shit nu al.

25 kilometer. Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me. Het doet er niet toe wie je bent, wat voor werk je doet, hoe je eruit ziet, waar je vandaag komt of welk merk kleding je draagt, iedereen ondergaat nu hetzelfde. We lopen niet tegen elkaar, we lopen tegen onszelf. Er zijn geen woorden nodig om deze onderlinge verbondenheid te voelen.

27 kilometer. Terug op de Erasmusbrug. Ik ben net ingehaald door de pacers met finishtijd 4:10. Tot kilometer 25 had ik de stiekeme hoop dat ik in 4:10 zou kunnen finishen. Het was de overmoed die sprak, want ik had mezelf maar één doel gesteld en dat was finishen, heel en in één stuk. Ik probeer een tandje bij te zetten, maar het asfalt plakt als kauwgom aan mijn zolen, de helling van de brug is te groot. Laat gaan Floor, spreek ik mezelf vermanend toe. Het echte werk moet nog beginnen.

30 kilometer. Nu pas! Nee, dit is onmogelijk! Nog 12 kilometer, hoe dan?

"Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me."

Marathon Rotterdam rennen Floor

32 kilometer. Welkom in de hel.

We lopen door het Kralingse Bos. Hier ben ik voor gewaarschuwd. Nauwelijks toeschouwers, geen muziek. Alleen verzengende hitte en lopers die de moed opgeven, ze gaan wandelen. Stilstaan. Zitten. Liggen.

33 kilometer. Ik ben nog steeds in de hel. Mijn benen zijn op en mentaal begin ik in te storten. Ik troost mezelf met de gedachte: hier heb je voor getraind. Laat de emoties maar als golven over je heen komen. De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen.

35 kilometer. De hel is een oneindige diepe put. Overal om me heen zijn mensen gaan wandelen. Sommige lopers heftig hun hoofd nee-schuddend. Anderen zuchtend en hardop vloekend. Ik ren door. Ik mag alleen stoppen als ik moet overgeven. Geen excuses, blijven rennen.

37 kilometer. De bodem is nog niet bereikt. De golven aan emoties hebben plaats gemaakt voor golven van misselijkheid. Bij de drinkpost spoel ik mijn mond met water en sportdrank. Drinken kan ik niet meer verdragen, eten al een aantal kilometers geleden niet meer. Boerend van de misselijkheid ren ik door. Blijven rennen.

38 kilometer. Nog een klein half uur rennen, als ik het tempo opvoer naar 6 minuut per kilometer dan is het nog 24 minuten. No way, dat ik nog langer dan 24 minuten ga rennen. Dat is de max, langer kan ik niet. Dus tandje erbij Floor. Hoe sneller je rent, hoe sneller de hel voorbij is.

39 kilometer. Waar blijft die 40?

40 kilometer. Nog 12 minuten. Dan eindigt deze hel.

Nog 1000 meter staat er op de grond. Oké, blik van de grond halen. Kom uit die tunnel. Kijk om je heen, probeer te genieten. Dit is je moment. De laatste 1000 meter naar de finish. Glimlach. Geniet. En blijf rennen.

Nog 250 meter. Ik loop de Coolsingel op. Dit. Is. Het. Waar is de muziek? Waarom juichen de mensen niet? Ik steek mijn armen in de lucht en roep héééééhh! Een paar mensen kijken verschrikt op. Anderen kijken me aan alsof ik achterlijk ben. Een enkeling klapt.

marathon Rotterdam Floor Finish

"De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen."

42,195 kilometer. Blieb blieb, zegt het trackingsysteem.

4:21:37 geeft de klok aan. Ik kan eindelijk stoppen met rennen. Alles blokkeert. Ik kan bijna geen stap meer zetten. De adrenaline is op en de teleurstelling overvalt me. Ik had na deze mythische tocht minstens een heroïsche finish verwacht. Ik had verwacht vol emoties jankend en snotterend onder hysterisch applaus en een confetti-regen over de finish te komen. Maar niets van dat alles.

Waar blijven ze met die medaille, gaat het door me heen. Of met dat gouden isolatiefolie? Waar staat Aboutaleb? Waar is iedereen om mij te ontvangen als held? Ik kijk om me heen. Zucht eens diep. Dan doe ik maar wat ik de afgelopen 42km ook heb gedaan: lopen. En na eeuwige meters staan daar wat puisterige jongens met medailles. De jongen wil hem bij mij omhangen, maar ik gris de medaille uit zijn handen. Daarna volgen appels en bananen. Rot op, met je appels, ik heb net 4000 calorieën verbrand. In de tas van Vriendlief zit chocolademelk en een punt cheesecake! Daarover gesproken. Waar is Vriendlief? Goddomme. Ik heb hem bij de finish niet gezien. Na wat gebel en geapp blijkt dat hij 250 meter verderop staat en inderdaad mijn finish gemist heeft.

Ik heb zeker een uur nodig om mijn irritatie en misselijkheid te laten zakken. Vloekend en boerend loop ik door de drukte op zoek naar een plek waar ik kan zitten. Ik wijt het maar aan een lage bloedsuikerspiegel. Na een uur heb ik mezelf bijeen geraapt en kan ik eindelijk een terrasje op strompelen. En daar drink ik samen met Vriendlief een van de lekkerste biertjes die ik ooit geproefd heb.

The day after

Als ik mijn ogen open doe weet ik het zeker: ik heb geen marathon gelopen, maar ben de overlevende van een verkeersongeluk. Er zijn minstens drie vrachtwagens over me heen gereden. Alles doet pijn. Mijn benen, mijn kapotte tenen, mijn nek en schouders, mijn buik. Wanneer ik mezelf uit bed hijs komt de misselijkheid weer in golven omhoog. Ik strompel naar de badkamer. In de spiegel bekijk ik mezelf. Ik voel trots. Ik ben trots op mijn lichaam. Trots dat het zo sterk is. Dat het me zo ver gebracht heeft. Ik geloof dat ik die dag ondanks de spierpijn toch wat rechterop loop.

Toen ik de ochtend daarop voor de spiegel ging staan, zag ik mezelf weer ongefilterd en hekelde ik alle imperfecties. De marathon leek alweer zo ver achter me te liggen. Een verontrustende gedachte ging door me heen: Had ik écht wel alles gegeven? Of zou ik nog dieper kunnen gaan?

Om daar achter te komen heb ik me ingeschreven voor een nieuwe marathon. De marathon van Valencia. Watch me, I’m just starting…

Bekijk ook de video van de marathon van Rotterdam.


Jezelf leeg lopen tijdens duurlopen

 

Eens per week ren ik de lange duurloop.

Nu richting de marathon is dat 30+ km. Volgens velen train ik te veel. Maar ik train niet voor de marathon. De marathon is een training voor de Eiger. En de Eiger is een training voor een ultra. Want dat is mijn échte droom.

Ik houd van deze lange duurlopen. En tegelijk zie ik er tegen op. Bij deze duurlopen waarbij ik inmiddels bijna 4 uur ren, ga je de strijd aan met jezelf. En het is niet zozeer de fysieke strijd, ja alles gaat pijn doen, maar het is veel meer een mentale en emotionele strijd. Je hoofd wilt altijd eerder opgeven dan het lichaam. Na 2 uur rennen ben ik er wel klaar mee, dan wil mijn hoofd opgeven, maar dan zit ik eigenlijk pas op de helft. Iedereen heeft wel eens van Engelse uitspraak ‘you have to dig deep’ gehoord. Maar hij krijgt pas betekenis nu ik de uren en kilometers aan het opvoeren ben.

.

"De Engelse uitspraak 'You have to dig deep' krijgt pas betekenis nu ik de kilometers en uren aan het opvoeren ben."

Na twee uur kan het landschap je niet meer bekoren,

de lieflijke krokussen, de knoppen die uitkomen, de paarden die rondlopen, dan wil je alleen nog maar stoppen. Dan begin ik al stiekem te denken aan de finish die bij mijn voordeur ligt, dan denk ik aan hoe lang het nog is. Killing. In het hier en nu blijven is de truc, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Om de pijn te verzachten luister ik naar boeken. De boeken verhalen over mensen die het veel zwaarder hebben dan ik. Het zijn expeditieboeken, survivalboeken, avonturenboeken. Boeken waar mensen vechten op leven en dood bovenop een berg, wereldrecords proberen te breken op de fiets of rennend, herstellende alcoholisten en verslaafden die zichzelf kwijt waren en weer vonden in extreme sproten en dan denk ik: Floor dit is maar een peulenschilletje.

"Hoogte- en dieptepunten komen en gaan."

Een andere tactiek om de mentale en fysieke strijd aan te gaan is door te relativeren.

Een dag kent 24 uur, wat is dan 4 uur rennen en je inspannen? 4 uur oncomfortabel zijn en de strijd met je jezelf aangaan. Merendeel van je dag besteed je nog steeds aan comfortabel op de bank hangen, in bad liggen of door te slapen. Ik vraag aan mijn lichaam dus maar 4 uur van de 24 uur even een tandje bij te zetten, zo moeilijk is dat toch niet?

Hoogte- en dieptepunten komen en gaan en na een dieptepunt waarbij je eigenlijk wilt stoppen kan zomaar na 3 uur eer weer een opleving komen en boor je een nieuwe energiebron aan waardoor je toch weer verder kunt. Maar ik zal niet ontkennen: het allerlekkerste gevoel is toch wanneer ik de voordeur binnenstap. Met verkrampte benen de trap op strompel en het bad laat vollopen. Een kan thee erbij en een bak kwark met fruit en noten maakt mijn welverdiende geluk compleet.

Kom maar op marathon van Rotterdam ik ben er klaar voor!

Volg mijn trainingen op Instagram en bekijk ook mijn vlogs op mijn YouTube kanaal.


Stilte voor de storm – deel 2

 

‘Een orkaan?! Je maakt een grapje!’

Vriendlief is nogal van het overdrijven en de sterke verhalen. En inderdaad niet een orkaan komt over Skye heen, maar wel de nasleep daarvan. En dat betekent veel wind en een hoop regen. Oftewel in goed Nederlands: hondenweer. Daar gaat mijn weer window. Het zou in die elf dagen precies drie dagen relatief mooi weer zijn: twee zonuren per dag en 40% kans op neerslag. Voor Schotse begrippen mooi weer. Planning was om over de bergkam van het Trottenish gebergte van het Noordelijkste puntje van Skye naar de hoofdstad Portree te lopen. Maar het restje orkaan gooide roet in het eten.

Tijd voor plan B.

Dag 6: Dunvegun

Waar ik nu dan toch weer terecht ben gekomen. Terug naar de basis is wat ik wilde met mijn tent op het Trottenish gebergte, maar dit komt ook wel in de buurt daarvan. Ik heb een kamer in Dunvegun en primitiever kan het niet. De ‘supermarkt’ uit het dorp bestaat uit een grote diepvrieskist met – hoe verrassend – magnetronmaaltijden en een kast met blikvoer. De kamer waar ik verblijf heeft geen tv en geen internet en stinkt vreselijk. Wel is het een room met een view en wat voor één.

Morgen wordt een rustdag. Ik ben zo vreselijk moe. Vandaag ben ik op de berg in slaap gevallen. Wel nadat ik eerst was gaan liggen. Morgen komt de storm aan land dus moest ik vandaag de Quirang bewandelen en de Prisoner beklimmen. Na vier uur rondgelopen te hebben besloot ik even te gaan liggen en zijn de oogjes dichtgevallen.

Op weg naar mijn nieuwe onderkomen heb ik een lifter meegenomen. Ik hoorde direct de stem van Vriendlief: ‘Ben je helemaal gek geworden! Je hebt een huurauto, je mag geen lifter mee nemen!’ Maar het was een onschuldig Frans meisje. Een stinkende backpacker met dreadlocks had ik laten staan (die kwam ik drie dagen later tegen). We hebben gezellig gebabbeld en ik heb haar afgezet in de hoofdstad.

"Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek."

Dag 7 : nog steeds Dunvegun

Zoveel te zien en zo weinig tijd. Compleet oververmoeid. Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek. En overal waar ik kwam ging het door me heen: ik had op dit schiereiland of deze landtong een kamer moeten huren. Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial. Overal waar ik ben denk ik: had ik niet beter… en vul het maar in. Fomo (fear of missing out) heb ik al jaren geleden uitgevonden, nog voor het een begrip én een hype werd. En dankzij mijn hardnekkig fomo en daaruit voorkomende keuzestress kom ik nooit, maar dan écht nooit, uitgerust terug van een reis, alleen maar gestrester en in de wetenschap dat ik meer dingen níet gezien heb dan wél.

Aangezien ik de geplande rustdag toch al overboord heb gegooid kan ik net zo goed meer van het eiland gaan bekijken en zo kom ik bij het sprookjesachtige Neist Point: een verlaten vuurtoren. Hier zou ik wel een tijdje willen wonen. Wat ik overigens niet zou aanraden zijn de troosteloze Fairy Pools. Wat een kapot gelopen en smerige bende is dat zeg, de naam fairy kan het troosteloze gebeuren niet redden.

Maar niet alleen ik ben onrustig, er hangt hier iets in de lucht, naast de storm die woedt en de huizen en het landschap laat kraken. In de supermarkt, het tankstation, het café en op de radio hoor je ze smoezen, er hangt een geagiteerde sfeer, een negatieve lading. De Schotten zijn teleurgesteld en boos op de Engelsen. Tijdens mijn verblijf in Schotland stemde de EU in met de Brexit.

"Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial."

Dag 8 Talisker Bay

Bam! Weer word ik door de wind omver geblazen. Ik ben op het zwarte strand van Talisker Bay. De storm is in volle gang. De zee buldert, de wind beukt. Maar ik geniet. Bij storm moet je aan zee zijn. Niet erop. Het primitieve bevalt me wel hier in het westen van Skye en even speel ik met de gedachten om de ferry naar de Outer Hebrides te nemen, maar als ik de zee zo zie razen bedenk ik me. Morgen vertrek ik naar het binnenland en ga nog noordelijker. Of dat verstandig is, aangezien ik over drie dagen het vliegtuig moet pakken, waarschijnlijk niet.

Dag 9 Knockan Crag

Deze ochtend ben ik bij het nationale park Knockan Crag geweest. Compleet verlaten, maar wat verbaasde me: het toiletgebouw was open en ook de computers in het infocentrum buiten flikkerde aan toen ik er op tikte. Een post-apocalyptische ervaring. Ik leerde over de ontstaansgeschiedenis van Schotland. En dat Schotland en Engeland twee aardschollen zijn die toevallig tegen elkaar gebotst zijn en dat ze echt andere roots hebben zowel in steen als volk. De trotse Schotten stammen af van de Vikingen. De Engelsen stammen af van… geen idee waar de Engelsen vandaan komen. Of naartoe op weg zijn…

Deze manier van reizen: rondrijden, wandelen en telkens ergens anders slapen is voor mij een eerste keer. Ik voel me vaak schuldig, dat ik binnen slaap en niet de kou en wind ontbeer van buiten. Ja, overdag ben ik buiten, maar dat telt niet. Dat wat ik doe nep is. Misschien komt het wel omdat ik van te voren niet goed genoeg heb nagedacht wat ik zou gaan doen. Een beetje vaag in mijn hoofd had ik rondrijden en mooie plekjes spotten en wel zien waar ik terecht kom. Dat was de droom, nu sta ik bij iedere kruising te twijfelen: welke kant ik op moet, wat ik wil zien. En ervaar ik dus die verdomde fomo en keuzestress. Keuzestress in the middle of nowhere van Schotland. Ik zei het je al, een echte millenial.

"De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je."

Bij de ruïne van Ardvreck Castle begint het te hagelen. Wanneer ik de auto in vlucht hoor ik op de radio het liedje O Children uit Harry Potter. Ook dat nog. De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je. Het kruipt onder je huid. Ik ga straks in Ullapool de kachel aansteken, in een hoekje kruipen en een jankfilm opzetten. Misschien wel Harry.

Dag 11 van Inverness naar Edinburgh

Paniek! Ik moet het vliegtuig halen. Met 80 mijl per uur race ik over de wegen, hier en daar glij ik vervaarlijk door de bocht en moet ik auto’s ontwijken. Ik rijd over de mooiste weg van heel Schotland, de A82 door de Glen Coe vallei. Alleen in de verkeerde richting! De Three Sisters heb ik net achter me gelaten.

Op de weg heerst complete chaos. De Schotten zijn helemaal gek geworden, overal stoppen mensen, hun auto’s half in de veenmoerassen geparkeerd of gewoon midden op de weg. Na de storm, die een week duurde, heeft de hemel zich geopend en de hele Glen Coe vallei kleurt goud. Het is windstil en de lochs weerspiegelen de fluwelen bergen met de witte toppen. Het is spectaculair.

Tranen springen in mijn ogen van schoonheid, maar bovenal van pure frustratie. Ik heb nog drie en half uur om mijn vliegtuig te halen en volgens mijn navigatie heb ik ook precies drie en half uur nodig om het vliegveld te bereiken. Ik trap het gaspedaal nog dieper in. Ik heb tijd in te halen. Maar daarom huil ik niet. Het enige wat ik voel is spijt. Spijt dat ik niet de tijd heb genomen om Glen Coe te bekijken, spijt dat ik niet naar Fort William ben geweest, spijt dat ik vergeten ben dat het hier zo ongelooflijk mooi is. Mijn fomo wordt bevestigd. Dít is by far het mooiste stuk Schotland. Ik heb nog iets om voor terug te komen.

Lees ook Stilte voor de storm – deel 1


Ik leefde een maand als miljonair, dit is wat ik leerde

 

1 januari 2019 ontwaakte ik als miljonair. Niet omdat ik de staatsloterij had gewonnen, maar omdat ik dat besloot. En ik leerde een aantal waardevolle lessen.

Allereerst miljonair zijn draait niet om geld. Laat dit even op je inwerken. Het draait om tijd. Tijd om je droom te leven. De meeste mensen willen niet rijk zijn, maar een rijk leven leiden. Om een rijk leven te leiden heb je in de eerste plaats tijd nodig. Je kunt al het geld in de wereld hebben, maar als je geen tijd hebt om het uit te geven heb je er niets aan.

Wat zou je doen als je miljonair zou zijn,” was een van de eerste vragen die de businesscoach aan mij stelde. Ja, ook ik moest eraan geloven, mijn poging om met mijn onderneming te groeien door personeel aan te nemen was mislukt, dus was er paniek hoe dan wel te groeien. En vanwege het dogmatische heilige geloof van groei in onze maatschappij eindigde ik bij de businesscoach. Gouden tijden voor hen. “Ik zou tijd kopen” was mijn antwoord op haar vraag.

Voor mij ontbrak het de laatste tijd aan tijd. Als ondernemer was ik druk druk druk. Rennen, vliegen, in de auto eten, altijd bereikbaar zijn, altijd ‘aanstaan’. Aan het einde van de dag was ik moe, wat ik voor het gemak hield op voldaan. Minder confronterend. En ’s nachts lag ik wakker. Was dit het leven dat ik wilde leiden? Dan droomde ik over wat ik zou doen als ik de tijd voor mezelf had. Maar zodra de wekker ging vervloog de droom. Eerst werken, dan spelen. Eerst de realiteit, dan de dromen. Eerst geld verdienen, dan tijd kopen.

"Miljonair zijn draait niet om geld. Het draait om tijd. Tijd om je droom te leven."

Net als geld lijkt ook tijd een beloning te zijn geworden. Tijd voor jezelf helemaal. Dat staat helemaal onderaan het to do-lijstje als de rest is afgehandeld. Beetje vreemd als je erover nadenkt, want tijd is het enige wat we hebben. Het is letterlijk ons leven. Onze tijd dat we op aarde zijn. We hebben geleerd om met de tijd die we hebben gekregen te werken, daarmee centjes te verdienen en dan vervolgens onze tijd terug te kopen.

Dus besloot ik 1 januari direct als miljonair te handelen en niet te wachten tot die miljoen op mijn bankrekening had staan. Ik zou gaan doen wat het gros van de mensen zouden doen als ze miljonair zouden worden en dat is minder werken en meer tijd besteden aan de écht belangrijke dingen in het leven: aandacht voor familie en vrienden, tijd hebben om te werken aan hun dromen en misschien zelfs een hobby. En dat heb ik gedaan.

De afgelopen maand heb ik meer quality time doorgebracht met mijn vriend dan het afgelopen jaar. Ik heb met hem geluncht en gewerkt in de Euromast, hem meegenomen naar Parijs en hem vertelt hoeveel ik hem waardeer. Ik had tijd om te trainen voor de marathon, in januari heb ik bijna 200 kilometer hardgelopen, daar gaat een hoop tijd in zitten. En ik heb gewerkt. Gewerkt aan mijn droom Adventure Virgin, aan verhalen en nieuwe activiteiten.

"Dan droomde ik over wat ik zou doen als ik de tijd voor mezelf had."

Hoe financierde je je miljonairsbestaan, hoor ik je denken.

Simpel: door deze maand af te kopen met geld. Af te kopen ja, want de hypotheek en verzekeringen lopen gewoon door. En nee Vriendlief betaalt niet voor mijn miljonairsbestaan. Ik heb dus ook geen geld als water uitgegeven. Oké nou ja misschien dan in Parijs, daar heb ik het wel wat breder laten hangen. Wat ik niet heb gedaan omdat ik het te duur vond en waar ik de hele maand verlangend naar uitkeek? Een stuk cheesecake eten. Kosten 4,25 euro. Vond ik te duur.

De belangrijkste les die ik leerde als miljonair: je hoeft geen miljonair te zijn om als miljonair te leven. Het winnende lot heb je zelf in handen. Laat tijd als beloningsmechanisme los. Tijd kan namelijk ook een voorwaarde zijn om geld te verdienen. Als miljonair heb ik geen geld gepind, maar tijd geïnd en dat gaat mij straks geld opleveren.

Wanneer gun jij het jezelf om miljonair te zijn?


Stilte voor de storm – deel 1

 

‘Turn left at the field with the sheeps.’

Ik heb zin om heel hard te schreeuwen tegen deze vrouw. Waarschijnlijk doe ik dat ook al. Het is steekdonker. Ik kan toch niet zien wat er in de wei rondloopt! En daarbij, om ieder veld staan van die schotse muurtjes die je het zicht ontnemen. Met één hand aan het stuur en met de andere hand de telefoon aan mijn oor klemmend rijd ik om acht uur ’s avonds in blinde paniek over de single tracks. ‘Do you see the white house?’ Wat een aanwijzing, ik ben in Schotland: alle huizen zijn hier wit. Maar wacht, daar in de verte, een eind van de weg tussen de bomen zie ik een wit huis. ‘Yes, yes, I see it!’ roep ik opgetogen uit. Ik heb het gevonden! De stem aan de telefoon vertelt me echter iets anders: ‘Then you have driven too far, turn and try again.’ Aaah…

Dag 1: Dunkeld

Wanneer ik de volgende dag ontwaak op de schapenboerderij en mijn gordijnen open, zie ik ze staan: Haggis op pootjes. Na nog twee pogingen is het gisteravond gelukt om het karrespoor te vinden en heb ik de schapenboerderij bereikt. Nu kan mijn vakantie echt beginnen. Veertien heerlijke dagen… Wacht veertien, hoezo veertien? Ik pak mijn telefoon erbij en tel de dagen tot ik weer terug moet. Het zijn er maar elf. Oké, elf heerlijke dagen liggen voor me waarin ik kan doen wat ik wil en zelf kan bepalen waar ik naar toe ga.

Een uur later…

Ik sta op een kruising nat te regenen. Ga ik linksaf het dorp in of rechtsaf de heuvel op? Links of rechts. Links. Rechts. Ik sta te dralen. Een vrouw met drie hondjes loopt langs me. Of ik de weg kwijt ben vraagt ze. Nee, ik heb last van keuzestress. Maar dat zeg ik niet. Wat is een mooie route? vraag ik haar. De heuvel op. Dat dacht ik al. Dus loop ik met haar en de drie hondjes de heuvel op. Onderwijl vertelt ze me alles over de omgeving en waar je de beste uitzichten kunt vinden. Ze is een geschenk uit de hemel.

"Ik heb het gevonden! De stem aan de telefoon vertelt me echter iets anders."

Dag 2: nog steeds Dunkeld

Paniek! Over een uur moet ik het huisje uit en ik heb nog geen slaapplaats voor vanavond. Gisteravond heb ik AirBnB op mijn telefoon geïnstalleerd en dat zou het antwoord op mijn slaapplaatsen probleem moeten zijn. De keus bleek beperkt, want de meeste slaapplaatsen moet je dagen, zo niet weken van te voren boeken. Plus, ik wist (en weet nog steeds) niet waar ik naar toe wil, dus heb ik eindeloos gescrold, tot ik dacht: laat maar, ik doe het morgen wel. Maar die paar opties van gisteravond waren natuurlijk geen optie meer deze ochtend.

Met de deadline van 5 minuten in zicht ram ik op de plaats Nethy Bridge, kamers boven een pub. Het moet maar.

Dag 3: Nethy Bridge

Ik heb kaarten gedownload van het gebied de Cairn Gorms en gisteravond op mijn kamer een berg uitgezocht. De hoogste uiteraard. Die ga ik beklimmen. In mijn berggids staat met koeienletters: ‘afgeraden wordt in de herfst en winter deze berg te beklimmen, speciale klimuitrusting is vereist’. Dat zal zo’n vaart niet lopen, denk ik. Als ik de parkeerplaats op rijd zie ik net een hele groep wandelaars vertrekken. Nou ja wandelaars, zeg maar gerust bergbeklimmers, touwen, helmen, de hele rataplan sjouwen ze op hun rug mee. De twijfel slaat toe. Maar die is van korte duur, want de teleurstelling neemt het over. De berg die ik wilde beklimmen, of ik moet zeggen op wandelen, is afgesloten wegens een puinlawine. Ik word gedwongen een andere route te nemen waarbij ik door de Chalamain Gap moet, een puingoot. Een waar klim- en klauterparadijs voor de geoefende klimmer, maar wanneer ik me een weg door het puin probeer te zoeken met rotsen zo groot als ijskasten, komt een dikke mist opzetten en begint het te regenen en niet veel later te sneeuwen. Alles wordt spekglad. In mijn maag ontstaat een knoop. Ik voel angst. Stel je niet aan Floor, doorzetten anders bereik je nooit de top. Maar bij de gedachte dat ik ook weer terug door deze puingoot moet breekt het angstzweet me uit. Zwaar teleurgesteld en mezelf vervloekend om deze ‘verloren’ dag loop ik terug naar de auto.

"Ik voel angst. Stel je niet aan Floor, doorzetten anders bereik je nooit de top."

Anderhalf uur later….

Het is twee uur in de middag. Ik heb nog twee uur tijd te doden voor de zon ondergaat en ik naar binnen mag. Ja mag. Aangezien het hier maar krap zeven uur licht is per dag heb ik met mezelf afgesproken dat ik alle zeven uur van de dag ook buiten ben. Ik bedoel ik slaap al niet eens buiten, dan moet ik op zijn minst overdags buiten zijn. Ja, ik ben streng voor mezelf.

Pas als ik er voorbij ben gereden registeren mijn hersenen het bord: Loch Garten. Ik zet de auto in de achteruit en neem de afslag. In het bos staan een paar andere auto’s geparkeerd. Duidelijk een local plek. Zonder al te hoge verwachtingen loop ik naar het Loch. En ik val stil. Een zilveren spiegel strekt zich voor mij uit. De bomen, bergen en wolken worden perfect weerspiegelt in het water. Ik ben in een sprookje beland. Ik begin te wandelen. De oever is sompig: veen. Het zal eens niet. De wortels van de bomen groeien niet in de grond maar strekken zich als een netwerk boven de grond uit. Heel stevig staat dat niet en vele zijn al omgevallen. Her en der liggen met mos begroeide rotsen tussen de vele schakering groen van het bos. Met een beetje fantasie zijn het trollen.

Het uitzicht verandert continue, het een nog mooier dan het ander. Ik houd stil bij een uitzicht over een eiland dat perfect weerspiegeld wordt in het water. En daar daalt het besef in. Ik wil niet in de bergen zijn. Ze zijn unheimisch. Onheilspellend. Ik wil naar het water. Ik ga naar de kust. Daar neem ik een huisje voor een week en ga ik schrijven, fotograferen en wandelen. O en natuurlijk lezen. Want een boek heb ik tot nu toch nog niet aangeraakt. Op dat moment was het inzicht zo waardevol dat ik het zelfs heb opgenomen. Het besef stond als een huis, ik ga geen roadtrip maken, ik ga voor rust.

Wanneer de zon begint te zakken krijg ik een brok in mijn keel. Ik kijk niet langer meer naar een landschap, maar naar een levend kunstwerk. Een vol uur duurt het voor de zon volledig onder is en in de tussentijd word ik getrakteerd op het mooiste schouwspel dat ik ooit heb gezien. Bergen verdwijnen en verschijnen, stenen lijken te gaan zweven, de grens tussen water en lucht vervaagt en de zon speelt met het licht. Daar – met verkleumde handen van het fotograferen – ervaar ik het: puur geluk. Hiervoor ben ik naar Schotland gekomen.

Met het ondergaan van de zon verdween ook het inzicht. In plaats van te verstillen, voerde ik het tempo op. Zo veel te zien en zo weinig tijd. Eén wandeling op de dag was niet langer genoeg, het werden er twee, vaak zelfs drie. Storm, wind, regen, vrieskou. Ik trotseerde het allemaal. Ik scheurde in mijn huurauto over de single tracks, propte ’s ochtends het ontbijt naar binnen en sloeg lunch over. Ik ging slechter slapen en in plaats van mezelf rust te geven, zette ik iedere dag de wekker eerder om te kunnen lezen. Er woedde een storm in mij. En niet alleen in mij. De komende dagen zou Schotland geteisterd worden door een storm.

Lees ook Stilte voor de Storm – Deel 2


Het Miljonair Lifestyle-experiment

 

Ik hoefde op oudejaarsdag geen lot te kopen om de hoofdprijs te winnen. Omdat ik wist dat ik op 1 januari als miljonair wakker zou worden. Hoe ik dat wist? Omdat ik dat besloot.

Zo, nu ik je aandacht heb zal ik je vertellen hoe mijn miljonair lifestyle-experiment eruit gaat zien. Ja, het is een experiment, want ik heb het geld niet écht. Wat is dat voor gekkigheid?! Ik zal je uitleggen waarom ik het start en waarom het zinvol is.

Stel, je had op oudejaarsdag wel een lot gekocht en het bleek een winnend lot te zijn. Wat zou je doen met de geldprijs? Voor het gemak gaan we er even van uit dat het om 1 miljoen euro gaat.

Je kunt een nieuw huis kopen. Maar voor je dat doet stel jezelf de vraag: ben je gelukkig in je huidige huis? En stel jezelf daarna de vraag waarom je geluk zou af hangen van een huis?

Je zou een vette auto kopen. Als je zelfvertrouwen afhangt van het rijden in een BMW of Audi moet je dat zeker doen. Dan ga ik wel voor die Tesla, maar alleen omdat ik aan de toekomst van onze aarde denk.

Je gaat op wereldreis. Mooi, investeren in herinneringen in plaats van spullen. Zeker aan te raden. Maar weet je zeker dat je na jaren de wereld over zwerven nog wel wilt werken als je terug bent?

"Een maand lang is niemand de baas over mijn tijd behalve ikzelf."

Een boot. Dan hoop ik dat je verstandig genoeg bent om een zeilboot te kopen. Best sneu als je de hele dag in je eigen uitlaatgassen en lawaai zit. Maar hoe dan ook, je moet wel tijd hebben om er mee te gaan varen.

Precies. Hier komen we bij het punt waar het mij om te doen is. Tijd.

Ik zal je zeggen wat de meeste mensen met hun geldprijs doen. Ze beleggen hun geld of zetten het op een spaarrekening. Maandelijks keren ze zichzelf iets uit zodat ze niet zo hard hoeven te werken om toch de dingen te kunnen doen die ze leuk vinden. Mensen willen niet rijk zijn, maar een rijk leven leiden.

De eigenlijke vraag achter het miljonair lifestyle-experiment is dan ook: wat gebeurt er als je zélf je tijd gaat invullen? Niet je baas, je opdrachtgever, je partner, je kinderen. Maar jijzelf. Als je ontsnapt aan de sleur van het bestaan en een rijk leven gaat leiden.

Leuk, maar dat kun je als ondernemer toch ook? Nou, ik zou je wat verklappen. Als ik opdrachten heb aangenomen heb ik ook gewoon te maken met deadlines, afspraken en krijg ik hele boze klanten en opdrachtgevers als ik niet op tijd lever. En verder bestaat het ondernemersbestaan uit keihard werken, vraag maar eens aan ondernemers uit je omgeving. Werkweken van 60 uur zijn geen uitzondering. Ja, maar dat is toch hun passie, daar hebben ze zelf voor gekozen. Klopt en daarom moet je op tijd nieuwe brandstof bijvullen vóór dat het op is. Maar je hebt gelijk dat ik als ondernemer de vrijheid heb om zelf te bepalen wat ik met mijn tijd ga doen en daarom ga ik dit radicale en absurde experiment aan.

Een maand lang is niemand de baas over mijn tijd behalve ikzelf.

Wat ga ik doen met mijn nieuwe ‘miljonairs’ bestaan? Hoe zorg ik dat ik een rijk leven leid? Dat antwoord is simpel. Omdat ik er al heel lang van droom.

Toch geef ik mezelf wel één regel mee. Iedere activiteit toets ik aan de vraag: is dit ook wat ik met mijn tijd wíl doen of wat ik moet doen.

Ik zou eindelijk tijd hebben om te creëren. Om met Adventure Virgin aan de slag te gaan. Daarvoor schrijven. Er liggen nog zoveel avonturen op de plank die ik wil uitwerken. Ik wil leren filmen en monteren. Met een camera door de bossen struinen en fotograferen. Met mensen afspreken die mij inspireren. Vriendlief meenemen op een romantische stedentrip.

Ik zou dus eigenlijk hele ‘gewone’ dingen doen waar ik in het dagelijks leven de ruimte niet voor heb. Ik bedoel neem. Uiteindelijk is het een eigen keuze. En daarom besluit ik nu radicaal daar wel de tijd en ruimte voor te nemen.

Toch geef ik mezelf wel één regel mee. Iedere activiteit toets ik aan de vraag: is dit ook wat ik met mijn tijd wíl doen of wat ik moet doen. Want ik moet niets. Ik ben miljonair. Oké voor een maandje dan. En denkbeeldig. Maar ik ben benieuwd wat deze vrijheid mij gaat opleveren.

Aan het eind van dit experiment deel ik met jullie de inzichten van dit ‘miljonairs’ bestaan en hoeveel het gekost heeft. Want dat is natuurlijk de hamvraag: hoe financier je dit allemaal?

Volg mijn miljonairs bestaan op de bekende social kanalen.

En laat hieronder in de comments achter wat jij zou doen als je voor een maand miljonair zou zijn?


Mijlpalen in het Kanaal

“Pan-pan, this is Sussex Coast Guard, what are your intentions Naughty Nymph?”

Oké, ze doen het erom. Ga ik nog één keer uitleggen dat het Nauti Nymph is in plaats van Naugthy Nymph. Ach laat ook maar, nog dommer is de vraag wat onze intenties zijn aangezien we net een catamaran in nood hebben opgepikt. Even schiet het door me heen om een stupide antwoord te geven dat we de opvarenden in mootjes gaan hakken en opeten, er zijn immers ook twee kinderen aan boord, lekker jong vlees. “We give them a tow to the harbor of Portsmouth,” antwoord ik. We doen wat jullie nalaten om te doen: mensen in nood redden. Dat laatste zeg ik niet hardop.

 

4 dagen eerder…

 

Boulogne-sur-Mer – Eastborne

58 Nautische Mijl (NM)

Een grote droom komt uit. We gaan de oversteek maken naar Engeland. Met de zeilboot. De boot ligt in Boulogne-sur-Mer, Frankrijk. De oversteek is 50 nautische mijlen. En met een gemiddelde van 5 knoop per uur duurt dat zo’n 10 uur. Om 4 uur in de morgen hebben we de wekker gezet en we varen om 5 uur uit. Het is druk in de haven. De vissersboten komen terug van een nacht vissen. In de haven hangt een oranje gloed en het lijkt al licht te worden, maar dat is slechts schijn. Want zodra we de havenmonding uitvaren stevenen we af op een pikzwart gat: de open zee. Het is laag tij dus dat betekent dat we in de vaargeul moeten blijven, want het is een en al zandbank voor de kust. Lang leven de iPad waarmee we navigeren. Eenmaal uit de veilige en rustige zee arm van golfbrekers voel ik hoe ruig de zee is. Wat een deining en golven. Mijn maag begint meteen op te spelen en zal dit de komende 3 weken blijven doen. Een groot deel van de overtocht lig ik beneden doodziek op de bank. Zo had ik me de eerste overtocht niet voorgesteld.

"Mijn maag begint meteen op te spelen en zal dit de komende 3 weken blijven doen."

Eastborn – Brighton

19 NM

Het gaat er hard op, te hard. De eerste twee uur zat ik aan het roer en dat betekent ook de beslissingen nemen, maar ik merk dat ik wat begin te verstijven. Angst neemt langzaam bezit van me. “Wat gaan we doen Floor,” vraagt Vriendlief. “Zullen we omdraaien of gaan we door?” Natuurlijk wil ik omdraaien en met een pot thee warm binnen zitten en een boek lezen in plaats van kotsmisselijk tegen de golven in stampen terwijl de wind begint aan te trekken richting 30 knopen. “Ik weet het niet,” wat een waardeloos antwoord. En dus gaan we door.

Grenzen verleggen dat is het waar het bij deze tocht over zou moeten gaan. Ik heb een heel rijtje gemaakt. Dat softe gedoe van het IJsselmeer in Nederland ben ik wel zat. Als ik nog wat van de wereld wil zien moet je stalen zenuwen kweken. Dus staat op mijn lijstje.

✔️ Oversteek maken naar Engeland (en terug).

✔️ Meer dan 18uur zeilen en weten wat dat met je doet (en je relatie).

✔️ Nachtshifts draaien in je eentje.

✔️ Weten wanneer je je over je angst heen moet zetten en wanneer niet.

✔️ Weten wanneer je moet omkeren.

✔️ Weten waar je breekpunt ligt.

Nu twijfel ik of wat ik voel bij doel nummer 4 of 5 hoort. Na wat wikken en wegen en de compleet onzinnige vraag voor mijn eigen gemoedsrust aan Vriendlief: kan de boot dit wel aan? Besluit ik er voor te gaan: we gaan door!

“A little windy out there isn’t my dear?” 

Na 5 uur bikkelen en doodsangsten uitstaan arriveren we met windkracht 6 in de haven van Brighton.

Het nuchtere commentaar van de havenmeester luidt bij aankomst: “A little windy out there isn’t my dear?” De angst druipt waarschijnlijk van mijn gezicht. Maar check doel afgevinkt!

 

Brighton – Portsmouth

41 NM

Met een kater van hier tot ginter zeilen we tegen beter weten in naar de volgende lelijke havenplaats: Portsmouth. Onderweg horen we op kanaal 16 een gezinnetje in paniek. De motor van hun catamaran is uitgevallen en ze liggen midden een drukke vaargeul. De Sussex Coast Guard is vooral bezig met veel onzinnige vragen te stellen en allerhande formaliteiten en de vrouw raakt steeds verder in paniek. Tot ze na een twintigtal minuten op de paniekknop drukt en er een alarm naar alle boten uitgaat. We zijn nu verplicht redding te gaan verlenen. Wij zijn als eerste ter plaatse. Opluchting is te lezen op de angstige koppies, iemand doet eindelijk iets. Na een kwartier neemt de Sussex Coast Guard de boot van ons over.

 

Isle of Wight – Dieppe

91 NM

Om klokslag middernacht gaat de wekker. Ik geloof dat ik niet eens de kans heb gehad om in slaap te vallen. Een verse pot thee wordt gezet, broodjes gesmeerd en we lichten het anker. Op naar Frankrijk. We zijn er allebei niet rouwig om dat we Engeland achter ons laten. Het is nog even spannend omdat we langs een hoop vrachtschepen moeten die voor anker liggen en door verboden gebied varen. En dan is het moment waarop ik heb gewacht. Vriendlief gaat rusten en ik blijf alleen het komende uur aan dek. Aangelijnd en met een luisterboek op geniet ik van de nacht. Soms even de zaklamp aan om het kompas en de zeilen te checken en goed om je heen kijken voor visserbootjes. Het is spannend en ontspannend tegelijk.

Na 16 uur varen begint de sfeer aan boord toch wel wat om te slaan en na 18 uur varen slaan we elkaar bijna de koppen in. We hebben een fout gemaakt. Toen het eenmaal licht werd zijn we gestopt shifts te draaien en dat wreekt zich nu. Want we zijn allebei doodop. Frankrijk is in zicht, maar het zal nog minstens 3 uur duren voor we bij de haven zijn. Vriendlief maakt zich nu al druk om het aanvaren van de haven omdat de wind aanlandig is, ik maak me druk om de tijd die we nog moeten overbruggen, want de stuurautomaat kan het niet aan en we moeten alles met het handje sturen terwijl de 2 meter hoge golven van achterop komen. Niet leuk. We zitten allebei in onze eigen tunnel en ervaren een ander onderdeel als probleem. Nog een uur later barst de bom. Verwijten, geschreeuw en gejank. Deze uren gaan niet als de fraaiste van onze relatie de boeken in. Maar we redden het. Uiteraard zoals altijd.

"Frankrijk is in zicht, maar het zal nog minstens 3 uur duren voor we bij de haven zijn. "

Oostende – Vlissingen

27 NM

3 uur in de nacht. De wind giert door de masten en laat de verstagingen gillen. Ik heb een wee gevoel in mijn onderbuik. Een voorgevoel. Ik spreek het niet uit. Een half uur later varen we uit. We negeren het rode licht en varen naar de havenmonding. De golven worden hoger en hoger. Het is steekdonker. Ik denk terug aan de tocht van Eastborn naar Brighton, over je angst heen zetten. Maar het lukt niet. En voor ik kan zeggen dat ik bang ben, spreekt Vriendlief de verlossende woorden: “We keren om.”

7 uur diezelfde ochtend. We varen opnieuw uit. Het waait nog steeds windkracht 5. Achter ons draaien de mensen die ook zijn uitgevaren weer om. Zij besluiten nog een dagje te blijven. Geen optie voor ons. Dat hebben we de afgelopen vier dagen al gedaan. Het waren gespannen dagen. Met veel ruzie. Meerdere malen heb ik overwogen om de trein te pakken. Al mijn doelen heb ik behaald. Ik ben er klaar mee. Ik wil naar huis. Het plan is om naar Scheveningen te varen. Dikke 10 uur varen. Vanaf het eerste uur kan ik alleen maar huilen. Ik ben gebroken. Moe, misselijk en mentaal op. “Zullen we alsjeblieft naar Vlissingen gaan?” vraag ik. “Nee,” antwoordt Vriendlief stellig. “We hebben een afspraak gemaakt, we brengen de boot naar Scheveningen.” Dat is waar, we hebben een afspraak gemaakt. Verman jezelf Floor, spreek ik mezelf vermanend toe. Maar het lukt niet. Het gebeukt tegen de golven in, die me veel te hoog zijn, de harde wind, de angst die constant in mijn maag aanwezig is net als de misselijkheid. Ik kan het niet meer. Ik spring nog liever van boord dan dat ik doorvaar naar Scheveningen. En ik schat de afstand in tot de kust. “Ik wil nu naar Vlissingen” zeg ik tegen Vriendlief. Het antwoord is nee. En dat knapt er iets. Onbedaarlijk begin ik te schreeuwen en te krijsen. Pure frustratie en onmacht vreet zich een weg naar buiten. Het breekpunt is bereikt. Ik kan niet meer. En wil niet meer. Als ik van boord moet springen, spring ik, als het mijn relatie kost, is dat maar zo. Geen uur langer dan nodig is blijf ik op deze boot zitten. Ik gil tot mijn keel er pijn van doet. “We gaan NU naar Vlissingen.”

 

Terugblik

In drie weken hebben we vier landen aangedaan en al mijn doelen bereikt. Was het het allemaal waard achteraf? Ik weet het niet. Mentaal ben ik weer verder afgehard en we zijn er samen sterker uitgekomen, maar om nou te zeggen dat het een gezellige vakantie was. Niet echt. Ga ik nog een keer zeilen? Absoluut, maar dan laat ik het misselijkmakende Kanaal voor wat het is en huren we een boot op de Adriatische zee in Kroatië of Griekenland en laat ik mijn mijlpalen thuis.


Frankrijk: Fietsen in een sprookjesboek

Bonjour, bonjour klinkt het aan alle kanten om me heen.

Ik voel me net Belle uit Belle en het Beest. Ik ben een Disney prinses en deze schattige Franse dorpjes zijn het decor van mijn eigen sprookjeswereld. Alleen draag ik geen baljurk, word ik niet vergezeld door pratende theekopjes en kandelaars en race ik tegen de klok in plaats van dat ik lach om zijn grappige anekdotes. Mijn prins op het witte paard zit in Nederland, terwijl ik op mijn fiets door het Franse landschap ploeter met krakende knieën en blaren op mijn billen. Een dikke zoute traan rolt over mijn wang en valt op mijn fietsbroek. Ik ben zielsgelukkig.

Ik ben op fietsvakantie. Alhoewel vakantie. Er is weinig vakantie aan wanneer je acht uur per dag fietst. Als het dan ook nog eens regent, je stekende pijn in je knieën hebt en je ’s ochtends natte fietskleding aantrekt wordt het wel een beetje ellendig. Waarom doe je het dan vraag je je misschien af? Nou precies hierom. En dit zijn slechts de fysieke ongemakken, want mentaal ga je ook flink door de mangel!

“Ik ben een Disney prinses en deze schattige Franse dorpjes zijn het decor van mijn eigen sprookjeswereld.”

Je komt een hoop uitdagingen tegen onderweg.

Niet alleen de heuvels die je moet beklimmen, maar ook de route die je kwijtraakt en terug moet vinden, campings die niet blijken te bestaan en je verstaanbaar proberen te maken in het Frans. En er is iets aan de hand met dat Franse landschap. Wat recht lijkt, blijkt vals plat te zijn en wanneer je de top van een heuvel bereikt, ligt daarachter altijd weer een hogere top. Wanneer je dan eindelijk naar beneden wilt roetsjen, moet je bijtrappen omdat je tegenwind hebt. Nee, makkelijk werd het niet één keer. Maar eerlijk is eerlijk, het landschap is wondermooi. Ik heb gefietst langs rivieren en kanalen, door bossen en graanvelden, over waterwerken en bruggen, en over heuvels en door dalen. Iedere keer opnieuw werd ik getrakteerd op betoverende vergezichten, schattige dorpjes, middeleeuwse stadjes en sprookjesachtige kastelen.

Elke dag is prachtig en zwaar tegelijk. En elke dag ga je opnieuw door een emotionele rollercoaster. Steevast ben ik er naar drie uur fietsen wel klaar mee, na vier uur fietsen wil ik alleen nog maar stoppen en als ik na zes uur fietsen denk dat ik het dieptepunt heb bereikt, blijkt de put de laatste twee uur bodemloos te zijn. Dat vind ik het mooiste van de reis: als je denkt dat je niet meer verder kunt, kun je nog zoveel verder.

En dan de beloning als je een camping hebt gevonden, je tent hebt opgezet, gedoucht en in je kloffie uitgeput op het luchtbed neerploft. Ja, ik kan naar het fietsen alleen nog maar liggen, zitten gaat écht niet meer! Dan een prachtig boek erbij pakken en ondertussen met je hand in een zak vol lekker graaien en ongegeneerd eten. O, wat is dat lekker!

"Het leven in zijn pure vorm: fietsen, eten en slapen.

En lezen, heel veel lezen!

Voor ik aan dit tochtje begon vertelde ik her en der over mijn fietsplannen.

Opgetrokken wenkbrauwen waren de reactie en zelden ging iemand er echt op in. Mocht iemand zich toch geroepen voelen tot een reactie dan was dat: ‘Is dat niet een beetje gek?’. Dan was het mijn beurt om de wenkbrauwen op te trekken. ‘Wat is gek?’ ‘Nou, om alleen te gaan fietsen.’

Tja, is dat gek? Ik vind van niet, er zijn massa’s mensen die alleen gaan fietsen. Maar waar op gedoeld wordt is dat ik alleen ga fietsen terwijl ik een relatie heb. In minder geëmancipeerde kringen, waarin ik helaas ook wel eens verkeer, kwam zelfs de vraag: ‘Vind je vriend dat goed?’. Die vraag vind ik dan weer een beetje gek.

Maar goed, ik ging er eens op letten. En tijdens de acht dagen dat ik op de fiets zat, kwam ik wel geteld nul andere vrouwen tegen die ook alleen op fietsvakantie waren. Wel drie mannen die in hun uppie door het Franse landschap ploeterde. Maar gek zou ik het nog steeds niet willen noemen.

Hoewel niet gek, vonden de Fransen een vrouw alleen op de fiets toch een kleine bezienswaardigheid. Ik had veel aanspraak bij stoplichten en onderweg werd ik veelvuldig begroet met het vrolijke bonjour en opgestoken duimpjes en handen. Toen ik na een lange en vermoeiende eerste dag op de camping neerplofte, kwamen de Fransen één voor één langs om een praatje met mij te maken. Een woord dat veelvuldig viel was courage, nadat ik vertelde dat ik als femme alleen La Meuse af fiets naar Langres. De wenkbrauwen gingen ook hier omhoog, maar in tegenstelling tot de Nederlandse wenkbrauwen kreeg ik er geen pijn in mijn buik van. Het voelde eerder als blijk van waardering en een aanmoediging. Dat bleek ook de volgende dag, toen ik in alle vroegte wegfietste en de eerste campinggasten al aan het vissen waren. Vrolijk begonnen ze te zwaaien en over de stille camping klonk het: bon voyage femme courageuse!


De val: één jaar later

Facebook herinnert me even haarfijn aan mijn misstap vandaag exact een jaar geleden.

Precies een jaar geleden dacht ik ook dat ik nu volledig gerevalideerd zou zijn. Sterker nog: ik zou terug zijn op mijn oude niveau. En stiekem hoopte ik zelfs iets verder te zijn.

“Mevrouw Ockers, u moet wel realistisch blijven,” zegt de arts tegenover me. “Explosieve sporten zijn uit den boze.”

Ik ben weer terug in het ziekenhuis. Twee weken geleden is er een MRI-scan gemaakt en ik hoopte dat de arts me zou vertellen dat ik weer geopereerd zou worden en dat ze mijn enkel wel even zouden fixen. Ik kwam er alleen niet om te horen dat mijn kraakbeen beschadigd is en ze er niets meer aan gaan doen.

“Wat bedoelt u met explosieve sporten?” vraag ik.

“Sport waarbij er veel druk op je enkel komt. Zoals springen en…”

“Hardlopen,” vul ik aan.

“Ja, de belasting daarbij is zeer groot, maar er zijn nog anderen sporten waarbij je enkel minder belast wordt.”

“Ja, inderdaad dammen en schaken,” bijt ik de arts kribbig toe.

“Nou mevrouw Ockers, er is ook een middenweg, bijvoorbeeld fietsen en zwemmen.”

Fietsen en zwemmen, doe toch even normaal! Ik ben 31 jaar, dan ga ik toch niet fietsen en baantjes trekken. De Eiger had ik moeten oplopen, de marathon rennen, meedoen met de Viking run. Circuitjes knallen van 100 burpees en 200 jump squats bij bootcamp. Meteen schiet het door mijn hoofd wat ik allemaal niet kan.

"Toen vond ik dat allemaal geen prestatie, nu zou ik er heel wat voor over hebben om weer zo fit te zijn."

Mijn fysiotherapeut denkt er een positieve draai aan te geven door voor te stellen een lijst te maken van dingen die ik nog wil doen.

Een soort van bucketlist om te zien wat reëel is en wat niet (meer). En de doelen moeten klein zijn. Heel klein. Dus kom niet aan met een vijfduizender beklimmen of fietsen naar de Noordkaap. Nee, wat denk je van twee uur mountainbiken en 15 km wandelen, als het goed gaat in heuvelachtig terrein.

Kortsluiting ontstaat in mijn hersenen. Precies een jaar geleden rende ik 21 km door de heuvels van de Duitse Eifel. Een week eerder liep ik een nachtloop van 42 km voor natuurmonumenten en een maand daarvoor volbracht ik een vijfdaagse trekking met volle bepakking van 16 kilo door de Schotse Hooglanden en stond ik tot mijn knieën in de sneeuw op de top van de Ben Nevis. Toen vond ik dat allemaal geen prestatie, nu zou ik er heel wat voor over hebben om weer zo fit te zijn. Zo slordig gaan we om met het begrip gezondheid. Als je het hebt is het vanzelfsprekend, als je het niet hebt… Maar wat piep ik? Ik ben kerngezond, alleen mijn enkel is een beetje beschadigd. Daar moet ik mee leren leven. En leren accepteren.

Er zijn veel mensen in mijn omgeving die zeggen: ach, dat hardlopen is toch niet zo goed voor je lichaam, dan ga je toch wat anders doen. Nu wil ik tegen die mensen zeggen dat wat je het liefste deed en waar je grootse dromen voor had en je daar met volle overtuiging voor aan het trainen was, het lastig is om dat zomaar op te geven. Als je lievelingskleur blauw is en dit verdwijnt van de een op de andere dag uit het kleurenspectrum en mensen zeggen dan kies je toch een andere lievelingskleur, dan gaat dat ook niet. En als friet je lievelingseten is ga je ook niet zeggen, nou dan neem je toch lekker een pannenkoek. Dat dus.

Maar goed, ik moet realistisch zijn en als het niet meer gaat moet je je teleurstelling wegslikken en voor iets anders gaan. Dus schrijf ik braaf bij de fysiotherapie mijn nieuwe doelen op: 50 km mountainbiken, 15 km wandelen in heuvelachtig terrein, 100 km fietsen. Al is dit slechts een warming-up voor alles wat ik wil in het leven. Maar goed het begint met het eerste stapje.

Behalve de fysieke uitdaging vraagt dit mentaal nog veel meer van mij. Een verandering in mindset is nodig. Ik moeten stoppen met denken in beperkingen en starten met denken in uitdagingen. Mijn tot in de detail uitgedachte hardloopplannen moet ik definitief laten varen, alleen dan kan er pas ruimte ontstaan voor nieuwe uitdagingen, plannen en avonturen. En daarom wordt het tijd om het avontuur op te zoeken. Mijn fysieke en mentale gesteldheid testen door grenzen te verleggen.En dat is wat ik de komende tijd ga doen!

Mijn eerste avontuur zit erop: 380 km fietsen naar de Belgische Ardenne, want zeg nou zelf 100 km fietsen is voor watjes!


Hobbelen naar Dinant

Verdomme, waar blijft de veerpont nu.

Het is zaterdagochtend 7:07 uur en gefrustreerd sta ik aan de oever van de Maas. Aan de overkant zie ik België liggen. Maar de pont vaart niet. Luie Limburgers, denk ik bij mezelf. De hele week varen de pontjes al om half zeven en nu… Maar, natuurlijk het is weekend.

Stom. Tijd voor plan B: op zoek naar een brug. Ik pak Google Maps erbij en zie 10 km naar het zuiden een brug liggen. Echter heb ik geen idee of dit een snelweg is of een brug waar ik als fietser over heen kan, maar het is een brug die me leidt naar mijn doel en eindbestemming België.

Aangekomen bij de brug blijkt het een 100km tweebaansweg te zijn zonder fietspad. Er is nauwelijks verkeer dus ik waag het erop. In die paar honderd meter die de brug lang is blaas ik mezelf volledig op. Niet alleen omdat de weg omhoog gaat, maar vooral omdat ik zo snel mogelijk aan de overkant wil komen. Eenmaal aan de overkant verlaat ik bij de eerste afslag direct de weg, pak mijn telefoon erbij om te kijken waar ik nu naar toe moet, maar ik heb geen bereik. Ja hoor, ik ben in België en heb direct geen bereik. Wat nu? Ik heb geen kaart bij me. Ik zie ook nergens bordjes om me heen. Dit is de voorbereiding van Floor in optima forma. Ik bedenk iets, maar denk nooit twee stappen vooruit. Maar hé, nu kan het avontuur pas echt beginnen!

"Er is nauwelijks verkeer dus ik waag het erop. In die paar honderd meter die de brug lang is blaas ik mezelf volledig op."

Dag 1: Venlo

De hele nacht geen oog dichtgedaan, zenuwachtig als een klein kind ben ik. Vandaag gaat het gebeuren. Ik start aan mijn 380 km lange tocht van Rheden naar Dinant. Drie dagen zal ik er over doen, wat neer komt op een afstand van 125 km per dag. Snel nog alles inpakken en op de fiets springen. Om 9 uur zit alles op de fiets en wil ik hem van de standaard afhalen, maar er zit geen beweging in. Wat is dit nou? Is de standaard kapot? Na een paar pogingen lukt het, de fiets is gewoon topzwaar.

Nog een foto, een kus en dan vertrek ik. Ik ben de straat nog niet uit of ik merk al hoe ik aan het hijgen ben. Het is warm en de fiets is zwaar. Had ik maar geoefend, verzucht ik, maar daar is het nu te laat voor. In het centrum van Arnhem vind ik het begin van de Maasroute die mij in 250km naar Maastricht zal brengen. Ik steek de Nelson Mandelabrug over en passeer daarna John Frostbrug terug naar het noorden. Even schiet het door mijn hoofd om terug te gaan, want dit is wel erg zwaar. Maar nee ik wilde een fietstocht, dan ga je die krijgen ook.

De eerste dag is zwaar en gaat langzaam. Iedere minuut die ik op de fiets zit voel ik en na twee uur fietsen ben ik zwaar oververhit en kapot. Ik plof neer op een terras en kan alleen maar apathisch voor me uit staren. Dit wordt een hele lange dag.

Afstand: 147 km

"Even schiet het door mijn hoofd om terug te gaan, want dit is wel erg zwaar. Maar nee ik wilde een fietstocht, dan ga je die krijgen ook."

Dag 2: Maastricht

Dacht ik dat de eerste dag zwaar was, de tweede dag is nog veel zwaarder. Gek hoe snel je al je grenzen verlegd. De hele dag heb ik forse tegenwind en gigantische zadelpijn. Vandaag staat Maastricht op de planning. Waar de tocht me gisteren nog door bossen, heidevelden en pittoreske dorpjes voerde staat vandaag vooral de Zuid-Limburgse industrie centraal. Degene die deze route heeft uitgezet moet wel een gigantische hekel aan Limburg hebben. Kan me niet voorstellen dat er geen mooiere plekken te bedenken zijn.

Zwoegend en vloekend ploeter ik door dit inspiratieloze landschap. Wat me opvalt is dat het hier uitgestorven is. Ik ben nog geen andere fietser tegengekomen, evenmin als een caféetje. En vooral dat laatste begint nu nijpend te worden, want anderhalf uur geleden heb ik mijn bidons leeg gedronken. En ik drink veel, bijna een liter per uur.

Om half twaalf vind ik eindelijk een cafeetje in een vestigingsstadje. Er wordt al volop bier gedronken. Ik drink een liter water, een koffie en weer een liter water. Op mijn volgende trip moet ik echt zouttabletten nemen, ik hou nauwelijks vocht vast. De eerste dag heb ik maar liefst 8 liter water gedronken naast de koffie, icetea en chocomelk en toen ik ’s avonds op de camping kwam heb ik nog een anderhalf liter water gedronken. Ik geloof niet dat zulke hoeveelheden gezond zijn.

Om half vier bereik ik onder een donkere lucht Maastricht. Ik trakteer mezelf op een Limburgse rijstevlaai met zout. Ze stonden wel een beetje raar te kijken toen ik om een zoutvaatje vroeg bij mijn taart. Maar ja je moet wat, de zoute dropjes en zoute crackers zijn bij lange na niet voldoende.

Om half zes plof ik neer op de zuidelijkste camping van Nederland. Maar niet na eerst een halve zenuwinzinking te hebben gekregen omdat er met koeienletters ‘camping is vol’ bij de ingang stond. Met lood in mijn schoenen liep ik naar de receptie. En godzijdank hadden ze voor mijn ieniemienie tent nog een plekje.

Afstand: 123 km

"Fietspaden kennen ze in België niet, tenminste de eerste vier uur zie ik er geen."

Dag 3: Dinant

Er komt een brommertje aangereden. Hij steek de 100 km weg over en slaat rechtsaf een zandweggetje in. Ik twijfel geen seconde, stap op mijn fiets en rijd hem achterna. Op een brommer rij je niet voor de lol op zandweggetjes is mijn redenering. Of het is een sluiproute naar een weg óf ik kom uit op iemands erf. Het blijkt gelukkig het eerste te zijn.

Fietspaden kennen ze in België niet, tenminste de eerste vier uur zie ik er geen. Dus rij ik over de N-weg naar Luik. Er wordt niet vreemd opgekeken en ook niet getoeterd dus het zal wel goed zijn. Alhoewel ik me niet altijd even veilig voel als ze met 90 km/u langs komen gestoven. Ik ben mijn fietshelm vergeten, maar betwijfel of het zou helpen als ik word aangereden.

Na Luik wordt de situatie wat penibel en verandert de N-weg in een driebaansweg waar zeer 100 km/u en harder wordt gereden. Een vluchtstrook ontbreekt, waardoor vrachtwagens en auto’s niet kunnen uitwijken en rakelings langs me rijden. Oké, dit is niet leuk meer. Ik ga steeds harder en harder fietsen, maar dit houd ik natuurlijk niet lang vol. We rijden langs een dorpje en ik zie daar een parallelweg liggen. Bij het tankstation verlaat ik de weg, sleep mijn fiets door het gras naar de weg erachter. In het dorp plof neer op een terras en kan mijn hartslag even zakken.

De rest van de dag wissel ik parallelwegen door dorpen en de N-weg met elkaar af. In de middag stuit ik zowaar op de Véloroute de la Meuse. Het officiële fietspad langs de Maas. Al te best is dit fietspad niet. Vele kilometers lang liggen er kinderkopjes, zand of gravel. Dit is geen fietsen meer, dit is hobbelen. Dan toch maar de drukke weg.

Om half vier trap ik de laatste kilometers weg. De weg maakt een bocht en daar ligt het: mijn eindbestemming Dinant. Wat een tocht. Loodzwaar, maar prachtig. En verslavend. In augustus ga ik terug naar Dinant en fiets dan de resterende 500 km naar Langres, waar de Maas ontspringt.

Maar nu trakteer ik mezelf eerst op een heerlijk ijskoud Belgisch biertje!

Afstand: 127 km