Olavspad op weg naar de langste dag

Het Olavspad: Op weg naar de langste dag

 

Zwaar weggedoken onder dikke plaids en met kussens in onze rug zitten we op de plastic stoelen voor onze hut.

Onze gezichten koesterend naar de zon gericht. Drie vrouwen en een hond. Het toeval heeft ons bij elkaar gebracht en zo zitten we samen op 21 juni bij de onbemande berghut Ryphusan op de Dovrefjell in Noorwegen. Drie vrouwen, drie generaties en met totaal verschillende achtergronden en redenen besloten we het Olavspad te lopen. Eén ding was duidelijk op deze langste dag van het jaar. We hadden het mooiste achter ons liggen.

Een flinke wolk schuift voor de zon en een huivering trekt door ons heen. Het is onze vierde nacht samen. We zijn aan elkaar gehecht geraakt, weten van elkaars onhebbelijkheden en wanneer we elkaar de ruimte moeten geven. We kunnen samen stilzwijgend genieten, de oren van de kop kletsen en voor elkaar zorgen. Terwijl de één met de hond speelt, de ander van het uitzicht geniet en ondergetekende schrijft, bedenk ik hoe bijzonder dit moment is. Drie vrouwen, door het toeval bij elkaar gebracht en allen met een eigen innerlijke wereld en bijbehorende vraagstukken. Wat gaat er door ze heen? Waarom zijn we aan deze tocht begonnen?

Voor mij was het een diep verlangen naar een lichter leven. Leven met de dag. Zonder zorgen. Maar vooral wilde ik antwoord op de vraag: kan ik mezelf committeren aan één doel. Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit? Kan ik een maand lang alleen zijn? Kan ik obstakels overwinnen?

"Kan ik mezelf committeren aan één doel? Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit?"

Al snel kwam ik erachter dat alleen zijn helemaal niet zo spannend is.

In mijn heerlijke eentje kon ik de eerste dag op het Olavspad spelen als een klein kind. Het pad lag voor me en ik voelde me in mijn eerste hut als een ontdekkingsreiziger. Ongebreidelde nieuwsgierigheid en verkenningsdrang. Ik heb gelachen om mezelf en mijn stupiditeiten. Maar dat verdween snel. Van avontuur op het Olavspad bleek weinig sprake te zijn, het werd vooral een les in afzien. Heel veel en heel hard afzien.

Deze tocht drukte het kind in mij weg. Dat deed ik voor een deel zelf door achterlijke lange dagen te lopen. Waarom ik dat deed? Ik had de drie rustdagen ook kunnen gebruiken voor een kortere dagafstanden, maar nog fijner dan onderweg zijn vind ik arriveren. Arriveren was het hoogtepunt van de dag. Tent neer prikken, koffie zetten en boek openslaan. Verdwijnen in mijn droomwereld. Een wereld waarin mensen op expeditie zijn en afzien. Mensen die de Siberische kou trotseren, met gevaar voor eigen leven de Mount Everest beklimmen of bijna sterven door uitdroging in de woestijn. Daar putte ik troost uit. En dus was het mij waard om dagen van 30 tot 35 kilometer te maken.

(Binnenkort is de boekenlijst terug te vinden op de site. Daar wordt aan gewerkt!)

Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken. Ik wist dat er snel een rustdag zou volgen. Een dag om te lummelen, mijmeren, schrijven en lezen. Een dag om alles te verwerken. Maar niet alleen om de rustdagen te kunnen hebben moest ik doorlopen, ook de tijd hijgde in mijn nek. 33 etappes staan er voor het voltooien van het Olavspad. Ik liep hem in 24 etappes. Dat gegeven vervult mij met trots. De sportvrouw in mij kwam naar boven of misschien moet ik zeggen de bewijsdrang. Voor mij was het vooral een prestatie in plaats van een reis.

"Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken."

De wereld is wat mijn geest ervan maakt.

Na vier bijna slapeloze nachten en heel veel regen was dat beeld niet meer zo rooskleurig. Het kind in mij en de mogelijkheid om het Olavspad als een avontuur te beschouwen verdwenen. Ik stopte met zoeken naar wildkampeerplaatsen, die er in de bewoonde wereld ook nauwelijks waren. Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden. En omdat ik me daar op instelde, werd het waarschijnlijk ook een hel.

De dagen 4 tot en met 17 verliepen in een roes. Het was en zou een ellendige tocht blijven. Ik had me erbij neergelegd. Maar mentaal zou ik afharden. En fysiek trouwens ook. Dankzij de regen en plassen waar ik doorheen moest lopen ontstonden er iedere dag nieuwe blaren, op nieuwe plaatsen en nieuwe over oude. Mijn rug en schouders deden zo ontzettend veel pijn dat ik iedere drie uur mezelf verdoofde met ibuprofen. Mijn hersenen verdoofde ik door denkbeeldige gesprekken met mensen te voeren, naar luisterboeken te luisteren of gewoon domweg te tellen. Tot vier, tot tien of tot honderd als ik het kon opbrengen.

Van mooie natuur was nauwelijks sprake, enkel geestdodend asfalt. Ik had nauwelijks contact met mensen. Misschien kwam het door mijn gesloten houding of dat de Noren nu eenmaal niet spraakzaam zijn. Hoe blij was ik toen ik op dag 14 door een vriendelijk Nederlands stel werd uitgenodigd in hun camper voor een glas rode wijn en een praatje. Ik voelde me langzaam weer mens worden.

"Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden."

Op dag 17 bereikte ik na een 30 kilometer lange tocht vloekend en tierend de Dovrefjell.

Eerlijk gezegd viel het tegen. Dit zou het mooiste van de tocht moeten worden. Maar wat mooi is, is subjectief. Dat merkte ik later ook wanneer ik een pelgrim na een dagtocht compleet in extase of vol van emotie tegenkwam en bezield hoorde vertellen over de wandeling, dan kon ik alleen maar denken: welke tocht heb jij gelopen vandaag? Ik heb het niet gezien of gevoeld. Maar het is wat we er zelf van maken. De werkelijkheid wordt gecreëerd in je hoofd.

Het was wel verhelderend om na zeventien dagen alleen te zijn geconfronteerd te worden met de perceptie van een ander. Ik ontmoette twee vrouwen en een hond. Met wie ik tot dag 21 intensief zou optrekken. Twee vrouwen die ik afgaande op hun uiterlijk niet direct zou hebben uitgezocht in het dagelijks leven. De Oostenrijkse draagt degelijk spul, heeft korte grijze krullen met een kleurige buff eromheen, ze is gestopt met haar haren te verven, verzucht ze. Grafisch vormgegeven zilveren ringetjes in haar oor accentueren haar vrouwelijkheid. De Nederlandse draagt dunne truien van Marino wol, ongevoelig voor zweetlucht en ‘s avonds hult ze zich in een kleurige omslag doek. Haar doorleefde gezicht wordt omlijst door een kort asymmetrisch kapsel. Persoonlijkheden waar ik in het dagelijks leven niet op zou afstappen, maar ik geloof niet dat zij op mij zouden afstappen. Ontdaan van alle opsmuk draag ik als enige sieraad een ring, haren in een vlecht en loop ik in synthetische goedkope Decathlon shirts die je zweet wel opnemen en vasthouden. Het blijk onmogelijk om de verschraalde zweetlucht uit mijn kleren te wassen, dus die gaan thuis linea recta de prullenbak in.

Deze vrouwen genoten overduidelijk wel van de tocht. Ze straalden rust uit. De Nederlandse had jaren geboerd en genoot van het gecultiveerde landschap en het struinen over en langs de akkers. De Oostenrijkse genoot met volle teugen van de Dovrefjell en misschien wel van het samen lopen, omdat ze de tocht eigenlijk met een vriendin had willen doen. Waarvan genoot ik? Ook deze vraag heb ik meerdere malen gesteld. Naast het afzien waren er wel degelijk momenten waarop ik genoot. Van het instorten aan het einde van de dag en met een boek wegkruipen in mijn tent. Ik genoot van het weidse uitzicht op de tweede dag van de Dovrefjell, samen bier drinken en een burger eten met de Oostenrijkse in Oppdal, het samenzijn met de vrouwen in de hut Ryphusan – al had mij daar alleen zijn wel leuker geleken, het alleen zijn in de dichte dennenbossen, (wild)kamperen langs de meren en de zalige luxe van het hotel in Trondheim.

"Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput."

In de laatste week kwam het kindgevoel weer een beetje terug.

Ik kon me weer verwonderen. Over de metershoge mierenhopen in het bos, het kabbelende water in meren en riviertjes, de sprookjesachtige varens, de mosjes op de rotsen die miniatuurtuintjes leken. Maar dit alles werd overstemd door een diepgewortelde vermoeidheid en een constante kou die in mijn botten was gekropen, waardoor ik niet met volle teugen kon genieten. Terugkijkend is het goed verklaarbaar. Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput. Compleet door mijn vetreserves heen was mijn lichaam begonnen met het interen op mijn spieren. En geestelijk vond ik niet waar ik naar zocht: een adembenemend landschap dat een sublieme ervaring in je kan oproepen. Een landschap dat mij kan laten huilen en in vervoering kan brengen. Een landschap dat mij aanzet mijn binnenwereld te verkennen, door alleen te zijn in de natuur waar een enorme oerkracht van uit gaat. Een ervaring waarbij de binnen- en buitenwereld versmelten. En dat het goed is. Goed zoals het is en ik de gelukkigste vrouw op aarde ben, omdat ik een vol en rijk leven leid en daar ultiem dankbaar voor ben.

Drie jaar geleden proefde ik aan deze ervaring tijdens een vijfdaagse trektocht in de Schotse Hooglanden. In Noorwegen hoopte ik hierop, maar vond het niet. Ik zal blijven zoeken.

Bekijk ook de video over het Olavspad: op weg naar de langste dag.

https://www.youtube.com/watch?v=CLNRtfCREYk&t=44s


Adventure Virgin vs. Shark: een krankzinnige race tussen mens en wind

 

Het is tijd voor een krankzinnige race. Een challenge die maar liefst 3 dromen in één keer uit laat komen. En niet alleen die van mijzelf!

De 3 dromen:
– Een eiland overrennen.
– Een ultramarathon rennen.
– Solozeilen in een snelle boot in een mooi gebied.

Ingrediënten voor de race:
– men neme een gloednieuwe wedstrijd zeilboot (Elan E4 uit 2019) met de brute naam Shark.
– een lunatic met hardloop aspiraties en een enorme bewijsdrang (mijzelf).
– een betoverend eiland met de lengte van 46,8 km in de Adriatische zee met tropische temperaturen boven de 35 graden.

Race:
Zo snel mogelijk het eiland Korčula van noord naar zuid overbruggen. Startpunt: Vela Luka haven, finish: Korčula haven. Adventure Virgin te voet (45-50km), Shark uiteraard te water (35-38 zeemijlen).

Race reglement:
– Shark: gebruik van motor alleen toegestaan de haven in en uit, daarna op windkracht.
– Adventure Virgin: hardlopen en lopen toegestaan, geen hitchhiking.

Prijs:
Een fles Prosecco in een decadente beachclub, omdat een leven zonder bubbels niet zo bruisend is.

Racedatum en tijdstip:
1 augustus stipt om 6:00uur.

"Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien."

Om 6:15, een kwartier later dan gepland, gooi ik de laatste tros aan boord van de Shark.

‘Doe je voorzichtig schatje,’ roep ik Vriendlief na. Ik vind het voor hem nog spannender dan voor mij. Hij gaat om het eiland varen in zijn eentje. Een droom van hem komt daar mee uit: solozeilen op een nieuwe wedstrijdboot in een mooi gebied. En mooi is het hier zeker op de Adriatische zee met de Kroatische eilanden. In zijn tienerjaren heeft Vriendlief al heel veel in zijn eentje gezeild, maar dat was toch anders in de beschermde en kleinere omgeving van de Nederlandse waterplassen. Deze tocht is het betere werk en ondanks dat het licht weer is, is niets zo verraderlijk als het weer op zee. Je moet altijd alert blijven en direct handelen: je kunt op zee nooit, maar dan ook echt nooit, een time-out nemen en daarmee de situatie stilzetten. Dat geeft hoge stress. Als ik het straks tijdens het rennen niet meer zie zitten kan ik in de schaduw van een boom even de situatie stilzetten. Een time-out nemen. Dat kan Vriendlief straks op zee niet en er is geen back-up, want die rent een eiland over.

Na een praatje met de buurman die vraagt wat we in hemelsnaam uitspoken om kwart over zes in de ochtend, start ik om 6:19 uur de klok en begin te rennen.

6:36 uur. Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien. Twee katten en een herdenkmonumentje in de berm van een overleden jongen. Ik zou er nog vele tegen komen die dag. De weg naar de andere kant van het eiland is simpel. Er is er maar één: de 118. Van Vela Luka naar Korčula is het 45 kilometer, iets meer dan een marathon.

7:15 uur. Ik ben gearriveerd in het eerste van de twee dorpjes die ik onderweg tegen kom: Blato. Ik bel met Vriendlief om te horen hoever hij al is. 7 mijl heeft hij al afgelegd. Ik heb 7 kilometer afgelegd. We gaan dus gelijk op. En hij hoeft minder mijlen te varen dan ik kilometers moet rennen. Ik besluit geen drinken te kopen in het dorp, ik heb nog maar een paar slokjes van mijn 2 liter gedronken en zet een tandje bij.

8:15 uur. In de schaduw van een boom zit ik aan de kant van de weg en bel wederom met Vriendlief. Ik heb 15 kilometer gemaakt, het blijkt zwaarder dan gedacht om het tempo op te schroeven. De zon brandt al behoorlijk en het zweet gutst van mijn lijf. Maar het grootste probleem is mijn hartslag die behoorlijk oploopt, vooral tijdens het klimmen. Vriendlief heeft echter al 15 mijl gemaakt en hij noemt zijn eerste prognose. Om 12:30 uur arriveert hij in Korčula, geeft zijn navigatie aan. Nee, dat kan niet. Ik begin snel te rekenen. Om überhaupt een kans te maken moet ik het tempo van 7,5 kilometer per uur volhouden en het wordt alleen maar warmer en de bergen worden hoger, met op het midden van het eiland bergen van 500 meter.

Au! Een scherpe pijnscheut trekt door mijn linkerbil. In een reflex grijp ik met mijn had er na en sla een dikke horzel weg. Gadverdamme ook dat nog, steekvliegen. Ja, die komen op mijn zweetlucht af. In beweging blijven en hopen dat beest kwijt te raken.

"Au! Een scherpe pijn scheut trekt door mijn linkerbil."

8:57 uur. Ik hijg en puf en heb met veel moeite in de afgelopen 40 minuten slechts 4 kilometer afgelegd.

De klim is begonnen, maar omdat het via een hoop bochtenwerk de berg oploopt, heb ik dat niet direct door. Dus forceer ik mezelf te rennen, terwijl het aanvoelt alsof er lood in mijn benen zit. Mijn kuiten verkrampen en mijn hartslag en ademhaling schieten omhoog. Ik besluit te gaan lopen en zie dat zelfs tijdens het lopen ik een constante hartslag van 160 blijf houden. Het eerste wat er door me heen schiet is: ik moet écht wat aan mijn conditie doen en meer sporten, tot ik me realiseer dat ik waarschijnlijk aan de klim naar 500 meter ben begonnen. En die kramp in mijn kuiten en versnelde hartslag kunnen ook ontstaan omdat ik niet voldoende drink. Ik ben bijna 3 uur bezig en heb nog geen halve waterzak leeg. Dat is nog geen halve liter. Dus lopen en drinken is het enige wat ik nu moet doen.

Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop. Ja, zo komen die gedenkstenen in de bermen wel. Inmiddels staat de teller op 3 dode katten, 1 haas, 1 vleermuis, 1 slang en 3 gedenkgraven van ongelukkige zielen die op deze weg zijn verongelukt. In mijn hoofd noem ik de 118 al de Road des Mortes. Geen idee of dat goed Kroatisch is, maar het klinkt wel angstaanjagend. Hopelijk loopt het voor mij goed af.

9:30 uur. Ik bel weer met Vriendlief om te horen waar hij is. Ik heb 22 kilometer op de teller staan en ben bovenaan de berg gekomen met uitzicht over het water en het eiland Hvar in de verte, maar ik zie geen zeilboot met een groot zwart zeil.
‘Hoe gaat het?’
‘De wind is aan het inzakken. Ik ben nu op de hoogte van Blato,’ zegt hij.
Blato? Dat is 15 kilometer achter mij. ‘Hoeveel mijl heb je gevaren?’
‘13 ofzo.’
‘Hoe kan dat nou,’ roep ik, ‘anderhalf uur geleden was het nog 15.’
‘Nee,’ zegt hij, ‘dat waren kilometers.’
En ik maar denken dat hij het al die tijd over mijlen had i.p.v. kilometers. En dus flink op mij voorliep. ‘Ik heb de halfwinder gehezen en ga nog wel 5 knoop. Verwachte aankomsttijd is nu 13:00 uur.’
Oké, denk ik, dan maak ik tenminste nog een kans. Wat naar boven gaat, gaat zo ook weer naar beneden en dan maak ik het wel weer goed.
‘Doe voorzichtig.’
‘Jij ook.’

10:14 uur. Au! Ik word weer gepikt door een horzel. Ik kan nog geen tien seconden in de schaduw staan of ze zwermen om me heen en beginnen te steken. En ik snak naar schaduw. De zon staat al hoog aan de hemel en slechts langs de kant van de weg is af en toe een strookje schaduw van twintig of dertig centimeter. Ik moet dus blijven lopen wil ik niet lek geprikt worden. Na een korte afdaling ligt er opnieuw een steile helling voor me van 8% pal in de zon. 25 kilometer gehad, nog een kleine 20 te gaan.

"Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop."

10:27 uur. Eindelijk de afdaling waar ik op hoopte.

Hij gaat voor kilometers door, maar het blijft oppassen geblazen met het verkeer, de ene kant bestaat uit een hoge rotswand, de andere kant een vangrail tussen de weg en de afgrond en ook hier is aan de bloemen, kaarsen en gedenkstenen te zien dat het niet iedereen gelukkig is vergaan. De teller staat inmiddels op 6 gedenkgraven.

11:12 uur. 32 kilometer gehad en gearriveerd in Pupnat. Pupnat ligt iets van de route af, maar ik moet opzoek naar een supermarkt voor water. Mijn waterzakken zijn leeg en ik heb onlesbare dorst. Aan de eerste de beste inwoner vraag ik direct of er een supermarkt is, want nog 12 km naar Korčula zonder water ga ik niet overleven. Gelukkig is er een supermarkt in het dorp. Als ik de supermarkt instap, die de grootte van een kleine woonkamer heeft, voel ik direct hoe heerlijk koel het is. Hier wil ik blijven. Zou ik treuzelen en langs de schappen slenteren? Natuurlijk niet, we zitten wel in een race. Dus loop ik direct naar de koelcel en pak een fles water en sinas eruit. Wanneer ik naar buiten stap word ik bevangen door de warmte. Ik besluit, race of geen race, toch even te gaan zitten om te eten, drinken en mijn waterzakken opnieuw aan te vullen. Want misschien zijn het nog maar 12 kilometer, die worden lood- en loodzwaar. Ik ga tussen de keuvelende mannetjes op het pleintje voor de supermarkt zitten, die al lekker aan het pilsen zijn en vul mezelf en de waterzakken aan.

11:32 uur. Ik probeer Vriendlief te bellen maar heb slecht bereik. We proberen het een paar keer, maar de lijn kraakt en om de beurt vallen we weg. Oké, ik hoop maar dat alles goed gaat met hem. Concentreren en doorrennen.

11:49 uur. De hitte is allesomvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop. Ik ren van streepje schaduw naar streepje schaduw, waarbij ik me tegen de rotswand moet persen om erin te staan. En direct hoor ze je ze aankomen de bloedzuigende horzels. Als ik geluk heb geven ze me tien seconden om op adem te komen, maar meestal niet.

12:02 uur. Niets kan me meer afleiden van de hitte. De oordopjes van mijn telefoon waarmee ik een luisterboek luister zijn te warm in mijn oren. De lucht die ik inadem is te droog. De hitte is verlammend. Het is net na twaalven, maar ik vermoed dat het al boven de 30 graden is. De zon brandt op het asfalt en de rotswanden lijken de warmte te weerkaatsen. En nog steeds geen zuchtje wind. Ik moet afleiding vinden. Het is nog een kleine 5 kilometer naar Korčula. Ik begin met tellen. ‘1, 2, 3 …’ dat doe ik vaker als ik niet meer weet waar ik het moet zoeken van vermoeidheid, pijn of ellende. Of een combinatie van alle drie. (Ik heb in Noorwegen heel wat afgeteld). Eerst rustig tot 4 tellen. Dan tot 10 en daarna tot 100. En dan weer van voren af aan beginnen. Maar ik kom niet verder dan 4. Ook niet erg. ‘1, 2, 3, 4….’ Het geeft ritme. Met mijn duim tik ik het ritme op mijn vingers af. 1 = pink. 2 = ringvinger. 3 = middelvinger. 4 = wijsvinger. Als ik een setje heb gemaakt en weer terug ben bij de pink is dat 1. Tweede setje: pink, ringvinger, middelvinger, wijsvinger, terug naar de pink, 2. Ik blijf de setjes ritmisch herhalen en spreek met mezelf af dat ik pas in de schaduw mag staan als ik bij 100 ben.

Maar 100 red ik niet, bij setje 21 vlucht ik met hartslag 180 de schaduw in. Wie weet wanneer ik weer schaduw tegenkom, houd ik mezelf voor de gek. Hartslag laten zakken en opnieuw beginnen. De tweede keer houd ik het tot 55 vol. Er zit progressie in. De derde keer tot 100.

"11:49 uur. De hitte is alles omvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop."

12:12 uur. Piep, piep. 42 km geeft mijn horloge aan. Ik heb een marathon gelopen.

Oké, bijna dan. Nog 195 meter en dan kom ik op het terrein van de ultramarathon. Dat is naast de kick van een eiland over rennen waar het me om te doen is. Richting een ultra. De marathons zijn het opstapje richting het échte grote werk: ultramarathons of kortweg ultra’s. De minimale wedstrijdafstand van een ultramarathon is 50 kilometer, waardoor door sommige ultrarunners wordt beweerd dat je een ultra pas een ultra mag noemen na 50 kilometer. Onzin natuurlijk. Alsof het gebied tussen 42 en 50 geen ultra is. De officiële lezing van een ultramarathon luidt: alles wat verder is dan 42,195 kilometer.

12:19 uur. Piep, piep, 43 kilometer. Ik ben in het domein van een ultramarathon gekomen. En ik loop nog steeds. Wat zeg ik, ik ren nog steeds, al heeft het meer van joggen weg op dit moment. De finish is binnen handbereik en ik besluit dat ik niet meer mag lopen, al bezwijk ik ter plekke van de hitte.

12:23 uur. Nu pas zie ik Korčula liggen. Wat een mooi stadje, en wat nog mooier is: de weg loopt verder naar beneden. De haven zie ik al liggen. Ik tuur met mijn ogen het wateroppervlakte af. Nog geen spoor van Shark en Vriendlief. Ik heb hem na de mislukte poging in Pupnat ook niet meer gesproken. Hopelijk gaat het goed met hem. Ik zie voorbij de haven een grote veerpont liggen en besluit dat dat mijn doel wordt, daar klok ik af. Wanneer ik naar beneden ren voel ik me licht en zwaar tegelijk. Over mijn hele lichaam heb ik kippenvel en dat is niet van de emoties, maar puur van de warmte, ik ben compleet oververhit. Als ik bij de veerpont ben zie ik de groene paal die het eindpunt van het land markeert en ik ren daar naar toe, toe maar, die paar meters kunnen er ook nog wel bij.

12:30 uur. Ik klok. 43,96km. Net geen 44km. Waardeloos. Maar het geeft niet. Ik heb een eiland over gerend en ben in de next stage gekomen, ook als is het maar een mini-ultra. Nu is het zaak om te zorgen dat ik mezelf ga koelen. Want ik merk aan alles dat de hitte mij de baas wordt. Ik moet het water in en wel zo snel mogelijk. Er is geen zwemmersgedeelte bij het oude stadje en ik kijk om me heen waar dan wel. Voorbij de haven zie ik een strandje, maar dat is nog zeker anderhalve kilometer lopen. Ik ren een supermarkt in, haal een ijskoud biertje en loop met het biertje tegen mijn hoofd en wangen richting de haven. De weg tussen mij en het strand wordt versperd door een metershoog hek en ik moet omlopen. Ik begin te panikeren. Ik moet het water in! En wel nu! Na een eindeloze 20 minuten plons ik met kleding en al het water in en trek daar mijn biertje open. Heerlijk! Ik bel Vriendlief en besef dat de winst van mij is, het biertje wordt in één klap nog smaakvoller.

14:24 uur. Shark vaart de haven van Korčula binnen. Ik voel me opgelucht. Ik help Vriendlief aan te meren. Het wordt tijd voor die beloofde fles bubbels en eten, heel veel eten, maar niet voordat we het stadje hebben verkend. Nog meer lopen. Wanneer we aan het einde van de dag terug zijn bij de boot en ik op mijn sporthorloge kijk, schrik ik van het aantal kilometers: 52,5 kilometer. Als dat geen ultra-afstand is, weet ik het ook niet meer!

Race uitslag:

Adventure Virgin: 43,96 km in 6:11 uur en 663 hoogtemeters.
Shark: 32,6 zeemijl (58,7 km) in 8:05 uur en een heleboel golven.

De video van deze race verschijnt op 16 augustus. Monteren aan boord is niet te doen, met veel moeite kon ik dit verhaal schrijven ;-). Dan kun je ook zien hoe Vriendlief deze race heeft beleefd.


Eiger Ultra Trail: zoveel meer dan een race

 

Ik weet het nog als de dag van gisteren. De droge knak waarmee ik mijn enkel brak.

Op 26 juni 2016 veranderde mijn leven. Vandaag, drie jaar later op 20 juli 2019, sta ik aan de voet van de machtige Eiger en klinkt over enkele minuten het startschot om in een ronde van 35 kilometer de uitlopers van de Eiger te beklimmen.

“This is your time, this is your race.” Drie jaar geleden kreeg ik tranen in mijn ogen bij het zien van de trailer voor de Eiger Ultra Trail en het horen van het liedje. Dit is waar ik al drie jaar lang van droom en het afgelopen jaar voor getraind heb. Dit wordt mijn eerste echte bergrace.

Je kunt van te voren nooit weten welke gebeurtenis je leven het setje in de juiste richting geeft. Drie jaar geleden zat ik vast in een leven dat ik zelf gecreëerd had. Ik had het onderwijs ingeruild voor een eigen onderneming, had opdrachten en eigenlijk verliep alles wel prima. Prima, dat was het. Maar, niet top. Ik had net de eerste stap gezet naar een avontuurlijk en zelfstandig leven. Ik was alleen naar Schotland vertrokken voor een trektocht door de Hooglanden. Dat was een waanzinnige ervaring, die ik iedere dag nog koester. Mijn allereerste keer alleen op vakantie. Mijn allereerste keer nieuwe enge dingen doen als links rijden, zelf mijn accommodaties regelen, de bootovertocht, een trektocht door de Hooglanden maken met nul berg- of navigatie ervaring. De allereerste keer mijn eigen boontjes doppen en het avontuur van mijn leven hebben. En dat was het zeker.

Maar wat was dan niet top? Het leven in Nederland. Ik leek geen grip te krijgen op het leven dat ik hier wilde leiden. Het was hol en leeg, ondanks de opdrachten die op papier en in de kroeg heel gaaf klonken, maar wat ik niet echt voelde. Mijn hart ging er niet écht sneller van kloppen.

"Je kunt van te voren nooit weten welke gebeurtenis je leven het setje in de juiste richting geeft."

Waar mijn hart wel sneller van ging kloppen was de ultra-endurance wereld die ik via YouTube en later ook boeken ontdekte.

Een wereld waarin mensen niet in de bergen wandelen, maar er in rennen. En dan niet 10 kilometer of een halve marathon, maar mega afstanden van 50 tot 100 kilometer en daar voorbij: ultramarathons. Als ik deze video’s bekeek en de emoties op de gezichten van de mensen zag die de finish overkwamen, dan sprongen de tranen in mijn ogen. Deze mensen waren diep gegaan. Deze mensen hadden tijdens de trail meer over zichzelf ontdekt, dan ik in een heel werkend leven zou doen. Hier zou het antwoord op mijn zoektocht naar een zinvol en bezield leven kunnen liggen. Je grenzen verkennen en verleggen. Ontdekken uit welk hout je bent gesneden. En dus besloot ik mijn stoute schoenen aan te trekken en te gaan trainen voor de Eiger Ultra Trail, afstand om te beginnen: 35 kilometer. Om de bergen te simuleren moet je niet in Nederland zijn en dus vertrok ik naar de Duitse Eifel om te trainen. En op de tweede dag gebeurde daar het noodlottige en kwam ik tijdens het hardlopen ten val en brak mijn enkel. Ik lag anderhalve week in een Duits ziekenhuis en eenmaal terug in Nederland duurde het herstel vele maanden. Het duurde nog eens anderhalf jaar voor ik weer kon starten met hardlopen, tegen alle adviezen in, maar ik had en heb nog steeds maar één droom: ik wil een ultrarunner worden.

"Deze mensen waren diep gegaan, deze mensen hadden tijdens de trail meer over zichzelf ontdekt dat ik in een heel werkend leven zou doen."

In de weken dat ik aan de bank gekluisterd zat en mijn zelfstandige en avontuurlijke leven in de kiem gesmoord werd, begon ik te fantaseren over een leven waarin avontuur prominenter aanwezig zou zijn.

Ik speelde met de gedachte om Adventure Virgin op te zetten, maar drukte het weer even snel weg. Er moest gewerkt worden. Ik transformeerde mijn bedrijfje naar Grinta Communicatie en stortte me daarop en verwaarloosde mijn avontuurlijke kant. Tot vorig jaar zomer ik besloot dat het genoeg was en ik in twee jaar tijd weer dezelfde kooi voor mezelf had gecreëerd. Mijn leven stond in het teken van werken en geld verdienen. Na een mislukte poging om mijn bedrijf te laten groeien met personeel en freelancers, was voor mij de maat vol. Ik gooide mijn bedrijf dicht en nam een maand vrij. En daarna nog een maand. Ik was er klaar mee. Ik vertrok naar Chamonix om daar in de bergen buiten te spelen en boeken te lezen. En daar nam ik het besluit: ik zet mezelf op de eerste plaats. Ik ga niet eerst een burn-out krijgen voor ik ga inzien dat er maar één persoon belangrijk is en dat ben ik zelf. Ik zocht nieuwe samenwerkingen en investeerde een bak geld, energie en tijd en op 20 november 2018 zag Adventure Virgin het levenslicht. Een platform zonder businessmodel, maar een droom die uitkomt. Hoe ik er mijn geld mee ga verdienen is niet relevant, het belangrijkste is dat het platform met inmiddels trouwe lezers mij motiveert en inspireert om mijn dromen te leven. Ik ben aan een zoektocht begonnen om mijn dromen te leven en avontuur op de eerste plaats te zetten. Deze zoektocht wil ik met je delen.

"En daar nam ik het besluit: ik zet mezelf op de eerste plaats."

“Drei, zwei, eins… Go!”

We zijn gestart en iedereen rent langs me heen alsof we aan een 200 meter sprint zijn begonnen. Ik probeer ze bij te houden, maar al snel word ik gedwongen om te lopen omdat mijn kuiten verkrampen op de eerste berghelling. Na een paar minuten begin ik te gniffelen, maak mijn wandelstokken langer en ga in een rustig tempo de berg op lopen. Ren maar jongens, ik heb helemaal geen zin om te racen vandaag. Vandaag ga ik genieten van het landschap, de sfeer en lekker aanklooien op de afdalingen. Vandaag ga ik genieten van een droom die uitkomt. Vandaag ga ik buiten spelen.


kano loire site met logo

In de voetsporen van Captain Hornblower

 

Au, au. Heet, heet. De onderkant van mijn voetzolen branden.

De spanbanden snijden in onze buiken en handen. Na iedere 20 meter stoppen we en graven we vliegensvlug onze voeten diep in het zand om ze een beetje te koelen. Het kost ons zeker zeven stops om bij het water te komen en als we er dan zijn is het niet eens koud, maar ronduit lauw. Niet de verkoeling waar ik op hoopte. En dan is het zo ver. We smeren ons rijkelijk in met zonnebrand – het is 29 graden – en duwen de kano af.
‘Shit,’ hoor ik Vriendlief vloeken, ‘hij blijft niet drijven!’
‘Verdomme, dat meen je niet!’ roep ik uit.
Op de kano ligt zeker voor 100 kilo aan spullen. Tent, tweepersoonsluchtbed, slaapzakken, kisten met eten, boeken, brandertje, pannen, water en heel wat wijn en bier. Tja, het blijft wel vakantie.
‘Oké, dan moeten we spullen achterlaten,’ roep ik gejaagd terug.
‘Geintje,’ antwoordt hij met een grijns, ‘ik kan jou ook zo makkelijk op de kast krijgen.’

Vriendlief is de liefste jongen van de wereld, maar op dit moment zou ik hem hier ter plekke in de Loire willen verdrinken. Aan de andere kant moet ik ook wel weer grinniken, omdat ik hem na al die jaren op een spoortje humor heb betrapt. Over het algemeen zijn z’n sterke verhalen beter dan zijn grappen. Over sterke verhalen gesproken. Dat we met onze voeten in de Loire staan is niet zomaar. Het is het begin van een sterk verhaal. Een verhaal uit een jongensboek. We treden in de voetsporen van zijn jeugdheld Captain Horatio Hornblower: een boeken serie over een fictieve Britse zeeofficier ten tijde van de Engelse Navy tussen 1792 en 1815, geschreven door C.S. Forester. Het boek dat Vriendlief inspireerde om deze reis te ondernemen is deel III uit de reeks.

kano punt Loire Adventure Virgin

"Dat we met onze voeten in de Loire staan is niet zomaar. Het is het begin van een sterk verhaal. Een verhaal uit een jongensboek."

Captain Hornblower: Flying Colours

Captain Hornblower’s avontuur begint in een gevangenis ergens aan de Spaanse kust tijdens het Bonapartistische strijdgewoel. De Engelse commandant heeft zijn schip moeten overgeven aan de Franse overmacht. Hij kan echter een executie verwachten omdat hij bij een operatie de Franse vlag voerde als krijgslist. Op zijn reis naar Parijs waar zijn executie plaats zal vinden weet Captain Hornblower te ontsnappen en bouwt hij een boot om de Loire af te varen naar de Franse kust. Hornblower lijdt echter schipbreuk op de Loire bij de stad Nevers. Daar wordt hij geholpen door een Franse aristocraat en zijn mooie dochter waar hij uiteraard verliefd op wordt. De boot wordt gerepareerd en samen met de dochter vervolgt hij zijn weg naar de Franse kust.

Begin mei 2018 varen wij in de voetsporen van Hornblower de Loire af. Vriendlief als Captain Hornblower en ik als zijn veroverde Franse liefje. Of zoiets. Ook voor ons is de tocht niet geheel zonder risico. Meerdere mensen hebben het geprobeerd. Te lage waterstanden, noodweer of wakker worden zonder boot of kano zijn geen uitzondering. Genoeg reden voor ons om een kano te kopen, op de auto te laden en richting Frankrijk te rijden.

"Te lage waterstanden, noodweer of wakker worden zonder boot of kano zijn geen uitzondering."

kanotocht op de Loire

Dag 1 In het ritme komen

En zo staan we dus met onze oververhitte voeten in het lauwe water van de Loire bij Nevers. De kano blijft net drijven, hoewel hij niet bepaald stabiel is en we zetten koers richting… ja waar eigenlijk. We hadden gehoopt 8 dagen te varen, maar het weer zit niet mee. Slechts 5 mooie dagen zijn voorspeld, dus het is nu of nooit en we zien wel waar we uit komen.

Na 20 minuten peddelen voel ik mijn armen al. Die duurbetaalde crossfit lessen leveren toch niet op wat ze zouden moeten doen. Maar het hoort erbij, je lichaam moet wennen dat het actie moet leveren in plaats van dat getyp wat ik normaal doe. Na drie uur peddelen en 17km houden we het voor gezien. We zoeken een plekje op een eiland in de rivier.

We vinden een mooi eiland met een prachtig strand en boompjes. We zijn echter niet de eerste aan de sporen van het vuurtje, voetstappen in het zand en de enorme hoop wc-papier te zien. Bah! Hoe vies kunnen mensen zijn. Toch maar op zoek naar een ander strandje. Na wat organiseren en opruimen hebben we een prima kamp. Vriendlief graaft een koelkast en we gaan vervolgens met onze stoeltjes in de rivier zitten met lauw bier en rosé. Geen overbodige luxe, want niet alleen de mijn voetzolen branden van de helse sleeptocht met de kano door het hete zand, ook de bovenkant van mijn voeten zijn flink verbrand. Na 2 uur lezen en badderen in de rivier ruiken we het water in de lucht. En ja hoor, als we ons omdraaien is de lucht gitzwart. Het zou 3 dagen droog blijven. Niet dus. Maar goed dat we last minute een zwemvest hebben gekocht, want het gaat er die avond flink op.

"We komen steeds dichter bij de brug. En dan hoor ik het. Geraas. Gebulder. Kolkend water."

Dag 2 Paniek

De volgende dag blijkt dat zwemvest levensreddend, althans als we echt waren omgegaan. Maar een zinkende kano met 200 liter water erin en al onze spullen tel ik ook als een levensbedreigende situatie. Hoe we dat voor elkaar hebben gekregen? Nou, door accuraat handelen aan Vriendlief’s kant is het net goed gegaan en door laksigheid aan mijn kant zijn we überhaupt in de penibele situatie terecht gekomen. We zijn gaan kanoën zonder kaarten of informatie over de route. Voor mij geen probleem. Zo ga ik altijd te werk. Ik fiets of wandel maar gewoon een eind heen. Aan een gedegen voorbereiding heb ik een broertje dood. Maar goed, ik had maar één taak voorin de kano: OPLETTEN. Takken, ondieptes, maar ook én nog veel belangrijker uitkijken naar stroomversnellingen en dammen! Want die zijn talrijk aanwezig in de Loire.

‘Floor, gaat dat goed?’
‘Ja hoor, maak je niet druk,’ roep ik nonchalant terug, ‘klein stroomversnellinkje.’
Plons hele bak water over ons heen. Ik giechel zenuwachtig, dat ging maar net goed.
‘Floor, wat hoor ik? Gaat dat goed daar straks bij de brug?’
‘Jahaaa,’ roep ik geïrriteerd terug. Paniekzaaier. Wel zie ik een streep op het water verschijnen. Dat is het verraderlijke, omdat je zo laag op het water zit zie je de waterversnelling aan de andere kant niet. We komen steeds dichter bij de brug. En dan hoor ik het. Geraas. Gebulder. Kolkend water.
‘DAM!!!!’ gil ik.
Dit is zo’n momentje in een film waarbij mensen op een waterval afgaan en naar beneden storten. Ik doe het bijna in mijn broek. Oké, dit was het dan. Geestelijk bereid ik me voor op het ergste, we gaan om. Het wordt happen naar adem en zwemmen voor je leven. Het moment om naar de kant te gaan is voorbij, we gaan er midden op af. Achter me hoor ik gevloek en getier. Ik sluit me af. Daar gaan we dan.

Bonk. Met een klap duik de punt het water in en een bak water komt over me heen. Bonk. Weer een klap. We raken de bodem. Bonk. Nogmaals en nogmaals. Ineens hoor ik achter me: ‘Peddelen Floor!’
Ik peddel alsof mijn leven ervan af hangt. Niet onverstandig in een situatie als deze. Mijn armen verzuren. We hebben het gehad, denk ik en ik wil me omdraaien.
‘Stop blijf in het midden zitten, we zinken!’ Dit keer is het geen grap. Het water staat tot 10cm onder de rand IN de kano! We moeten hozen, gaat het door me heen. Ik pak mijn waterfles, smijt de dop weg, maar hij zit nog helemaal vol. ‘Stop met bewegen, verdomme! Naar de kant peddelen!’ hoor ik achter me. Ik peddel zo snel mogelijk naar de steile oever met bramenstruiken. We glijden weer weg. Ik grijp de doornige struiken vast en trek de kano naar de kant. Dit was net iets té avontuurlijk. ’s Avonds op het eiland drinken we nog maar een paar extra wijntjes tegen de schrik. Moet ook wel, want het drinkwater heb ik weggegooid….

"Stop blijf in het midden zitten, we zinken!" Dit keer is het geen grap.

Dag 3 Dorst

De volgende dag staat in het teken van dorst. Met tongen als uitgedroogde lappen leer bereiken we in de middag een dorpje met een winkeltje. Wat kan vers drinkwater goddelijk zijn.

Dag 4 Kernwasser Wunderland

De Fata Morgana van de Efteling is er niets bij. Onder luid gekwaakt van kikkers en getjirp van vogels varen we langs blauwe libellen met zwarte vleugeltjes, ontelbare reigers en een geschrokken hertje langs de groene oever. Ik maak Vriendlief helemaal gek met het liedje van Efteling carnaval festival: ‘Taa tata Taa tata Tatata!!’ Inclusief de draaiende handjes in de lucht.

’s Avonds strijken we onder de rook van de kerncentrale op een eilandje neer. Een donkere onheilspellende lucht met veel onweer erin komt opzetten. Pats, de eerste dikke druppels vallen al. Snel zetten we de tent op, proppen alle spullen in de tent en gaan er zelf tussen liggen. Om de tijd te doden trekken we een fles wijn open en spelen een potje pesten. Dan hoor ik geschreeuw. Er staat iemand in onverstaanbaar Frans te roepen. En dat is al snel onverstaanbaar aangezien ik geen Frans kan. Zou hij het tegen ons hebben? Geen idee. Ik hou het er maar op dat deze man even zijn frustratie van zich af staat te schreeuwen tegen het onweer.

Als we na de stortbui met een wijntje van het panoramische uitzicht genieten komt een feloranje bol achter de wolken vandaan. Het is de maan. Iedere krater is met het blote oog te zien. De maan verlicht het sprookjesachtige landschap. In het water zien we iets zwarts bewegen. Er komt een otter langs gezwommen. Hij kijkt niet op of om en zwemt doodleuk naar zijn holletje op het eilandje schuin tegenover ons. We kijken elkaar aan. Dit is het leven.

"Een donkere onheilspellende lucht met veel onweer erin komt opzetten."

Dag 5 meer landmijlen dan zeemijlen

We worden vreemd aangekeken door de mensen die in het treintje zitten en ons voorbij rijden. We sleuren al 3 kilometer de zware kano op de twee gammele wieltjes door een dorpje naar de camping. Braire is het eindpunt van waar we morgen de trein zullen pakken terug naar Nevers om daar de auto op te halen. ‘s Avonds barst het onweer weer los. En na 5 dagen wordt het tentje toch wel wat klein voor zoveel slecht weer. Maar we komen zeker nog eens terug om de tocht af te maken.

Voor iedereen die op de Loire wil kanoën, zou ik willen aanraden doe dit in juni en niet in mei. Kans op beter weer is dan groter. En pas op met de waterstanden eind juli en augustus. Grote kans deze op de meeste plekken dan te laag zijn om nog te kunnen kanoën. O en doe misschien toch ook iets aan voorbereiding, een kaart en genoeg drinkwater. Veel plezier!


marathon Rotterdam Floor Finish

Mijn eerste marathon: Rotterdam

 

De eerste zweetdruppels parelen al over de gespannen koppies naar beneden.

Achter de indrukwekkende skyline van Rotterdam piept de zon tevoorschijn en zodra hij mijn huid raakt weet ik: dit gaat een warme dag worden.

De spanning in het startvak is duidelijk voelbaar. Het is stil. Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht. Vaseline wordt doorgegeven, nog wat water gedronken, veters gestrikt. De tijd gaat traag en stroperig voorbij. Om vijf over tien klinkt eindelijk het startschot voor het eerste vak. Na 20 oneindig lange minuten mogen ook wij starten.

Ik voel kriebels in mijn buik als ik de befaamde Zwaan oploop. Er wordt gejuicht en geschreeuwd alsof we er al een marathon op hebben zitten. Maar we zijn slechts begonnen.

Na anderhalve kilometer laten we de drukte achter ons en word ik geconfronteerd met de werkelijkheid. Eindeloze lange en vooral saaie asfaltwegen met een handjevol mensen aan de kant. Geen muziek, geen aanmoediging. Onder de lopers heerst gespannen stilte. Tijd voor muziek en ik doe mijn oortjes in.

5 kilometer. Ik moet plassen. En niet zo’n beetje ook. We hebben ruim 50 minuten in het startvak gestaan, heel veel water gedronken en dat moet er nu uit. Maar waar blijft die wc? Ze zouden er toch om de paar kilometer staan? En inderdaad, terwijl ik op zoek was naar witte bordjes met WC erop staan er her en der langs het parcours dixies.

10 kilometer. Tweede waterpost, de eerste ben ik voorbij gelopen, maar ik voel nu dat dat niet verstandig is, want hoewel ik een camelbak om heb ga ik er snel door heen. Te snel. Net als mijn looptempo. Ook te snel. Ik wil niet stoppen, dat is namelijk later in de race killing voor je benen en nog erger mentaal. Dus ik moet mezelf een tactiek aanleren om al rennend water te drinken en over me heen te gooien om te koelen. Aangezien ik een pet en zonnebril op heb is water op je hoofd krijgen een gedoe en de zonnebril vliegt door de lucht. Door de wirwar van benen krijg ik hem niet te pakken. Gelukkig is er een loper die hem voor mij opraapt. De bril is bekrast en de wereld heeft horizontale strepen gekregen.

Marathon Rotterdam Floor Startvak

"Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht."

15 kilometer. We zijn weer bij een waterpost aanbeland.

Inmiddels heeft iedereen het systeem door van voorsorteren naar juiste kant van het parcours en drinken pakken, behalve deze vrouw. Ik steek mijn hand uit om een beker water van een vrijwilliger te pakken en krijg een ellenboog in mijn rug, waarna ze vol tegen mijn arm aanloopt, ze een kreet slaakt en met lege handen de waterpost voorbij rent. Het liefst zou ik nu een sprintje trekken om haar vol tegen de grond te hoeken. De warmte doet wat met een mens. Nu al. Ik heb totaal geen zin in ruzie bij waterposten.

21kilometer. Half way. Nu gaat het beginnen. Het rechter bovenbeen begin ik al te voelen, shit nu al.

25 kilometer. Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me. Het doet er niet toe wie je bent, wat voor werk je doet, hoe je eruit ziet, waar je vandaag komt of welk merk kleding je draagt, iedereen ondergaat nu hetzelfde. We lopen niet tegen elkaar, we lopen tegen onszelf. Er zijn geen woorden nodig om deze onderlinge verbondenheid te voelen.

27 kilometer. Terug op de Erasmusbrug. Ik ben net ingehaald door de pacers met finishtijd 4:10. Tot kilometer 25 had ik de stiekeme hoop dat ik in 4:10 zou kunnen finishen. Het was de overmoed die sprak, want ik had mezelf maar één doel gesteld en dat was finishen, heel en in één stuk. Ik probeer een tandje bij te zetten, maar het asfalt plakt als kauwgom aan mijn zolen, de helling van de brug is te groot. Laat gaan Floor, spreek ik mezelf vermanend toe. Het echte werk moet nog beginnen.

30 kilometer. Nu pas! Nee, dit is onmogelijk! Nog 12 kilometer, hoe dan?

"Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me."

Marathon Rotterdam rennen Floor

32 kilometer. Welkom in de hel.

We lopen door het Kralingse Bos. Hier ben ik voor gewaarschuwd. Nauwelijks toeschouwers, geen muziek. Alleen verzengende hitte en lopers die de moed opgeven, ze gaan wandelen. Stilstaan. Zitten. Liggen.

33 kilometer. Ik ben nog steeds in de hel. Mijn benen zijn op en mentaal begin ik in te storten. Ik troost mezelf met de gedachte: hier heb je voor getraind. Laat de emoties maar als golven over je heen komen. De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen.

35 kilometer. De hel is een oneindige diepe put. Overal om me heen zijn mensen gaan wandelen. Sommige lopers heftig hun hoofd nee-schuddend. Anderen zuchtend en hardop vloekend. Ik ren door. Ik mag alleen stoppen als ik moet overgeven. Geen excuses, blijven rennen.

37 kilometer. De bodem is nog niet bereikt. De golven aan emoties hebben plaats gemaakt voor golven van misselijkheid. Bij de drinkpost spoel ik mijn mond met water en sportdrank. Drinken kan ik niet meer verdragen, eten al een aantal kilometers geleden niet meer. Boerend van de misselijkheid ren ik door. Blijven rennen.

38 kilometer. Nog een klein half uur rennen, als ik het tempo opvoer naar 6 minuut per kilometer dan is het nog 24 minuten. No way, dat ik nog langer dan 24 minuten ga rennen. Dat is de max, langer kan ik niet. Dus tandje erbij Floor. Hoe sneller je rent, hoe sneller de hel voorbij is.

39 kilometer. Waar blijft die 40?

40 kilometer. Nog 12 minuten. Dan eindigt deze hel.

Nog 1000 meter staat er op de grond. Oké, blik van de grond halen. Kom uit die tunnel. Kijk om je heen, probeer te genieten. Dit is je moment. De laatste 1000 meter naar de finish. Glimlach. Geniet. En blijf rennen.

Nog 250 meter. Ik loop de Coolsingel op. Dit. Is. Het. Waar is de muziek? Waarom juichen de mensen niet? Ik steek mijn armen in de lucht en roep héééééhh! Een paar mensen kijken verschrikt op. Anderen kijken me aan alsof ik achterlijk ben. Een enkeling klapt.

marathon Rotterdam Floor Finish

"De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen."

42,195 kilometer. Blieb blieb, zegt het trackingsysteem.

4:21:37 geeft de klok aan. Ik kan eindelijk stoppen met rennen. Alles blokkeert. Ik kan bijna geen stap meer zetten. De adrenaline is op en de teleurstelling overvalt me. Ik had na deze mythische tocht minstens een heroïsche finish verwacht. Ik had verwacht vol emoties jankend en snotterend onder hysterisch applaus en een confetti-regen over de finish te komen. Maar niets van dat alles.

Waar blijven ze met die medaille, gaat het door me heen. Of met dat gouden isolatiefolie? Waar staat Aboutaleb? Waar is iedereen om mij te ontvangen als held? Ik kijk om me heen. Zucht eens diep. Dan doe ik maar wat ik de afgelopen 42km ook heb gedaan: lopen. En na eeuwige meters staan daar wat puisterige jongens met medailles. De jongen wil hem bij mij omhangen, maar ik gris de medaille uit zijn handen. Daarna volgen appels en bananen. Rot op, met je appels, ik heb net 4000 calorieën verbrand. In de tas van Vriendlief zit chocolademelk en een punt cheesecake! Daarover gesproken. Waar is Vriendlief? Goddomme. Ik heb hem bij de finish niet gezien. Na wat gebel en geapp blijkt dat hij 250 meter verderop staat en inderdaad mijn finish gemist heeft.

Ik heb zeker een uur nodig om mijn irritatie en misselijkheid te laten zakken. Vloekend en boerend loop ik door de drukte op zoek naar een plek waar ik kan zitten. Ik wijt het maar aan een lage bloedsuikerspiegel. Na een uur heb ik mezelf bijeen geraapt en kan ik eindelijk een terrasje op strompelen. En daar drink ik samen met Vriendlief een van de lekkerste biertjes die ik ooit geproefd heb.

The day after

Als ik mijn ogen open doe weet ik het zeker: ik heb geen marathon gelopen, maar ben de overlevende van een verkeersongeluk. Er zijn minstens drie vrachtwagens over me heen gereden. Alles doet pijn. Mijn benen, mijn kapotte tenen, mijn nek en schouders, mijn buik. Wanneer ik mezelf uit bed hijs komt de misselijkheid weer in golven omhoog. Ik strompel naar de badkamer. In de spiegel bekijk ik mezelf. Ik voel trots. Ik ben trots op mijn lichaam. Trots dat het zo sterk is. Dat het me zo ver gebracht heeft. Ik geloof dat ik die dag ondanks de spierpijn toch wat rechterop loop.

Toen ik de ochtend daarop voor de spiegel ging staan, zag ik mezelf weer ongefilterd en hekelde ik alle imperfecties. De marathon leek alweer zo ver achter me te liggen. Een verontrustende gedachte ging door me heen: Had ik écht wel alles gegeven? Of zou ik nog dieper kunnen gaan?

Om daar achter te komen heb ik me ingeschreven voor een nieuwe marathon. De marathon van Valencia. Watch me, I’m just starting…

Bekijk ook de video van de marathon van Rotterdam.

https://www.youtube.com/watch?v=VbGd-hy-Wps


Jezelf leeg lopen tijdens duurlopen

 

Eens per week ren ik de lange duurloop.

Nu richting de marathon is dat 30+ km. Volgens velen train ik te veel. Maar ik train niet voor de marathon. De marathon is een training voor de Eiger. En de Eiger is een training voor een ultra. Want dat is mijn échte droom.

Ik houd van deze lange duurlopen. En tegelijk zie ik er tegen op. Bij deze duurlopen waarbij ik inmiddels bijna 4 uur ren, ga je de strijd aan met jezelf. En het is niet zozeer de fysieke strijd, ja alles gaat pijn doen, maar het is veel meer een mentale en emotionele strijd. Je hoofd wilt altijd eerder opgeven dan het lichaam. Na 2 uur rennen ben ik er wel klaar mee, dan wil mijn hoofd opgeven, maar dan zit ik eigenlijk pas op de helft. Iedereen heeft wel eens van Engelse uitspraak ‘you have to dig deep’ gehoord. Maar hij krijgt pas betekenis nu ik de uren en kilometers aan het opvoeren ben.

.

"De Engelse uitspraak 'You have to dig deep' krijgt pas betekenis nu ik de kilometers en uren aan het opvoeren ben."

Na twee uur kan het landschap je niet meer bekoren,

de lieflijke krokussen, de knoppen die uitkomen, de paarden die rondlopen, dan wil je alleen nog maar stoppen. Dan begin ik al stiekem te denken aan de finish die bij mijn voordeur ligt, dan denk ik aan hoe lang het nog is. Killing. In het hier en nu blijven is de truc, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Om de pijn te verzachten luister ik naar boeken. De boeken verhalen over mensen die het veel zwaarder hebben dan ik. Het zijn expeditieboeken, survivalboeken, avonturenboeken. Boeken waar mensen vechten op leven en dood bovenop een berg, wereldrecords proberen te breken op de fiets of rennend, herstellende alcoholisten en verslaafden die zichzelf kwijt waren en weer vonden in extreme sproten en dan denk ik: Floor dit is maar een peulenschilletje.

"Hoogte- en dieptepunten komen en gaan."

Een andere tactiek om de mentale en fysieke strijd aan te gaan is door te relativeren.

Een dag kent 24 uur, wat is dan 4 uur rennen en je inspannen? 4 uur oncomfortabel zijn en de strijd met je jezelf aangaan. Merendeel van je dag besteed je nog steeds aan comfortabel op de bank hangen, in bad liggen of door te slapen. Ik vraag aan mijn lichaam dus maar 4 uur van de 24 uur even een tandje bij te zetten, zo moeilijk is dat toch niet?

Hoogte- en dieptepunten komen en gaan en na een dieptepunt waarbij je eigenlijk wilt stoppen kan zomaar na 3 uur eer weer een opleving komen en boor je een nieuwe energiebron aan waardoor je toch weer verder kunt. Maar ik zal niet ontkennen: het allerlekkerste gevoel is toch wanneer ik de voordeur binnenstap. Met verkrampte benen de trap op strompel en het bad laat vollopen. Een kan thee erbij en een bak kwark met fruit en noten maakt mijn welverdiende geluk compleet.

Kom maar op marathon van Rotterdam ik ben er klaar voor!

Volg mijn trainingen op Instagram en bekijk ook mijn vlogs op mijn YouTube kanaal.


Stilte voor de storm – deel 2

 

‘Een orkaan?! Je maakt een grapje!’

Vriendlief is nogal van het overdrijven en de sterke verhalen. En inderdaad niet een orkaan komt over Skye heen, maar wel de nasleep daarvan. En dat betekent veel wind en een hoop regen. Oftewel in goed Nederlands: hondenweer. Daar gaat mijn weer window. Het zou in die elf dagen precies drie dagen relatief mooi weer zijn: twee zonuren per dag en 40% kans op neerslag. Voor Schotse begrippen mooi weer. Planning was om over de bergkam van het Trottenish gebergte van het Noordelijkste puntje van Skye naar de hoofdstad Portree te lopen. Maar het restje orkaan gooide roet in het eten.

Tijd voor plan B.

Dag 6: Dunvegun

Waar ik nu dan toch weer terecht ben gekomen. Terug naar de basis is wat ik wilde met mijn tent op het Trottenish gebergte, maar dit komt ook wel in de buurt daarvan. Ik heb een kamer in Dunvegun en primitiever kan het niet. De ‘supermarkt’ uit het dorp bestaat uit een grote diepvrieskist met – hoe verrassend – magnetronmaaltijden en een kast met blikvoer. De kamer waar ik verblijf heeft geen tv en geen internet en stinkt vreselijk. Wel is het een room met een view en wat voor één.

Morgen wordt een rustdag. Ik ben zo vreselijk moe. Vandaag ben ik op de berg in slaap gevallen. Wel nadat ik eerst was gaan liggen. Morgen komt de storm aan land dus moest ik vandaag de Quirang bewandelen en de Prisoner beklimmen. Na vier uur rondgelopen te hebben besloot ik even te gaan liggen en zijn de oogjes dichtgevallen.

Op weg naar mijn nieuwe onderkomen heb ik een lifter meegenomen. Ik hoorde direct de stem van Vriendlief: ‘Ben je helemaal gek geworden! Je hebt een huurauto, je mag geen lifter mee nemen!’ Maar het was een onschuldig Frans meisje. Een stinkende backpacker met dreadlocks had ik laten staan (die kwam ik drie dagen later tegen). We hebben gezellig gebabbeld en ik heb haar afgezet in de hoofdstad.

"Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek."

Dag 7 : nog steeds Dunvegun

Zoveel te zien en zo weinig tijd. Compleet oververmoeid. Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek. En overal waar ik kwam ging het door me heen: ik had op dit schiereiland of deze landtong een kamer moeten huren. Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial. Overal waar ik ben denk ik: had ik niet beter… en vul het maar in. Fomo (fear of missing out) heb ik al jaren geleden uitgevonden, nog voor het een begrip én een hype werd. En dankzij mijn hardnekkig fomo en daaruit voorkomende keuzestress kom ik nooit, maar dan écht nooit, uitgerust terug van een reis, alleen maar gestrester en in de wetenschap dat ik meer dingen níet gezien heb dan wél.

Aangezien ik de geplande rustdag toch al overboord heb gegooid kan ik net zo goed meer van het eiland gaan bekijken en zo kom ik bij het sprookjesachtige Neist Point: een verlaten vuurtoren. Hier zou ik wel een tijdje willen wonen. Wat ik overigens niet zou aanraden zijn de troosteloze Fairy Pools. Wat een kapot gelopen en smerige bende is dat zeg, de naam fairy kan het troosteloze gebeuren niet redden.

Maar niet alleen ik ben onrustig, er hangt hier iets in de lucht, naast de storm die woedt en de huizen en het landschap laat kraken. In de supermarkt, het tankstation, het café en op de radio hoor je ze smoezen, er hangt een geagiteerde sfeer, een negatieve lading. De Schotten zijn teleurgesteld en boos op de Engelsen. Tijdens mijn verblijf in Schotland stemde de EU in met de Brexit.

"Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial."

Dag 8 Talisker Bay

Bam! Weer word ik door de wind omver geblazen. Ik ben op het zwarte strand van Talisker Bay. De storm is in volle gang. De zee buldert, de wind beukt. Maar ik geniet. Bij storm moet je aan zee zijn. Niet erop. Het primitieve bevalt me wel hier in het westen van Skye en even speel ik met de gedachten om de ferry naar de Outer Hebrides te nemen, maar als ik de zee zo zie razen bedenk ik me. Morgen vertrek ik naar het binnenland en ga nog noordelijker. Of dat verstandig is, aangezien ik over drie dagen het vliegtuig moet pakken, waarschijnlijk niet.

Dag 9 Knockan Crag

Deze ochtend ben ik bij het nationale park Knockan Crag geweest. Compleet verlaten, maar wat verbaasde me: het toiletgebouw was open en ook de computers in het infocentrum buiten flikkerde aan toen ik er op tikte. Een post-apocalyptische ervaring. Ik leerde over de ontstaansgeschiedenis van Schotland. En dat Schotland en Engeland twee aardschollen zijn die toevallig tegen elkaar gebotst zijn en dat ze echt andere roots hebben zowel in steen als volk. De trotse Schotten stammen af van de Vikingen. De Engelsen stammen af van… geen idee waar de Engelsen vandaan komen. Of naartoe op weg zijn…

Deze manier van reizen: rondrijden, wandelen en telkens ergens anders slapen is voor mij een eerste keer. Ik voel me vaak schuldig, dat ik binnen slaap en niet de kou en wind ontbeer van buiten. Ja, overdag ben ik buiten, maar dat telt niet. Dat wat ik doe nep is. Misschien komt het wel omdat ik van te voren niet goed genoeg heb nagedacht wat ik zou gaan doen. Een beetje vaag in mijn hoofd had ik rondrijden en mooie plekjes spotten en wel zien waar ik terecht kom. Dat was de droom, nu sta ik bij iedere kruising te twijfelen: welke kant ik op moet, wat ik wil zien. En ervaar ik dus die verdomde fomo en keuzestress. Keuzestress in the middle of nowhere van Schotland. Ik zei het je al, een echte millenial.

"De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je."

Bij de ruïne van Ardvreck Castle begint het te hagelen. Wanneer ik de auto in vlucht hoor ik op de radio het liedje O Children uit Harry Potter. Ook dat nog. De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je. Het kruipt onder je huid. Ik ga straks in Ullapool de kachel aansteken, in een hoekje kruipen en een jankfilm opzetten. Misschien wel Harry.

Dag 11 van Inverness naar Edinburgh

Paniek! Ik moet het vliegtuig halen. Met 80 mijl per uur race ik over de wegen, hier en daar glij ik vervaarlijk door de bocht en moet ik auto’s ontwijken. Ik rijd over de mooiste weg van heel Schotland, de A82 door de Glen Coe vallei. Alleen in de verkeerde richting! De Three Sisters heb ik net achter me gelaten.

Op de weg heerst complete chaos. De Schotten zijn helemaal gek geworden, overal stoppen mensen, hun auto’s half in de veenmoerassen geparkeerd of gewoon midden op de weg. Na de storm, die een week duurde, heeft de hemel zich geopend en de hele Glen Coe vallei kleurt goud. Het is windstil en de lochs weerspiegelen de fluwelen bergen met de witte toppen. Het is spectaculair.

Tranen springen in mijn ogen van schoonheid, maar bovenal van pure frustratie. Ik heb nog drie en half uur om mijn vliegtuig te halen en volgens mijn navigatie heb ik ook precies drie en half uur nodig om het vliegveld te bereiken. Ik trap het gaspedaal nog dieper in. Ik heb tijd in te halen. Maar daarom huil ik niet. Het enige wat ik voel is spijt. Spijt dat ik niet de tijd heb genomen om Glen Coe te bekijken, spijt dat ik niet naar Fort William ben geweest, spijt dat ik vergeten ben dat het hier zo ongelooflijk mooi is. Mijn fomo wordt bevestigd. Dít is by far het mooiste stuk Schotland. Ik heb nog iets om voor terug te komen.

Lees ook Stilte voor de storm – deel 1


Ik leefde een maand als miljonair, dit is wat ik leerde

 

1 januari 2019 ontwaakte ik als miljonair. Niet omdat ik de staatsloterij had gewonnen, maar omdat ik dat besloot. En ik leerde een aantal waardevolle lessen.

Allereerst miljonair zijn draait niet om geld. Laat dit even op je inwerken. Het draait om tijd. Tijd om je droom te leven. De meeste mensen willen niet rijk zijn, maar een rijk leven leiden. Om een rijk leven te leiden heb je in de eerste plaats tijd nodig. Je kunt al het geld in de wereld hebben, maar als je geen tijd hebt om het uit te geven heb je er niets aan.

Wat zou je doen als je miljonair zou zijn,” was een van de eerste vragen die de businesscoach aan mij stelde. Ja, ook ik moest eraan geloven, mijn poging om met mijn onderneming te groeien door personeel aan te nemen was mislukt, dus was er paniek hoe dan wel te groeien. En vanwege het dogmatische heilige geloof van groei in onze maatschappij eindigde ik bij de businesscoach. Gouden tijden voor hen. “Ik zou tijd kopen” was mijn antwoord op haar vraag.

Voor mij ontbrak het de laatste tijd aan tijd. Als ondernemer was ik druk druk druk. Rennen, vliegen, in de auto eten, altijd bereikbaar zijn, altijd ‘aanstaan’. Aan het einde van de dag was ik moe, wat ik voor het gemak hield op voldaan. Minder confronterend. En ’s nachts lag ik wakker. Was dit het leven dat ik wilde leiden? Dan droomde ik over wat ik zou doen als ik de tijd voor mezelf had. Maar zodra de wekker ging vervloog de droom. Eerst werken, dan spelen. Eerst de realiteit, dan de dromen. Eerst geld verdienen, dan tijd kopen.

"Miljonair zijn draait niet om geld. Het draait om tijd. Tijd om je droom te leven."

Net als geld lijkt ook tijd een beloning te zijn geworden. Tijd voor jezelf helemaal. Dat staat helemaal onderaan het to do-lijstje als de rest is afgehandeld. Beetje vreemd als je erover nadenkt, want tijd is het enige wat we hebben. Het is letterlijk ons leven. Onze tijd dat we op aarde zijn. We hebben geleerd om met de tijd die we hebben gekregen te werken, daarmee centjes te verdienen en dan vervolgens onze tijd terug te kopen.

Dus besloot ik 1 januari direct als miljonair te handelen en niet te wachten tot die miljoen op mijn bankrekening had staan. Ik zou gaan doen wat het gros van de mensen zouden doen als ze miljonair zouden worden en dat is minder werken en meer tijd besteden aan de écht belangrijke dingen in het leven: aandacht voor familie en vrienden, tijd hebben om te werken aan hun dromen en misschien zelfs een hobby. En dat heb ik gedaan.

De afgelopen maand heb ik meer quality time doorgebracht met mijn vriend dan het afgelopen jaar. Ik heb met hem geluncht en gewerkt in de Euromast, hem meegenomen naar Parijs en hem vertelt hoeveel ik hem waardeer. Ik had tijd om te trainen voor de marathon, in januari heb ik bijna 200 kilometer hardgelopen, daar gaat een hoop tijd in zitten. En ik heb gewerkt. Gewerkt aan mijn droom Adventure Virgin, aan verhalen en nieuwe activiteiten.

"Dan droomde ik over wat ik zou doen als ik de tijd voor mezelf had."

Hoe financierde je je miljonairsbestaan, hoor ik je denken.

Simpel: door deze maand af te kopen met geld. Af te kopen ja, want de hypotheek en verzekeringen lopen gewoon door. En nee Vriendlief betaalt niet voor mijn miljonairsbestaan. Ik heb dus ook geen geld als water uitgegeven. Oké nou ja misschien dan in Parijs, daar heb ik het wel wat breder laten hangen. Wat ik niet heb gedaan omdat ik het te duur vond en waar ik de hele maand verlangend naar uitkeek? Een stuk cheesecake eten. Kosten 4,25 euro. Vond ik te duur.

De belangrijkste les die ik leerde als miljonair: je hoeft geen miljonair te zijn om als miljonair te leven. Het winnende lot heb je zelf in handen. Laat tijd als beloningsmechanisme los. Tijd kan namelijk ook een voorwaarde zijn om geld te verdienen. Als miljonair heb ik geen geld gepind, maar tijd geïnd en dat gaat mij straks geld opleveren.

Wanneer gun jij het jezelf om miljonair te zijn?


Stilte voor de storm – deel 1

 

‘Turn left at the field with the sheeps.’

Ik heb zin om heel hard te schreeuwen tegen deze vrouw. Waarschijnlijk doe ik dat ook al. Het is steekdonker. Ik kan toch niet zien wat er in de wei rondloopt! En daarbij, om ieder veld staan van die schotse muurtjes die je het zicht ontnemen. Met één hand aan het stuur en met de andere hand de telefoon aan mijn oor klemmend rijd ik om acht uur ’s avonds in blinde paniek over de single tracks. ‘Do you see the white house?’ Wat een aanwijzing, ik ben in Schotland: alle huizen zijn hier wit. Maar wacht, daar in de verte, een eind van de weg tussen de bomen zie ik een wit huis. ‘Yes, yes, I see it!’ roep ik opgetogen uit. Ik heb het gevonden! De stem aan de telefoon vertelt me echter iets anders: ‘Then you have driven too far, turn and try again.’ Aaah…

Dag 1: Dunkeld

Wanneer ik de volgende dag ontwaak op de schapenboerderij en mijn gordijnen open, zie ik ze staan: Haggis op pootjes. Na nog twee pogingen is het gisteravond gelukt om het karrespoor te vinden en heb ik de schapenboerderij bereikt. Nu kan mijn vakantie echt beginnen. Veertien heerlijke dagen… Wacht veertien, hoezo veertien? Ik pak mijn telefoon erbij en tel de dagen tot ik weer terug moet. Het zijn er maar elf. Oké, elf heerlijke dagen liggen voor me waarin ik kan doen wat ik wil en zelf kan bepalen waar ik naar toe ga.

Een uur later…

Ik sta op een kruising nat te regenen. Ga ik linksaf het dorp in of rechtsaf de heuvel op? Links of rechts. Links. Rechts. Ik sta te dralen. Een vrouw met drie hondjes loopt langs me. Of ik de weg kwijt ben vraagt ze. Nee, ik heb last van keuzestress. Maar dat zeg ik niet. Wat is een mooie route? vraag ik haar. De heuvel op. Dat dacht ik al. Dus loop ik met haar en de drie hondjes de heuvel op. Onderwijl vertelt ze me alles over de omgeving en waar je de beste uitzichten kunt vinden. Ze is een geschenk uit de hemel.

"Ik heb het gevonden! De stem aan de telefoon vertelt me echter iets anders."

Dag 2: nog steeds Dunkeld

Paniek! Over een uur moet ik het huisje uit en ik heb nog geen slaapplaats voor vanavond. Gisteravond heb ik AirBnB op mijn telefoon geïnstalleerd en dat zou het antwoord op mijn slaapplaatsen probleem moeten zijn. De keus bleek beperkt, want de meeste slaapplaatsen moet je dagen, zo niet weken van te voren boeken. Plus, ik wist (en weet nog steeds) niet waar ik naar toe wil, dus heb ik eindeloos gescrold, tot ik dacht: laat maar, ik doe het morgen wel. Maar die paar opties van gisteravond waren natuurlijk geen optie meer deze ochtend.

Met de deadline van 5 minuten in zicht ram ik op de plaats Nethy Bridge, kamers boven een pub. Het moet maar.

Dag 3: Nethy Bridge

Ik heb kaarten gedownload van het gebied de Cairn Gorms en gisteravond op mijn kamer een berg uitgezocht. De hoogste uiteraard. Die ga ik beklimmen. In mijn berggids staat met koeienletters: ‘afgeraden wordt in de herfst en winter deze berg te beklimmen, speciale klimuitrusting is vereist’. Dat zal zo’n vaart niet lopen, denk ik. Als ik de parkeerplaats op rijd zie ik net een hele groep wandelaars vertrekken. Nou ja wandelaars, zeg maar gerust bergbeklimmers, touwen, helmen, de hele rataplan sjouwen ze op hun rug mee. De twijfel slaat toe. Maar die is van korte duur, want de teleurstelling neemt het over. De berg die ik wilde beklimmen, of ik moet zeggen op wandelen, is afgesloten wegens een puinlawine. Ik word gedwongen een andere route te nemen waarbij ik door de Chalamain Gap moet, een puingoot. Een waar klim- en klauterparadijs voor de geoefende klimmer, maar wanneer ik me een weg door het puin probeer te zoeken met rotsen zo groot als ijskasten, komt een dikke mist opzetten en begint het te regenen en niet veel later te sneeuwen. Alles wordt spekglad. In mijn maag ontstaat een knoop. Ik voel angst. Stel je niet aan Floor, doorzetten anders bereik je nooit de top. Maar bij de gedachte dat ik ook weer terug door deze puingoot moet breekt het angstzweet me uit. Zwaar teleurgesteld en mezelf vervloekend om deze ‘verloren’ dag loop ik terug naar de auto.

"Ik voel angst. Stel je niet aan Floor, doorzetten anders bereik je nooit de top."

Anderhalf uur later….

Het is twee uur in de middag. Ik heb nog twee uur tijd te doden voor de zon ondergaat en ik naar binnen mag. Ja mag. Aangezien het hier maar krap zeven uur licht is per dag heb ik met mezelf afgesproken dat ik alle zeven uur van de dag ook buiten ben. Ik bedoel ik slaap al niet eens buiten, dan moet ik op zijn minst overdags buiten zijn. Ja, ik ben streng voor mezelf.

Pas als ik er voorbij ben gereden registeren mijn hersenen het bord: Loch Garten. Ik zet de auto in de achteruit en neem de afslag. In het bos staan een paar andere auto’s geparkeerd. Duidelijk een local plek. Zonder al te hoge verwachtingen loop ik naar het Loch. En ik val stil. Een zilveren spiegel strekt zich voor mij uit. De bomen, bergen en wolken worden perfect weerspiegelt in het water. Ik ben in een sprookje beland. Ik begin te wandelen. De oever is sompig: veen. Het zal eens niet. De wortels van de bomen groeien niet in de grond maar strekken zich als een netwerk boven de grond uit. Heel stevig staat dat niet en vele zijn al omgevallen. Her en der liggen met mos begroeide rotsen tussen de vele schakering groen van het bos. Met een beetje fantasie zijn het trollen.

Het uitzicht verandert continue, het een nog mooier dan het ander. Ik houd stil bij een uitzicht over een eiland dat perfect weerspiegeld wordt in het water. En daar daalt het besef in. Ik wil niet in de bergen zijn. Ze zijn unheimisch. Onheilspellend. Ik wil naar het water. Ik ga naar de kust. Daar neem ik een huisje voor een week en ga ik schrijven, fotograferen en wandelen. O en natuurlijk lezen. Want een boek heb ik tot nu toch nog niet aangeraakt. Op dat moment was het inzicht zo waardevol dat ik het zelfs heb opgenomen. Het besef stond als een huis, ik ga geen roadtrip maken, ik ga voor rust.

Wanneer de zon begint te zakken krijg ik een brok in mijn keel. Ik kijk niet langer meer naar een landschap, maar naar een levend kunstwerk. Een vol uur duurt het voor de zon volledig onder is en in de tussentijd word ik getrakteerd op het mooiste schouwspel dat ik ooit heb gezien. Bergen verdwijnen en verschijnen, stenen lijken te gaan zweven, de grens tussen water en lucht vervaagt en de zon speelt met het licht. Daar – met verkleumde handen van het fotograferen – ervaar ik het: puur geluk. Hiervoor ben ik naar Schotland gekomen.

Met het ondergaan van de zon verdween ook het inzicht. In plaats van te verstillen, voerde ik het tempo op. Zo veel te zien en zo weinig tijd. Eén wandeling op de dag was niet langer genoeg, het werden er twee, vaak zelfs drie. Storm, wind, regen, vrieskou. Ik trotseerde het allemaal. Ik scheurde in mijn huurauto over de single tracks, propte ’s ochtends het ontbijt naar binnen en sloeg lunch over. Ik ging slechter slapen en in plaats van mezelf rust te geven, zette ik iedere dag de wekker eerder om te kunnen lezen. Er woedde een storm in mij. En niet alleen in mij. De komende dagen zou Schotland geteisterd worden door een storm.

Lees ook Stilte voor de Storm – Deel 2


Het Miljonair Lifestyle-experiment

 

Ik hoefde op oudejaarsdag geen lot te kopen om de hoofdprijs te winnen. Omdat ik wist dat ik op 1 januari als miljonair wakker zou worden. Hoe ik dat wist? Omdat ik dat besloot.

Zo, nu ik je aandacht heb zal ik je vertellen hoe mijn miljonair lifestyle-experiment eruit gaat zien. Ja, het is een experiment, want ik heb het geld niet écht. Wat is dat voor gekkigheid?! Ik zal je uitleggen waarom ik het start en waarom het zinvol is.

Stel, je had op oudejaarsdag wel een lot gekocht en het bleek een winnend lot te zijn. Wat zou je doen met de geldprijs? Voor het gemak gaan we er even van uit dat het om 1 miljoen euro gaat.

Je kunt een nieuw huis kopen. Maar voor je dat doet stel jezelf de vraag: ben je gelukkig in je huidige huis? En stel jezelf daarna de vraag waarom je geluk zou af hangen van een huis?

Je zou een vette auto kopen. Als je zelfvertrouwen afhangt van het rijden in een BMW of Audi moet je dat zeker doen. Dan ga ik wel voor die Tesla, maar alleen omdat ik aan de toekomst van onze aarde denk.

Je gaat op wereldreis. Mooi, investeren in herinneringen in plaats van spullen. Zeker aan te raden. Maar weet je zeker dat je na jaren de wereld over zwerven nog wel wilt werken als je terug bent?

"Een maand lang is niemand de baas over mijn tijd behalve ikzelf."

Een boot. Dan hoop ik dat je verstandig genoeg bent om een zeilboot te kopen. Best sneu als je de hele dag in je eigen uitlaatgassen en lawaai zit. Maar hoe dan ook, je moet wel tijd hebben om er mee te gaan varen.

Precies. Hier komen we bij het punt waar het mij om te doen is. Tijd.

Ik zal je zeggen wat de meeste mensen met hun geldprijs doen. Ze beleggen hun geld of zetten het op een spaarrekening. Maandelijks keren ze zichzelf iets uit zodat ze niet zo hard hoeven te werken om toch de dingen te kunnen doen die ze leuk vinden. Mensen willen niet rijk zijn, maar een rijk leven leiden.

De eigenlijke vraag achter het miljonair lifestyle-experiment is dan ook: wat gebeurt er als je zélf je tijd gaat invullen? Niet je baas, je opdrachtgever, je partner, je kinderen. Maar jijzelf. Als je ontsnapt aan de sleur van het bestaan en een rijk leven gaat leiden.

Leuk, maar dat kun je als ondernemer toch ook? Nou, ik zou je wat verklappen. Als ik opdrachten heb aangenomen heb ik ook gewoon te maken met deadlines, afspraken en krijg ik hele boze klanten en opdrachtgevers als ik niet op tijd lever. En verder bestaat het ondernemersbestaan uit keihard werken, vraag maar eens aan ondernemers uit je omgeving. Werkweken van 60 uur zijn geen uitzondering. Ja, maar dat is toch hun passie, daar hebben ze zelf voor gekozen. Klopt en daarom moet je op tijd nieuwe brandstof bijvullen vóór dat het op is. Maar je hebt gelijk dat ik als ondernemer de vrijheid heb om zelf te bepalen wat ik met mijn tijd ga doen en daarom ga ik dit radicale en absurde experiment aan.

Een maand lang is niemand de baas over mijn tijd behalve ikzelf.

Wat ga ik doen met mijn nieuwe ‘miljonairs’ bestaan? Hoe zorg ik dat ik een rijk leven leid? Dat antwoord is simpel. Omdat ik er al heel lang van droom.

Toch geef ik mezelf wel één regel mee. Iedere activiteit toets ik aan de vraag: is dit ook wat ik met mijn tijd wíl doen of wat ik moet doen.

Ik zou eindelijk tijd hebben om te creëren. Om met Adventure Virgin aan de slag te gaan. Daarvoor schrijven. Er liggen nog zoveel avonturen op de plank die ik wil uitwerken. Ik wil leren filmen en monteren. Met een camera door de bossen struinen en fotograferen. Met mensen afspreken die mij inspireren. Vriendlief meenemen op een romantische stedentrip.

Ik zou dus eigenlijk hele ‘gewone’ dingen doen waar ik in het dagelijks leven de ruimte niet voor heb. Ik bedoel neem. Uiteindelijk is het een eigen keuze. En daarom besluit ik nu radicaal daar wel de tijd en ruimte voor te nemen.

Toch geef ik mezelf wel één regel mee. Iedere activiteit toets ik aan de vraag: is dit ook wat ik met mijn tijd wíl doen of wat ik moet doen. Want ik moet niets. Ik ben miljonair. Oké voor een maandje dan. En denkbeeldig. Maar ik ben benieuwd wat deze vrijheid mij gaat opleveren.

Aan het eind van dit experiment deel ik met jullie de inzichten van dit ‘miljonairs’ bestaan en hoeveel het gekost heeft. Want dat is natuurlijk de hamvraag: hoe financier je dit allemaal?

Volg mijn miljonairs bestaan op de bekende social kanalen.

En laat hieronder in de comments achter wat jij zou doen als je voor een maand miljonair zou zijn?