Adventure Virgin gaat nomad style

Heb je al een eigen plek?

De meest gestelde vraag na de break-up is: heb je al een eigen plek gevonden? Nee. En voor ik dit kan toelichten krijg ik al een medelijdende blik toegezonden, vaak gepaard met de reactie: ‘ach, wat vervelend voor je.’

Hoezo vervelend voor me? Waarom moet ik een eigen plek hebben? Omdat het zo hoort? Ik heb toch niet de liefde van mijn leven verlaten om op een flatje driehoog achter in een stad te eindigen. Dus ik ga het nogmaals zeggen: ik wil mijn dromen achterna, ik wil de wereld zien, ik wil zwerven. En daar hoort geen vaste woon- of verblijfplaats bij.

Ben ik dan helemaal van het padje af? Absoluut niet. Laat ik het proberen uit te leggen, want voor mij was het ook niet in een klap duidelijk. Met het verbreken van de relatie heb ik niet enkel mijn relatie losgelaten, maar heb ik ruimte gecreëerd om toe te geven aan de droom die daaronder zit en dat is om alles los te laten. En zeg nou eerlijk, wie droomt er nu niet van om de deur achter je dicht te trekken en ergens helemaal opnieuw te beginnen. Ik wel. En dat wil ik niet één keer doen, maar keer op keer.

En zeg nou eerlijk, wie droomt er nu niet van om de deur achter je dicht te trekken en ergens helemaal opnieuw te beginnen.

Het niet kiezen voor een eigen plek gaat ook over het loslaten van materialisme, maatschappelijke conventies en bovenal loslaten van angst. En dat loslaten is geen zen-achtige activiteit waarbij je alle meningen en stilzwijgende normen en waarden over wat hoort van je af kunt laten glijden in een meditatiesessie. Nee, het vergt een stevige ruggengraat en een scherpe tong om alle meningen die je over je uitgestort krijgt te pareren, terwijl ik het antwoord zelf niet eens weet. Nee, loslaten is niet het goede woord. Het gaat eerder over je los maken. Je los maken van jarenlange ingeprente overtuigingen en aannames.

Ook mijn eigen hoofd sputterde direct tegen in het woonruimte vraagstuk. Het wilde al direct de volgende gouden kooi om me heen bouwen. Ik kreeg aantrekkelijke aanbiedingen van huurappartementen in diverse steden en zelfs een aanbod om een vakantiehuisje op een camping te kopen. Mijn hoofd schreeuwde direct: ‘Doen Floor! Een buitenkansje! En je hoeft je nooit meer zorgen te maken over woonruimte. En dat vakantiehuisje kun je mooi verhuren als je op reis bent.’ Het was echter niet de ratio die sprak, maar de angst. De angst om volgende maand zonder woonruimte te zitten. De angst voor het onbekende. De angst voor de toekomst.

Mijn hart kromp ineen en bedacht dat het zijn dromen moest opgeven. Kleiner maken. Niet zoveel eisen van het leven. Groots en meeslepend leven Floor. Tsss. Je moet ook gewoon werken en geld verdienen en een woonruimte hebben. Nachtenlang lag ik wakker in mijn blokhut. Een smalend stemmetje begon te fluisteren: ‘Heel stoer hoor, de liefde van je leven verlaten, een natuurhuisje huren. Maar wat nu? Wat ga je nu doen?’

In de uren dat ik niet kon slapen las ik expeditie- en reisboeken en knaagde er iets in mijn buik. Het wilde me iets zeggen, maar ik kon het niet verstaan. En dus droomde ik verder en zwolg mee op het geweeklaag van de auteurs over het ondraaglijke normale bestaan.

‘Heel stoer hoor, de liefde van je leven verlaten, een natuurhuisje huren. Maar wat nu? Wat ga je nu doen?’

‘Ik lijd aan wegwee, dat is het tegenovergestelde van heimwee. Als ik niet op reis ben word ik recalcitrant, destructief en zelfs een beetje depressief. Dus plan ik zodra ik terug ben mijn volgende trip naar het buitenland.’ Ik schrik op van mijn schilderij. Dit gaat over mij. Aan het woord is professor Ap Dijksterhuis in een podcast over reizen. ‘Helder. En klopt het ook dat er momenteel onderzoek wordt gedaan naar het wegwee of reis gen dat sommige mensen zouden bezitten,’ vraagt de journalist. Daar is professor Dijksterhuis niet zo zeker van.

Nou, ik wel! Met de kwast in de hand ga ik voor het raam staan en kijk ik uit over de weilanden van de boerderij waar ik nu verblijf. Dít is wat mijn instinct me nachtenlang probeerde te zeggen: diep in ons (oké, in sommige van ons) zit het wegwee gen. Het nomade gen. Duizenden jaren lang heeft de mens rondgezworven, op zoek naar nieuwe plekken, zichzelf verwonderend, zichzelf ontdekkend, de natuur ontdekkend. Het is een natuurlijk mechanisme. In de geschiedenisboeken werd (en wordt) deze levensstijl afgedaan als overleven, omdat we de hedendaagse standaard leven noemen. Een koophuis, een megalomane hypotheek, oneindige verzekeringen, pensioenen waar voor gespaard moet worden en 40-urige werkweken om dit allemaal te betalen, noemen wij leven. Maar wat gebeurt er als we het omdraaien. Als wat we nu doen overleven is en rondtrekken, reizen en zwerven juist het leven is. Wat als we, zonder ge-ja maar, accepteren dat het een mogelijkheid is. Gewoon een mogelijkheid.

4 dozen boeken, 3 tassen kleding, 1 tas met schoenen en 1 fiets. Dat is mijn leven.

Hoeveel cocktailjurkjes kan een mens hebben! Ik sta voor de kledingkast, correctie: ik sta in de inloopkast van ons gezamenlijke koophuis. De vloer ligt bezaaid met jurken en kledingstukken uit een ander leven. Rigoureus ga ik te werk. Alles wat ik afgelopen jaar niet heb gedragen gaat weg, waarover ik twijfel ook, en waarvan ik ongetwijfeld spijt ga krijgen, ja die ook. Wat overblijft zijn 3 tassen kleding en 1 tas schoenen. Maar daar blijft het niet bij. Buiten staat een container en hoewel ik het idee eerst belachelijk vond, raakt hij toch aardig vol met allerhande spullen van keukenmachines tot kasten. Ook ga ik door mijn boeken heen. 3 volle boekenkasten blijken uiteindelijk in 4 dozen te passen. Boeken die het waard zijn om te herlezen. En waarschijnlijk kan ik dit over een jaar nog eens halveren.

4 dozen boeken, 3 tassen kleding, 1 tas met schoenen en 1 fiets. Dat is mijn leven. Ik pak 6 boeken uit een doos, stal de rest op zolder bij ex-Vriendlief en gooi de tassen en fiets in de auto. Een last valt van mijn schouders en een diepe zucht verlaat mijn lichaam. Een lichter leven. Je los maken van de ballast van gisteren en loslaten van de angst voor morgen. Leven in het heden. Een nomade bestaan.

Dat was een maand geleden. Inmiddels heb ik op meerdere mooie plekken mogen verblijven: een blokhut in de Achterhoek, op een vleesboerderij in Barneveld, een appartement in Valencia en nu zit ik op een vakantiepark op de Veluwe. Voor ik wortel ga schieten verkas ik, om te kunnen blijven genieten, verwonderen, ontdekken, maar bovenal om te leven. Te leven als een moderne nomade.

Dus voor iedereen die een antwoord wil op de vraag: heb je al een eigen plek gevonden? Nee, ik ben vrij om te wonen waar ik wil. Jij?

Nieuwsgierig naar de plekken die ik in Nederland bezoek en waar ik verblijf? Volg me dan op Instagram en zie hoe veelzijdig Nederland is.


Adventure Virgin een jaar onderweg

Adventure Virgin: een jaar onderweg

 

Door een jaar geleden met Adventure Virgin te starten heb ik gekozen voor het pad van verandering.

De diep weggestopte ontdekkingsdrang werd zo groot dat ik er iedere dag wel een paar keer over struikelde. En tja, na de tigste keer moet je er dan wat mee. En zo zag Adventure Virgin vorig jaar op 17 november het levenslicht. Wat begon als een aanmoediging om meer buiten te spelen, eerste keren en avonturen te beleven (door erover te schrijven en activiteiten te organiseren), groeide uit tot een levenshouding. Ik ben de Adventure Virgin in mezelf gaan omarmen. En dat blijkt niet zonder gevolgen te zijn.

Ik schrijf dit blog vanuit een ander huis dan thuis. Na bijna 15 jaar lief en leed met elkaar te hebben gedeeld hebben Vriendlief en ik een punt achter onze relatie gezet. We houden zielsveel van elkaar, nog steeds en dat zal zo blijven, maar het was niet genoeg. Voor mij. Ik wilde meer. Op zijn vraag: wat dan? Was mijn antwoord: de wereld. En dat is het. Ik wil de wereld. Ik wil me niet meer binden aan één plek, aan één huis, aan één persoon. Ik wil zwerven, nieuwe plekken zien, ik wil nieuwe mensen leren kennen, maar bovenal mezelf leren kennen.

’s Nachts lag ik in bed wakker in ons prachtige koophuis en sprongen de tranen in mijn ogen als ik bedacht dat dit het bed is waar ik de rest van mijn leven in lig, in dit huis, in dit land. Wanneer je binnen de warme comfortabele muren van je huis zit, zijn de ontberingen van de avonturen die ik wil beleven zo ver weg. Te ver weg. Ze zijn bijna niet voor te stellen. Het zijn juist die oncomfortabele momenten wanneer ik alleen in mijn tentje lig dat ik gelukkig ben. Het zijn díe momenten dat als ik alleen ben ik me prettig voel met mezelf. Ik voel me sterk, onafhankelijk en bovenal vrij. Ik voel me tevreden en voel zelfs een zweem van zelfliefde.

Floor in tent in Schotland

"Het zijn juist die oncomfortabele momenten wanneer ik alleen in mijn tentje lig dat ik gelukkig ben."

De gelukkige momenten van afgelopen jaar zijn op één hand te tellen:

de roadtrip door Schotland, de trektocht door Noorwegen, mijn eerste bergrace in Zwitserland en het eiland overrennen in Kroatië. Ingrediënten: alleen zijn, onderweg zijn en het liefst extreem. Dus besloot ik dit ook in Nederland na te bootsen. Ik begon mijn lange duurlopen van A naar B te rennen. De weg ontdekken, op bordjes kijken, bospaden verkennen, fietsroutes volgen, een soort van speurtocht. En telkens viel het gelukzalige gevoel over me heen. Onderweg zijn. Wanneer ik onderweg ben, ben ik op mijn gelukkigst. Toen ik in de auto zat onderweg naar het natuurhuisje waar ik nu verblijf, kon ik door de tranen de strepen op de weg bijna niet meer zien. Puur geluk. Onderweg zijn. Dat is wat ik wil. Ik wil de verandering constant opzoeken. Mezelf dwingen de verandering op te zoeken, de innerlijke onrust aanwakkeren in plaats van proberen te temmen.

Deze zelfverkozen verandering en onrust, jezelf uit je comfortzone halen, het constant onderweg willen zijn, is lastig te combineren met een relatie. Ik wil niet even op vakantie, even een reisje, even een avontuur. Ik wil grootsere en langdurige avonturen: in het buitenland wonen en een bestaan opbouwen. De wereld te voet of per fiets verkennen. Mezelf onderdompelen in een andere cultuur, een andere taal, een andere wereld. Een groots en meeslepend leven leiden vol avontuur. Ik wil mijn eigen werkelijkheid creëren.

"Ik wil mijn eigen werkelijkheid creëren."

Lange tijd dacht ik dat op het snijvlak van een relatie te kunnen doen.

En riep ik tegen iedereen die het maar horen wilde dat daar juist de uitdaging in zit. Maar daar doe ik mezelf en Vriendlief te kort mee. Want hoeveel je ook praat, welke afspraken je ook maakt en ondanks dat je elkaars vrijheid accepteert en respecteert, het was en is niet genoeg voor mij. Het is een glijdende schaal waarin ik vrijheid neem en opeis met het reële gevaar dat ik de dromen en vrijheid van Vriendlief aantast. Wat blijft er over van zijn dromen wanneer zijn vriendin alleen maar met de hare bezig is en weg is. Of plannen aan het maken is om wéér weg te gaan?

Een jaar geleden tijdens de lancering van Adventure Virgin vroeg ik aan de aanwezigen wat er zou gebeuren als je langgekoesterde dromen en diepe verlangens wegstopt in plaats van leeft. Het antwoord laat zich raden: het vuur dooft. Mijn vlammetje is sinds een jaar weer aan. En er moet meer zuurstof bij, meer brandstof. Het moet groeien. Wanneer ik alleen de wijde wereld in trek voel ik me vrij. Ik voel me zelfstandig, onafhankelijk en ongelooflijk rijk. Dan is het antwoord simpel. Doen waar je gelukkig van wordt. En na 33 jaar kom ik er achter dat dat in mijn eentje is, mijn dromen achterna.

Floor gaat alleen fietsen

"Mijn vlammetje is sinds een jaar weer aan. En er moet meer zuurstof bij, meer brandstof. Het moet groeien."

De komende tijd wil ik alleen verder.

En dat is eng en heel ver uit mijn comfortzone, en toch heb ik het gevoel dat het moet. Omdat het goed voelt. Niet in mijn hoofd of hart, maar dieper. Er zit een onontdekt stuk in mezelf dat ik wil ontdekken. En de komende jaren wil ik mezelf de tijd geven om het te verkennen. En vraag me niet wat ik ga doen, want ik heb geen strak omlijnd en doordacht plan en dat hoeft ook niet. Volg me maar, dan zie je het vanzelf. Ga met mij op deze ontdekkingsreis.

Ik ben Vriendlief dankbaar voor de mooie tijd die we samen hebben gehad. Hij heeft me zoveel geleerd. We hebben zoveel avonturen beleefd. Ik ga zijn onvoorwaardelijke liefde missen. En hij blijft altijd een plekje in mijn hart houden. Ik hou van je.


De carrièreswitch: Adventure Virgin Training

 

Iedereen kent wel van die kantoren, dat wanneer de zon gaat schijnen de zonwering automatisch naar beneden gaat.

Ik werk veel op dat soort kantoren. Het is daar over het algemeen goed vertoeven: lekker geld verdienen, je krijgt een hele buts aan leuke collega’s cadeau en je hebt vaak ook nog eens uitdagende opdrachten. En toch… Ik ben er klaar mee om mijn leven te slijten achter een laptop op kantoor. Ik wil buiten werken, buiten trainen en buiten spelen. En die drang wordt sterker en sterker.

Na eindeloos prakkiseren en piekeren hoe ik het ontstane gat tussen mijn nieuwe sportieve en avontuurlijke levensstijl en het werken op kantoor kan overbruggen, kwam op de laatste dag van mijn vakantie het antwoord. Ik ga een carrièreswitch maken.

WAT?! Ja, een carrièreswitch. Ik heb het eerder gedaan, toen ik me van handvaardigheid juf liet omscholen tot communicatieadviseur. En ik ga het weer doen.

"Hoe mooi zou het zijn als ik andere mensen kan helpen om hun sportdromen en hun avonturen te realiseren."

Het antwoord ligt in Adventure Virgin.

Want al dat buiten spelen en avonturen beleven is heel leuk, maar ook een tikkeltje egoïstisch. Hoe mooi zou het zijn als ik andere mensen kan helpen om hun sportdromen en hun avonturen te realiseren. Om je spelenderwijs uit je comfortzone te trekken en je te laten ervaren dat eerste keren helemaal niet zo eng zijn. Om het buiten spelen bij bedrijven te stimuleren en te laten zien dat de zon niet de vijand is van productiviteit, maar juist een voorwaarde.

Daarom lanceer ik Adventure Virgin Training. Een persoonlijke aanpak gericht op mindset, voeding en het realiseren van je sportdromen en avonturen middels fysieke training. Voor zowel particulier als bedrijf.

Daarvoor put ik uit mijn eigen ervaring, en ga ik me bijscholen als sportinstructeur en personal trainer. En uiteraard ga ik 10.000 boeken verslinden die alles te maken hebben met sportpsychologie, mindset, voeding, anatomie van het lichaam, effectief trainen en nog veel meer.

Nieuwsgierig geworden? In oktober en november start ik met proeflessen. En in september al met mealprepsessies. Ook zal ik regelmatig bloggen hoe Adventure Virgin Training eruit gaat zien en waarvoor je bij mij moet zijn en waarvoor ook niet.

De blogs als eerste lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Wil je niet zo lang wachten en ben je gewoon te nieuwsgierig of ongeduldig (ik ken dat probleem) neem dan contact met me op en dan kijken we samen naar de mogelijkheden.


Olavspad op weg naar de langste dag

Het Olavspad: Op weg naar de langste dag

 

Zwaar weggedoken onder dikke plaids en met kussens in onze rug zitten we op de plastic stoelen voor onze hut.

Onze gezichten koesterend naar de zon gericht. Drie vrouwen en een hond. Het toeval heeft ons bij elkaar gebracht en zo zitten we samen op 21 juni bij de onbemande berghut Ryphusan op de Dovrefjell in Noorwegen. Drie vrouwen, drie generaties en met totaal verschillende achtergronden en redenen besloten we het Olavspad te lopen. Eén ding was duidelijk op deze langste dag van het jaar. We hadden het mooiste achter ons liggen.

Een flinke wolk schuift voor de zon en een huivering trekt door ons heen. Het is onze vierde nacht samen. We zijn aan elkaar gehecht geraakt, weten van elkaars onhebbelijkheden en wanneer we elkaar de ruimte moeten geven. We kunnen samen stilzwijgend genieten, de oren van de kop kletsen en voor elkaar zorgen. Terwijl de één met de hond speelt, de ander van het uitzicht geniet en ondergetekende schrijft, bedenk ik hoe bijzonder dit moment is. Drie vrouwen, door het toeval bij elkaar gebracht en allen met een eigen innerlijke wereld en bijbehorende vraagstukken. Wat gaat er door ze heen? Waarom zijn we aan deze tocht begonnen?

Voor mij was het een diep verlangen naar een lichter leven. Leven met de dag. Zonder zorgen. Maar vooral wilde ik antwoord op de vraag: kan ik mezelf committeren aan één doel. Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit? Kan ik een maand lang alleen zijn? Kan ik obstakels overwinnen?

"Kan ik mezelf committeren aan één doel? Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit?"

Al snel kwam ik erachter dat alleen zijn helemaal niet zo spannend is.

In mijn heerlijke eentje kon ik de eerste dag op het Olavspad spelen als een klein kind. Het pad lag voor me en ik voelde me in mijn eerste hut als een ontdekkingsreiziger. Ongebreidelde nieuwsgierigheid en verkenningsdrang. Ik heb gelachen om mezelf en mijn stupiditeiten. Maar dat verdween snel. Van avontuur op het Olavspad bleek weinig sprake te zijn, het werd vooral een les in afzien. Heel veel en heel hard afzien.

Deze tocht drukte het kind in mij weg. Dat deed ik voor een deel zelf door achterlijke lange dagen te lopen. Waarom ik dat deed? Ik had de drie rustdagen ook kunnen gebruiken voor een kortere dagafstanden, maar nog fijner dan onderweg zijn vind ik arriveren. Arriveren was het hoogtepunt van de dag. Tent neer prikken, koffie zetten en boek openslaan. Verdwijnen in mijn droomwereld. Een wereld waarin mensen op expeditie zijn en afzien. Mensen die de Siberische kou trotseren, met gevaar voor eigen leven de Mount Everest beklimmen of bijna sterven door uitdroging in de woestijn. Daar putte ik troost uit. En dus was het mij waard om dagen van 30 tot 35 kilometer te maken.

(Binnenkort is de boekenlijst terug te vinden op de site. Daar wordt aan gewerkt!)

Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken. Ik wist dat er snel een rustdag zou volgen. Een dag om te lummelen, mijmeren, schrijven en lezen. Een dag om alles te verwerken. Maar niet alleen om de rustdagen te kunnen hebben moest ik doorlopen, ook de tijd hijgde in mijn nek. 33 etappes staan er voor het voltooien van het Olavspad. Ik liep hem in 24 etappes. Dat gegeven vervult mij met trots. De sportvrouw in mij kwam naar boven of misschien moet ik zeggen de bewijsdrang. Voor mij was het vooral een prestatie in plaats van een reis.

"Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken."

De wereld is wat mijn geest ervan maakt.

Na vier bijna slapeloze nachten en heel veel regen was dat beeld niet meer zo rooskleurig. Het kind in mij en de mogelijkheid om het Olavspad als een avontuur te beschouwen verdwenen. Ik stopte met zoeken naar wildkampeerplaatsen, die er in de bewoonde wereld ook nauwelijks waren. Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden. En omdat ik me daar op instelde, werd het waarschijnlijk ook een hel.

De dagen 4 tot en met 17 verliepen in een roes. Het was en zou een ellendige tocht blijven. Ik had me erbij neergelegd. Maar mentaal zou ik afharden. En fysiek trouwens ook. Dankzij de regen en plassen waar ik doorheen moest lopen ontstonden er iedere dag nieuwe blaren, op nieuwe plaatsen en nieuwe over oude. Mijn rug en schouders deden zo ontzettend veel pijn dat ik iedere drie uur mezelf verdoofde met ibuprofen. Mijn hersenen verdoofde ik door denkbeeldige gesprekken met mensen te voeren, naar luisterboeken te luisteren of gewoon domweg te tellen. Tot vier, tot tien of tot honderd als ik het kon opbrengen.

Van mooie natuur was nauwelijks sprake, enkel geestdodend asfalt. Ik had nauwelijks contact met mensen. Misschien kwam het door mijn gesloten houding of dat de Noren nu eenmaal niet spraakzaam zijn. Hoe blij was ik toen ik op dag 14 door een vriendelijk Nederlands stel werd uitgenodigd in hun camper voor een glas rode wijn en een praatje. Ik voelde me langzaam weer mens worden.

"Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden."

Op dag 17 bereikte ik na een 30 kilometer lange tocht vloekend en tierend de Dovrefjell.

Eerlijk gezegd viel het tegen. Dit zou het mooiste van de tocht moeten worden. Maar wat mooi is, is subjectief. Dat merkte ik later ook wanneer ik een pelgrim na een dagtocht compleet in extase of vol van emotie tegenkwam en bezield hoorde vertellen over de wandeling, dan kon ik alleen maar denken: welke tocht heb jij gelopen vandaag? Ik heb het niet gezien of gevoeld. Maar het is wat we er zelf van maken. De werkelijkheid wordt gecreëerd in je hoofd.

Het was wel verhelderend om na zeventien dagen alleen te zijn geconfronteerd te worden met de perceptie van een ander. Ik ontmoette twee vrouwen en een hond. Met wie ik tot dag 21 intensief zou optrekken. Twee vrouwen die ik afgaande op hun uiterlijk niet direct zou hebben uitgezocht in het dagelijks leven. De Oostenrijkse draagt degelijk spul, heeft korte grijze krullen met een kleurige buff eromheen, ze is gestopt met haar haren te verven, verzucht ze. Grafisch vormgegeven zilveren ringetjes in haar oor accentueren haar vrouwelijkheid. De Nederlandse draagt dunne truien van Marino wol, ongevoelig voor zweetlucht en ‘s avonds hult ze zich in een kleurige omslag doek. Haar doorleefde gezicht wordt omlijst door een kort asymmetrisch kapsel. Persoonlijkheden waar ik in het dagelijks leven niet op zou afstappen, maar ik geloof niet dat zij op mij zouden afstappen. Ontdaan van alle opsmuk draag ik als enige sieraad een ring, haren in een vlecht en loop ik in synthetische goedkope Decathlon shirts die je zweet wel opnemen en vasthouden. Het blijk onmogelijk om de verschraalde zweetlucht uit mijn kleren te wassen, dus die gaan thuis linea recta de prullenbak in.

Deze vrouwen genoten overduidelijk wel van de tocht. Ze straalden rust uit. De Nederlandse had jaren geboerd en genoot van het gecultiveerde landschap en het struinen over en langs de akkers. De Oostenrijkse genoot met volle teugen van de Dovrefjell en misschien wel van het samen lopen, omdat ze de tocht eigenlijk met een vriendin had willen doen. Waarvan genoot ik? Ook deze vraag heb ik meerdere malen gesteld. Naast het afzien waren er wel degelijk momenten waarop ik genoot. Van het instorten aan het einde van de dag en met een boek wegkruipen in mijn tent. Ik genoot van het weidse uitzicht op de tweede dag van de Dovrefjell, samen bier drinken en een burger eten met de Oostenrijkse in Oppdal, het samenzijn met de vrouwen in de hut Ryphusan – al had mij daar alleen zijn wel leuker geleken, het alleen zijn in de dichte dennenbossen, (wild)kamperen langs de meren en de zalige luxe van het hotel in Trondheim.

"Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput."

In de laatste week kwam het kindgevoel weer een beetje terug.

Ik kon me weer verwonderen. Over de metershoge mierenhopen in het bos, het kabbelende water in meren en riviertjes, de sprookjesachtige varens, de mosjes op de rotsen die miniatuurtuintjes leken. Maar dit alles werd overstemd door een diepgewortelde vermoeidheid en een constante kou die in mijn botten was gekropen, waardoor ik niet met volle teugen kon genieten. Terugkijkend is het goed verklaarbaar. Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput. Compleet door mijn vetreserves heen was mijn lichaam begonnen met het interen op mijn spieren. En geestelijk vond ik niet waar ik naar zocht: een adembenemend landschap dat een sublieme ervaring in je kan oproepen. Een landschap dat mij kan laten huilen en in vervoering kan brengen. Een landschap dat mij aanzet mijn binnenwereld te verkennen, door alleen te zijn in de natuur waar een enorme oerkracht van uit gaat. Een ervaring waarbij de binnen- en buitenwereld versmelten. En dat het goed is. Goed zoals het is en ik de gelukkigste vrouw op aarde ben, omdat ik een vol en rijk leven leid en daar ultiem dankbaar voor ben.

Drie jaar geleden proefde ik aan deze ervaring tijdens een vijfdaagse trektocht in de Schotse Hooglanden. In Noorwegen hoopte ik hierop, maar vond het niet. Ik zal blijven zoeken.

Bekijk ook de video over het Olavspad: op weg naar de langste dag.

https://www.youtube.com/watch?v=CLNRtfCREYk&t=44s


Adventure Virgin vs. Shark: een krankzinnige race tussen mens en wind

 

Het is tijd voor een krankzinnige race. Een challenge die maar liefst 3 dromen in één keer uit laat komen. En niet alleen die van mijzelf!

De 3 dromen:
– Een eiland overrennen.
– Een ultramarathon rennen.
– Solozeilen in een snelle boot in een mooi gebied.

Ingrediënten voor de race:
– men neme een gloednieuwe wedstrijd zeilboot (Elan E4 uit 2019) met de brute naam Shark.
– een lunatic met hardloop aspiraties en een enorme bewijsdrang (mijzelf).
– een betoverend eiland met de lengte van 46,8 km in de Adriatische zee met tropische temperaturen boven de 35 graden.

Race:
Zo snel mogelijk het eiland Korčula van noord naar zuid overbruggen. Startpunt: Vela Luka haven, finish: Korčula haven. Adventure Virgin te voet (45-50km), Shark uiteraard te water (35-38 zeemijlen).

Race reglement:
– Shark: gebruik van motor alleen toegestaan de haven in en uit, daarna op windkracht.
– Adventure Virgin: hardlopen en lopen toegestaan, geen hitchhiking.

Prijs:
Een fles Prosecco in een decadente beachclub, omdat een leven zonder bubbels niet zo bruisend is.

Racedatum en tijdstip:
1 augustus stipt om 6:00uur.

"Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien."

Om 6:15 uur, een kwartier later dan gepland, gooi ik de laatste tros aan boord van de Shark.

‘Doe je voorzichtig schatje,’ roep ik Vriendlief na. Ik vind het voor hem nog spannender dan voor mij. Hij gaat om het eiland varen in zijn eentje. Een droom van hem komt daar mee uit: solozeilen op een nieuwe wedstrijdboot in een mooi gebied. En mooi is het hier zeker op de Adriatische zee met de Kroatische eilanden. In zijn tienerjaren heeft Vriendlief al heel veel in zijn eentje gezeild, maar dat was toch anders in de beschermde en kleinere omgeving van de Nederlandse waterplassen. Deze tocht is het betere werk en ondanks dat het licht weer is, is niets zo verraderlijk als het weer op zee. Je moet altijd alert blijven en direct handelen: je kunt op zee nooit, maar dan ook echt nooit, een time-out nemen en daarmee de situatie stilzetten. Dat geeft hoge stress. Als ik het straks tijdens het rennen niet meer zie zitten kan ik in de schaduw van een boom even de situatie stilzetten. Een time-out nemen. Dat kan Vriendlief straks op zee niet en er is geen back-up, want die rent een eiland over.

Na een praatje met de buurman die vraagt wat we in hemelsnaam uitspoken om kwart over zes in de ochtend, start ik om 6:19 uur de klok en begin te rennen.

6:36 uur. Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien. Twee katten en een herdenkmonumentje in de berm van een overleden jongen. Ik zou er nog vele tegen komen die dag. De weg naar de andere kant van het eiland is simpel. Er is er maar één: de 118. Van Vela Luka naar Korčula is het 45 kilometer, iets meer dan een marathon.

7:15 uur. Ik ben gearriveerd in het eerste van de twee dorpjes die ik onderweg tegen kom: Blato. Ik bel met Vriendlief om te horen hoever hij al is. 7 mijl heeft hij al afgelegd. Ik heb 7 kilometer afgelegd. We gaan dus gelijk op. En hij hoeft minder mijlen te varen dan ik kilometers moet rennen. Ik besluit geen drinken te kopen in het dorp, ik heb nog maar een paar slokjes van mijn 2 liter gedronken en zet een tandje bij.

8:15 uur. In de schaduw van een boom zit ik aan de kant van de weg en bel wederom met Vriendlief. Ik heb 15 kilometer gemaakt, het blijkt zwaarder dan gedacht om het tempo op te schroeven. De zon brandt al behoorlijk en het zweet gutst van mijn lijf. Maar het grootste probleem is mijn hartslag die behoorlijk oploopt, vooral tijdens het klimmen. Vriendlief heeft echter al 15 mijl gemaakt en hij noemt zijn eerste prognose. Om 12:30 uur arriveert hij in Korčula, geeft zijn navigatie aan. Nee, dat kan niet. Ik begin snel te rekenen. Om überhaupt een kans te maken moet ik het tempo van 7,5 kilometer per uur volhouden en het wordt alleen maar warmer en de bergen worden hoger, met op het midden van het eiland bergen van 500 meter.

Au! Een scherpe pijnscheut trekt door mijn linkerbil. In een reflex grijp ik met mijn had er na en sla een dikke horzel weg. Gadverdamme ook dat nog, steekvliegen. Ja, die komen op mijn zweetlucht af. In beweging blijven en hopen dat beest kwijt te raken.

"Au! Een scherpe pijn scheut trekt door mijn linkerbil."

8:57 uur. Ik hijg en puf en heb met veel moeite in de afgelopen 40 minuten slechts 4 kilometer afgelegd.

De klim is begonnen, maar omdat het via een hoop bochtenwerk de berg oploopt, heb ik dat niet direct door. Dus forceer ik mezelf te rennen, terwijl het aanvoelt alsof er lood in mijn benen zit. Mijn kuiten verkrampen en mijn hartslag en ademhaling schieten omhoog. Ik besluit te gaan lopen en zie dat zelfs tijdens het lopen ik een constante hartslag van 160 blijf houden. Het eerste wat er door me heen schiet is: ik moet écht wat aan mijn conditie doen en meer sporten, tot ik me realiseer dat ik waarschijnlijk aan de klim naar 500 meter ben begonnen. En die kramp in mijn kuiten en versnelde hartslag kunnen ook ontstaan omdat ik niet voldoende drink. Ik ben bijna 3 uur bezig en heb nog geen halve waterzak leeg. Dat is nog geen halve liter. Dus lopen en drinken is het enige wat ik nu moet doen.

Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop. Ja, zo komen die gedenkstenen in de bermen wel. Inmiddels staat de teller op 3 dode katten, 1 haas, 1 vleermuis, 1 slang en 3 gedenkgraven van ongelukkige zielen die op deze weg zijn verongelukt. In mijn hoofd noem ik de 118 al de Road des Mortes. Geen idee of dat goed Kroatisch is, maar het klinkt wel angstaanjagend. Hopelijk loopt het voor mij goed af.

9:30 uur. Ik bel weer met Vriendlief om te horen waar hij is. Ik heb 22 kilometer op de teller staan en ben bovenaan de berg gekomen met uitzicht over het water en het eiland Hvar in de verte, maar ik zie geen zeilboot met een groot zwart zeil.
‘Hoe gaat het?’
‘De wind is aan het inzakken. Ik ben nu op de hoogte van Blato,’ zegt hij.
Blato? Dat is 15 kilometer achter mij. ‘Hoeveel mijl heb je gevaren?’
‘13 ofzo.’
‘Hoe kan dat nou,’ roep ik, ‘anderhalf uur geleden was het nog 15.’
‘Nee,’ zegt hij, ‘dat waren kilometers.’
En ik maar denken dat hij het al die tijd over mijlen had i.p.v. kilometers. En dus flink op mij voorliep. ‘Ik heb de halfwinder gehezen en ga nog wel 5 knoop. Verwachte aankomsttijd is nu 13:00 uur.’
Oké, denk ik, dan maak ik tenminste nog een kans. Wat naar boven gaat, gaat zo ook weer naar beneden en dan maak ik het wel weer goed.
‘Doe voorzichtig.’
‘Jij ook.’

10:14 uur. Au! Ik word weer gepikt door een horzel. Ik kan nog geen tien seconden in de schaduw staan of ze zwermen om me heen en beginnen te steken. En ik snak naar schaduw. De zon staat al hoog aan de hemel en slechts langs de kant van de weg is af en toe een strookje schaduw van twintig of dertig centimeter. Ik moet dus blijven lopen wil ik niet lek geprikt worden. Na een korte afdaling ligt er opnieuw een steile helling voor me van 8% pal in de zon. 25 kilometer gehad, nog een kleine 20 te gaan.

"Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop."

10:27 uur. Eindelijk de afdaling waar ik op hoopte.

Hij gaat voor kilometers door, maar het blijft oppassen geblazen met het verkeer, de ene kant bestaat uit een hoge rotswand, de andere kant een vangrail tussen de weg en de afgrond en ook hier is aan de bloemen, kaarsen en gedenkstenen te zien dat het niet iedereen gelukkig is vergaan. De teller staat inmiddels op 6 gedenkgraven.

11:12 uur. 32 kilometer gehad en gearriveerd in Pupnat. Pupnat ligt iets van de route af, maar ik moet opzoek naar een supermarkt voor water. Mijn waterzakken zijn leeg en ik heb onlesbare dorst. Aan de eerste de beste inwoner vraag ik direct of er een supermarkt is, want nog 12 km naar Korčula zonder water ga ik niet overleven. Gelukkig is er een supermarkt in het dorp. Als ik de supermarkt instap, die de grootte van een kleine woonkamer heeft, voel ik direct hoe heerlijk koel het is. Hier wil ik blijven. Zou ik treuzelen en langs de schappen slenteren? Natuurlijk niet, we zitten wel in een race. Dus loop ik direct naar de koelcel en pak een fles water en sinas eruit. Wanneer ik naar buiten stap word ik bevangen door de warmte. Ik besluit, race of geen race, toch even te gaan zitten om te eten, drinken en mijn waterzakken opnieuw aan te vullen. Want misschien zijn het nog maar 12 kilometer, die worden lood- en loodzwaar. Ik ga tussen de keuvelende mannetjes op het pleintje voor de supermarkt zitten, die al lekker aan het pilsen zijn en vul mezelf en de waterzakken aan.

11:32 uur. Ik probeer Vriendlief te bellen maar heb slecht bereik. We proberen het een paar keer, maar de lijn kraakt en om de beurt vallen we weg. Oké, ik hoop maar dat alles goed gaat met hem. Concentreren en doorrennen.

11:49 uur. De hitte is allesomvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop. Ik ren van streepje schaduw naar streepje schaduw, waarbij ik me tegen de rotswand moet persen om erin te staan. En direct hoor ze je ze aankomen de bloedzuigende horzels. Als ik geluk heb geven ze me tien seconden om op adem te komen, maar meestal niet.

12:02 uur. Niets kan me meer afleiden van de hitte. De oordopjes van mijn telefoon waarmee ik een luisterboek luister zijn te warm in mijn oren. De lucht die ik inadem is te droog. De hitte is verlammend. Het is net na twaalven, maar ik vermoed dat het al boven de 30 graden is. De zon brandt op het asfalt en de rotswanden lijken de warmte te weerkaatsen. En nog steeds geen zuchtje wind. Ik moet afleiding vinden. Het is nog een kleine 5 kilometer naar Korčula. Ik begin met tellen. ‘1, 2, 3 …’ dat doe ik vaker als ik niet meer weet waar ik het moet zoeken van vermoeidheid, pijn of ellende. Of een combinatie van alle drie. (Ik heb in Noorwegen heel wat afgeteld). Eerst rustig tot 4 tellen. Dan tot 10 en daarna tot 100. En dan weer van voren af aan beginnen. Maar ik kom niet verder dan 4. Ook niet erg. ‘1, 2, 3, 4….’ Het geeft ritme. Met mijn duim tik ik het ritme op mijn vingers af. 1 = pink. 2 = ringvinger. 3 = middelvinger. 4 = wijsvinger. Als ik een setje heb gemaakt en weer terug ben bij de pink is dat 1. Tweede setje: pink, ringvinger, middelvinger, wijsvinger, terug naar de pink, 2. Ik blijf de setjes ritmisch herhalen en spreek met mezelf af dat ik pas in de schaduw mag staan als ik bij 100 ben.

Maar 100 red ik niet, bij setje 21 vlucht ik met hartslag 180 de schaduw in. Wie weet wanneer ik weer schaduw tegenkom, houd ik mezelf voor de gek. Hartslag laten zakken en opnieuw beginnen. De tweede keer houd ik het tot 55 vol. Er zit progressie in. De derde keer tot 100.

"11:49 uur. De hitte is alles omvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop."

12:12 uur. Piep, piep. 42 km geeft mijn horloge aan. Ik heb een marathon gelopen.

Oké, bijna dan. Nog 195 meter en dan kom ik op het terrein van de ultramarathon. Dat is naast de kick van een eiland over rennen waar het me om te doen is. Richting een ultra. De marathons zijn het opstapje richting het échte grote werk: ultramarathons of kortweg ultra’s. De minimale wedstrijdafstand van een ultramarathon is 50 kilometer, waardoor door sommige ultrarunners wordt beweerd dat je een ultra pas een ultra mag noemen na 50 kilometer. Onzin natuurlijk. Alsof het gebied tussen 42 en 50 geen ultra is. De officiële lezing van een ultramarathon luidt: alles wat verder is dan 42,195 kilometer.

12:19 uur. Piep, piep, 43 kilometer. Ik ben in het domein van een ultramarathon gekomen. En ik loop nog steeds. Wat zeg ik, ik ren nog steeds, al heeft het meer van joggen weg op dit moment. De finish is binnen handbereik en ik besluit dat ik niet meer mag lopen, al bezwijk ik ter plekke van de hitte.

12:23 uur. Nu pas zie ik Korčula liggen. Wat een mooi stadje, en wat nog mooier is: de weg loopt verder naar beneden. De haven zie ik al liggen. Ik tuur met mijn ogen het wateroppervlakte af. Nog geen spoor van Shark en Vriendlief. Ik heb hem na de mislukte poging in Pupnat ook niet meer gesproken. Hopelijk gaat het goed met hem. Ik zie voorbij de haven een grote veerpont liggen en besluit dat dat mijn doel wordt, daar klok ik af. Wanneer ik naar beneden ren voel ik me licht en zwaar tegelijk. Over mijn hele lichaam heb ik kippenvel en dat is niet van de emoties, maar puur van de warmte, ik ben compleet oververhit. Als ik bij de veerpont ben zie ik de groene paal die het eindpunt van het land markeert en ik ren daar naar toe, toe maar, die paar meters kunnen er ook nog wel bij.

12:30 uur. Ik klok. 43,96km. Net geen 44km. Waardeloos. Maar het geeft niet. Ik heb een eiland over gerend en ben in de next stage gekomen, ook als is het maar een mini-ultra. Nu is het zaak om te zorgen dat ik mezelf ga koelen. Want ik merk aan alles dat de hitte mij de baas wordt. Ik moet het water in en wel zo snel mogelijk. Er is geen zwemmersgedeelte bij het oude stadje en ik kijk om me heen waar dan wel. Voorbij de haven zie ik een strandje, maar dat is nog zeker anderhalve kilometer lopen. Ik ren een supermarkt in, haal een ijskoud biertje en loop met het biertje tegen mijn hoofd en wangen richting de haven. De weg tussen mij en het strand wordt versperd door een metershoog hek en ik moet omlopen. Ik begin te panikeren. Ik moet het water in! En wel nu! Na een eindeloze 20 minuten plons ik met kleding en al het water in en trek daar mijn biertje open. Heerlijk! Ik bel Vriendlief en besef dat de winst van mij is, het biertje wordt in één klap nog smaakvoller.

14:24 uur. Shark vaart de haven van Korčula binnen. Ik voel me opgelucht. Ik help Vriendlief aan te meren. Het wordt tijd voor die beloofde fles bubbels en eten, heel veel eten, maar niet voordat we het stadje hebben verkend. Nog meer lopen. Wanneer we aan het einde van de dag terug zijn bij de boot en ik op mijn sporthorloge kijk, schrik ik van het aantal kilometers: 52,5 kilometer. Als dat geen ultra-afstand is, weet ik het ook niet meer!

Race uitslag:

Adventure Virgin: 43,96 km in 6:11 uur en 663 hoogtemeters.
Shark: 32,6 zeemijl (58,7 km) in 8:05 uur en een heleboel golven.

Bekijk ook de video:

https://www.youtube.com/watch?v=YmMJm2nlejg


Eiger Ultra Trail: zoveel meer dan een race

 

Ik weet het nog als de dag van gisteren. De droge knak waarmee ik mijn enkel brak.

Op 26 juni 2016 veranderde mijn leven. Vandaag, drie jaar later op 20 juli 2019, sta ik aan de voet van de machtige Eiger en klinkt over enkele minuten het startschot om in een ronde van 35 kilometer de uitlopers van de Eiger te beklimmen.

“This is your time, this is your race.” Drie jaar geleden kreeg ik tranen in mijn ogen bij het zien van de trailer voor de Eiger Ultra Trail en het horen van het liedje. Dit is waar ik al drie jaar lang van droom en het afgelopen jaar voor getraind heb. Dit wordt mijn eerste echte bergrace.

Je kunt van te voren nooit weten welke gebeurtenis je leven het setje in de juiste richting geeft. Drie jaar geleden zat ik vast in een leven dat ik zelf gecreëerd had. Ik had het onderwijs ingeruild voor een eigen onderneming, had opdrachten en eigenlijk verliep alles wel prima. Prima, dat was het. Maar, niet top. Ik had net de eerste stap gezet naar een avontuurlijk en zelfstandig leven. Ik was alleen naar Schotland vertrokken voor een trektocht door de Hooglanden. Dat was een waanzinnige ervaring, die ik iedere dag nog koester. Mijn allereerste keer alleen op vakantie. Mijn allereerste keer nieuwe enge dingen doen als links rijden, zelf mijn accommodaties regelen, de bootovertocht, een trektocht door de Hooglanden maken met nul berg- of navigatie ervaring. De allereerste keer mijn eigen boontjes doppen en het avontuur van mijn leven hebben. En dat was het zeker.

Maar wat was dan niet top? Het leven in Nederland. Ik leek geen grip te krijgen op het leven dat ik hier wilde leiden. Het was hol en leeg, ondanks de opdrachten die op papier en in de kroeg heel gaaf klonken, maar wat ik niet echt voelde. Mijn hart ging er niet écht sneller van kloppen.

"Je kunt van te voren nooit weten welke gebeurtenis je leven het setje in de juiste richting geeft."

Waar mijn hart wel sneller van ging kloppen was de ultra-endurance wereld die ik via YouTube en later ook boeken ontdekte.

Een wereld waarin mensen niet in de bergen wandelen, maar er in rennen. En dan niet 10 kilometer of een halve marathon, maar mega afstanden van 50 tot 100 kilometer en daar voorbij: ultramarathons. Als ik deze video’s bekeek en de emoties op de gezichten van de mensen zag die de finish overkwamen, dan sprongen de tranen in mijn ogen. Deze mensen waren diep gegaan. Deze mensen hadden tijdens de trail meer over zichzelf ontdekt, dan ik in een heel werkend leven zou doen. Hier zou het antwoord op mijn zoektocht naar een zinvol en bezield leven kunnen liggen. Je grenzen verkennen en verleggen. Ontdekken uit welk hout je bent gesneden. En dus besloot ik mijn stoute schoenen aan te trekken en te gaan trainen voor de Eiger Ultra Trail, afstand om te beginnen: 35 kilometer. Om de bergen te simuleren moet je niet in Nederland zijn en dus vertrok ik naar de Duitse Eifel om te trainen. En op de tweede dag gebeurde daar het noodlottige en kwam ik tijdens het hardlopen ten val en brak mijn enkel. Ik lag anderhalve week in een Duits ziekenhuis en eenmaal terug in Nederland duurde het herstel vele maanden. Het duurde nog eens anderhalf jaar voor ik weer kon starten met hardlopen, tegen alle adviezen in, maar ik had en heb nog steeds maar één droom: ik wil een ultrarunner worden.

"Deze mensen waren diep gegaan, deze mensen hadden tijdens de trail meer over zichzelf ontdekt dat ik in een heel werkend leven zou doen."

In de weken dat ik aan de bank gekluisterd zat en mijn zelfstandige en avontuurlijke leven in de kiem gesmoord werd, begon ik te fantaseren over een leven waarin avontuur prominenter aanwezig zou zijn.

Ik speelde met de gedachte om Adventure Virgin op te zetten, maar drukte het weer even snel weg. Er moest gewerkt worden. Ik transformeerde mijn bedrijfje naar Grinta Communicatie en stortte me daarop en verwaarloosde mijn avontuurlijke kant. Tot vorig jaar zomer ik besloot dat het genoeg was en ik in twee jaar tijd weer dezelfde kooi voor mezelf had gecreëerd. Mijn leven stond in het teken van werken en geld verdienen. Na een mislukte poging om mijn bedrijf te laten groeien met personeel en freelancers, was voor mij de maat vol. Ik gooide mijn bedrijf dicht en nam een maand vrij. En daarna nog een maand. Ik was er klaar mee. Ik vertrok naar Chamonix om daar in de bergen buiten te spelen en boeken te lezen. En daar nam ik het besluit: ik zet mezelf op de eerste plaats. Ik ga niet eerst een burn-out krijgen voor ik ga inzien dat er maar één persoon belangrijk is en dat ben ik zelf. Ik zocht nieuwe samenwerkingen en investeerde een bak geld, energie en tijd en op 20 november 2018 zag Adventure Virgin het levenslicht. Een platform zonder businessmodel, maar een droom die uitkomt. Hoe ik er mijn geld mee ga verdienen is niet relevant, het belangrijkste is dat het platform met inmiddels trouwe lezers mij motiveert en inspireert om mijn dromen te leven. Ik ben aan een zoektocht begonnen om mijn dromen te leven en avontuur op de eerste plaats te zetten. Deze zoektocht wil ik met je delen.

"En daar nam ik het besluit: ik zet mezelf op de eerste plaats."

“Drei, zwei, eins… Go!”

We zijn gestart en iedereen rent langs me heen alsof we aan een 200 meter sprint zijn begonnen. Ik probeer ze bij te houden, maar al snel word ik gedwongen om te lopen omdat mijn kuiten verkrampen op de eerste berghelling. Na een paar minuten begin ik te gniffelen, maak mijn wandelstokken langer en ga in een rustig tempo de berg op lopen. Ren maar jongens, ik heb helemaal geen zin om te racen vandaag. Vandaag ga ik genieten van het landschap, de sfeer en lekker aanklooien op de afdalingen. Vandaag ga ik genieten van een droom die uitkomt. Vandaag ga ik buiten spelen.


kano loire site met logo

In de voetsporen van Captain Hornblower

 

Au, au. Heet, heet. De onderkant van mijn voetzolen branden.

De spanbanden snijden in onze buiken en handen. Na iedere 20 meter stoppen we en graven we vliegensvlug onze voeten diep in het zand om ze een beetje te koelen. Het kost ons zeker zeven stops om bij het water te komen en als we er dan zijn is het niet eens koud, maar ronduit lauw. Niet de verkoeling waar ik op hoopte. En dan is het zo ver. We smeren ons rijkelijk in met zonnebrand – het is 29 graden – en duwen de kano af.
‘Shit,’ hoor ik Vriendlief vloeken, ‘hij blijft niet drijven!’
‘Verdomme, dat meen je niet!’ roep ik uit.
Op de kano ligt zeker voor 100 kilo aan spullen. Tent, tweepersoonsluchtbed, slaapzakken, kisten met eten, boeken, brandertje, pannen, water en heel wat wijn en bier. Tja, het blijft wel vakantie.
‘Oké, dan moeten we spullen achterlaten,’ roep ik gejaagd terug.
‘Geintje,’ antwoordt hij met een grijns, ‘ik kan jou ook zo makkelijk op de kast krijgen.’

Vriendlief is de liefste jongen van de wereld, maar op dit moment zou ik hem hier ter plekke in de Loire willen verdrinken. Aan de andere kant moet ik ook wel weer grinniken, omdat ik hem na al die jaren op een spoortje humor heb betrapt. Over het algemeen zijn z’n sterke verhalen beter dan zijn grappen. Over sterke verhalen gesproken. Dat we met onze voeten in de Loire staan is niet zomaar. Het is het begin van een sterk verhaal. Een verhaal uit een jongensboek. We treden in de voetsporen van zijn jeugdheld Captain Horatio Hornblower: een boeken serie over een fictieve Britse zeeofficier ten tijde van de Engelse Navy tussen 1792 en 1815, geschreven door C.S. Forester. Het boek dat Vriendlief inspireerde om deze reis te ondernemen is deel III uit de reeks.

kano punt Loire Adventure Virgin

"Dat we met onze voeten in de Loire staan is niet zomaar. Het is het begin van een sterk verhaal. Een verhaal uit een jongensboek."

Captain Hornblower: Flying Colours

Captain Hornblower’s avontuur begint in een gevangenis ergens aan de Spaanse kust tijdens het Bonapartistische strijdgewoel. De Engelse commandant heeft zijn schip moeten overgeven aan de Franse overmacht. Hij kan echter een executie verwachten omdat hij bij een operatie de Franse vlag voerde als krijgslist. Op zijn reis naar Parijs waar zijn executie plaats zal vinden weet Captain Hornblower te ontsnappen en bouwt hij een boot om de Loire af te varen naar de Franse kust. Hornblower lijdt echter schipbreuk op de Loire bij de stad Nevers. Daar wordt hij geholpen door een Franse aristocraat en zijn mooie dochter waar hij uiteraard verliefd op wordt. De boot wordt gerepareerd en samen met de dochter vervolgt hij zijn weg naar de Franse kust.

Begin mei 2018 varen wij in de voetsporen van Hornblower de Loire af. Vriendlief als Captain Hornblower en ik als zijn veroverde Franse liefje. Of zoiets. Ook voor ons is de tocht niet geheel zonder risico. Meerdere mensen hebben het geprobeerd. Te lage waterstanden, noodweer of wakker worden zonder boot of kano zijn geen uitzondering. Genoeg reden voor ons om een kano te kopen, op de auto te laden en richting Frankrijk te rijden.

"Te lage waterstanden, noodweer of wakker worden zonder boot of kano zijn geen uitzondering."

kanotocht op de Loire

Dag 1 In het ritme komen

En zo staan we dus met onze oververhitte voeten in het lauwe water van de Loire bij Nevers. De kano blijft net drijven, hoewel hij niet bepaald stabiel is en we zetten koers richting… ja waar eigenlijk. We hadden gehoopt 8 dagen te varen, maar het weer zit niet mee. Slechts 5 mooie dagen zijn voorspeld, dus het is nu of nooit en we zien wel waar we uit komen.

Na 20 minuten peddelen voel ik mijn armen al. Die duurbetaalde crossfit lessen leveren toch niet op wat ze zouden moeten doen. Maar het hoort erbij, je lichaam moet wennen dat het actie moet leveren in plaats van dat getyp wat ik normaal doe. Na drie uur peddelen en 17km houden we het voor gezien. We zoeken een plekje op een eiland in de rivier.

We vinden een mooi eiland met een prachtig strand en boompjes. We zijn echter niet de eerste aan de sporen van het vuurtje, voetstappen in het zand en de enorme hoop wc-papier te zien. Bah! Hoe vies kunnen mensen zijn. Toch maar op zoek naar een ander strandje. Na wat organiseren en opruimen hebben we een prima kamp. Vriendlief graaft een koelkast en we gaan vervolgens met onze stoeltjes in de rivier zitten met lauw bier en rosé. Geen overbodige luxe, want niet alleen de mijn voetzolen branden van de helse sleeptocht met de kano door het hete zand, ook de bovenkant van mijn voeten zijn flink verbrand. Na 2 uur lezen en badderen in de rivier ruiken we het water in de lucht. En ja hoor, als we ons omdraaien is de lucht gitzwart. Het zou 3 dagen droog blijven. Niet dus. Maar goed dat we last minute een zwemvest hebben gekocht, want het gaat er die avond flink op.

"We komen steeds dichter bij de brug. En dan hoor ik het. Geraas. Gebulder. Kolkend water."

Dag 2 Paniek

De volgende dag blijkt dat zwemvest levensreddend, althans als we echt waren omgegaan. Maar een zinkende kano met 200 liter water erin en al onze spullen tel ik ook als een levensbedreigende situatie. Hoe we dat voor elkaar hebben gekregen? Nou, door accuraat handelen aan Vriendlief’s kant is het net goed gegaan en door laksigheid aan mijn kant zijn we überhaupt in de penibele situatie terecht gekomen. We zijn gaan kanoën zonder kaarten of informatie over de route. Voor mij geen probleem. Zo ga ik altijd te werk. Ik fiets of wandel maar gewoon een eind heen. Aan een gedegen voorbereiding heb ik een broertje dood. Maar goed, ik had maar één taak voorin de kano: OPLETTEN. Takken, ondieptes, maar ook én nog veel belangrijker uitkijken naar stroomversnellingen en dammen! Want die zijn talrijk aanwezig in de Loire.

‘Floor, gaat dat goed?’
‘Ja hoor, maak je niet druk,’ roep ik nonchalant terug, ‘klein stroomversnellinkje.’
Plons hele bak water over ons heen. Ik giechel zenuwachtig, dat ging maar net goed.
‘Floor, wat hoor ik? Gaat dat goed daar straks bij de brug?’
‘Jahaaa,’ roep ik geïrriteerd terug. Paniekzaaier. Wel zie ik een streep op het water verschijnen. Dat is het verraderlijke, omdat je zo laag op het water zit zie je de waterversnelling aan de andere kant niet. We komen steeds dichter bij de brug. En dan hoor ik het. Geraas. Gebulder. Kolkend water.
‘DAM!!!!’ gil ik.
Dit is zo’n momentje in een film waarbij mensen op een waterval afgaan en naar beneden storten. Ik doe het bijna in mijn broek. Oké, dit was het dan. Geestelijk bereid ik me voor op het ergste, we gaan om. Het wordt happen naar adem en zwemmen voor je leven. Het moment om naar de kant te gaan is voorbij, we gaan er midden op af. Achter me hoor ik gevloek en getier. Ik sluit me af. Daar gaan we dan.

Bonk. Met een klap duik de punt het water in en een bak water komt over me heen. Bonk. Weer een klap. We raken de bodem. Bonk. Nogmaals en nogmaals. Ineens hoor ik achter me: ‘Peddelen Floor!’
Ik peddel alsof mijn leven ervan af hangt. Niet onverstandig in een situatie als deze. Mijn armen verzuren. We hebben het gehad, denk ik en ik wil me omdraaien.
‘Stop blijf in het midden zitten, we zinken!’ Dit keer is het geen grap. Het water staat tot 10cm onder de rand IN de kano! We moeten hozen, gaat het door me heen. Ik pak mijn waterfles, smijt de dop weg, maar hij zit nog helemaal vol. ‘Stop met bewegen, verdomme! Naar de kant peddelen!’ hoor ik achter me. Ik peddel zo snel mogelijk naar de steile oever met bramenstruiken. We glijden weer weg. Ik grijp de doornige struiken vast en trek de kano naar de kant. Dit was net iets té avontuurlijk. ’s Avonds op het eiland drinken we nog maar een paar extra wijntjes tegen de schrik. Moet ook wel, want het drinkwater heb ik weggegooid….

"Stop blijf in het midden zitten, we zinken!" Dit keer is het geen grap.

Dag 3 Dorst

De volgende dag staat in het teken van dorst. Met tongen als uitgedroogde lappen leer bereiken we in de middag een dorpje met een winkeltje. Wat kan vers drinkwater goddelijk zijn.

Dag 4 Kernwasser Wunderland

De Fata Morgana van de Efteling is er niets bij. Onder luid gekwaakt van kikkers en getjirp van vogels varen we langs blauwe libellen met zwarte vleugeltjes, ontelbare reigers en een geschrokken hertje langs de groene oever. Ik maak Vriendlief helemaal gek met het liedje van Efteling carnaval festival: ‘Taa tata Taa tata Tatata!!’ Inclusief de draaiende handjes in de lucht.

’s Avonds strijken we onder de rook van de kerncentrale op een eilandje neer. Een donkere onheilspellende lucht met veel onweer erin komt opzetten. Pats, de eerste dikke druppels vallen al. Snel zetten we de tent op, proppen alle spullen in de tent en gaan er zelf tussen liggen. Om de tijd te doden trekken we een fles wijn open en spelen een potje pesten. Dan hoor ik geschreeuw. Er staat iemand in onverstaanbaar Frans te roepen. En dat is al snel onverstaanbaar aangezien ik geen Frans kan. Zou hij het tegen ons hebben? Geen idee. Ik hou het er maar op dat deze man even zijn frustratie van zich af staat te schreeuwen tegen het onweer.

Als we na de stortbui met een wijntje van het panoramische uitzicht genieten komt een feloranje bol achter de wolken vandaan. Het is de maan. Iedere krater is met het blote oog te zien. De maan verlicht het sprookjesachtige landschap. In het water zien we iets zwarts bewegen. Er komt een otter langs gezwommen. Hij kijkt niet op of om en zwemt doodleuk naar zijn holletje op het eilandje schuin tegenover ons. We kijken elkaar aan. Dit is het leven.

"Een donkere onheilspellende lucht met veel onweer erin komt opzetten."

Dag 5 meer landmijlen dan zeemijlen

We worden vreemd aangekeken door de mensen die in het treintje zitten en ons voorbij rijden. We sleuren al 3 kilometer de zware kano op de twee gammele wieltjes door een dorpje naar de camping. Braire is het eindpunt van waar we morgen de trein zullen pakken terug naar Nevers om daar de auto op te halen. ‘s Avonds barst het onweer weer los. En na 5 dagen wordt het tentje toch wel wat klein voor zoveel slecht weer. Maar we komen zeker nog eens terug om de tocht af te maken.

Voor iedereen die op de Loire wil kanoën, zou ik willen aanraden doe dit in juni en niet in mei. Kans op beter weer is dan groter. En pas op met de waterstanden eind juli en augustus. Grote kans deze op de meeste plekken dan te laag zijn om nog te kunnen kanoën. O en doe misschien toch ook iets aan voorbereiding, een kaart en genoeg drinkwater. Veel plezier!


marathon Rotterdam Floor Finish

Mijn eerste marathon: Rotterdam

 

De eerste zweetdruppels parelen al over de gespannen koppies naar beneden.

Achter de indrukwekkende skyline van Rotterdam piept de zon tevoorschijn en zodra hij mijn huid raakt weet ik: dit gaat een warme dag worden.

De spanning in het startvak is duidelijk voelbaar. Het is stil. Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht. Vaseline wordt doorgegeven, nog wat water gedronken, veters gestrikt. De tijd gaat traag en stroperig voorbij. Om vijf over tien klinkt eindelijk het startschot voor het eerste vak. Na 20 oneindig lange minuten mogen ook wij starten.

Ik voel kriebels in mijn buik als ik de befaamde Zwaan oploop. Er wordt gejuicht en geschreeuwd alsof we er al een marathon op hebben zitten. Maar we zijn slechts begonnen.

Na anderhalve kilometer laten we de drukte achter ons en word ik geconfronteerd met de werkelijkheid. Eindeloze lange en vooral saaie asfaltwegen met een handjevol mensen aan de kant. Geen muziek, geen aanmoediging. Onder de lopers heerst gespannen stilte. Tijd voor muziek en ik doe mijn oortjes in.

5 kilometer. Ik moet plassen. En niet zo’n beetje ook. We hebben ruim 50 minuten in het startvak gestaan, heel veel water gedronken en dat moet er nu uit. Maar waar blijft die wc? Ze zouden er toch om de paar kilometer staan? En inderdaad, terwijl ik op zoek was naar witte bordjes met WC erop staan er her en der langs het parcours dixies.

10 kilometer. Tweede waterpost, de eerste ben ik voorbij gelopen, maar ik voel nu dat dat niet verstandig is, want hoewel ik een camelbak om heb ga ik er snel door heen. Te snel. Net als mijn looptempo. Ook te snel. Ik wil niet stoppen, dat is namelijk later in de race killing voor je benen en nog erger mentaal. Dus ik moet mezelf een tactiek aanleren om al rennend water te drinken en over me heen te gooien om te koelen. Aangezien ik een pet en zonnebril op heb is water op je hoofd krijgen een gedoe en de zonnebril vliegt door de lucht. Door de wirwar van benen krijg ik hem niet te pakken. Gelukkig is er een loper die hem voor mij opraapt. De bril is bekrast en de wereld heeft horizontale strepen gekregen.

Marathon Rotterdam Floor Startvak

"Duizenden mensen staan opeen gepropt. Glimmende gezichten. Plakkerige lijven. Her en der al een penetrante zweetlucht."

15 kilometer. We zijn weer bij een waterpost aanbeland.

Inmiddels heeft iedereen het systeem door van voorsorteren naar juiste kant van het parcours en drinken pakken, behalve deze vrouw. Ik steek mijn hand uit om een beker water van een vrijwilliger te pakken en krijg een ellenboog in mijn rug, waarna ze vol tegen mijn arm aanloopt, ze een kreet slaakt en met lege handen de waterpost voorbij rent. Het liefst zou ik nu een sprintje trekken om haar vol tegen de grond te hoeken. De warmte doet wat met een mens. Nu al. Ik heb totaal geen zin in ruzie bij waterposten.

21kilometer. Half way. Nu gaat het beginnen. Het rechter bovenbeen begin ik al te voelen, shit nu al.

25 kilometer. Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me. Het doet er niet toe wie je bent, wat voor werk je doet, hoe je eruit ziet, waar je vandaag komt of welk merk kleding je draagt, iedereen ondergaat nu hetzelfde. We lopen niet tegen elkaar, we lopen tegen onszelf. Er zijn geen woorden nodig om deze onderlinge verbondenheid te voelen.

27 kilometer. Terug op de Erasmusbrug. Ik ben net ingehaald door de pacers met finishtijd 4:10. Tot kilometer 25 had ik de stiekeme hoop dat ik in 4:10 zou kunnen finishen. Het was de overmoed die sprak, want ik had mezelf maar één doel gesteld en dat was finishen, heel en in één stuk. Ik probeer een tandje bij te zetten, maar het asfalt plakt als kauwgom aan mijn zolen, de helling van de brug is te groot. Laat gaan Floor, spreek ik mezelf vermanend toe. Het echte werk moet nog beginnen.

30 kilometer. Nu pas! Nee, dit is onmogelijk! Nog 12 kilometer, hoe dan?

"Om me heen worden de koppies strakker, de blikken verbeten. Het gedeelde leed raakt me."

Marathon Rotterdam rennen Floor

32 kilometer. Welkom in de hel.

We lopen door het Kralingse Bos. Hier ben ik voor gewaarschuwd. Nauwelijks toeschouwers, geen muziek. Alleen verzengende hitte en lopers die de moed opgeven, ze gaan wandelen. Stilstaan. Zitten. Liggen.

33 kilometer. Ik ben nog steeds in de hel. Mijn benen zijn op en mentaal begin ik in te storten. Ik troost mezelf met de gedachte: hier heb je voor getraind. Laat de emoties maar als golven over je heen komen. De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen.

35 kilometer. De hel is een oneindige diepe put. Overal om me heen zijn mensen gaan wandelen. Sommige lopers heftig hun hoofd nee-schuddend. Anderen zuchtend en hardop vloekend. Ik ren door. Ik mag alleen stoppen als ik moet overgeven. Geen excuses, blijven rennen.

37 kilometer. De bodem is nog niet bereikt. De golven aan emoties hebben plaats gemaakt voor golven van misselijkheid. Bij de drinkpost spoel ik mijn mond met water en sportdrank. Drinken kan ik niet meer verdragen, eten al een aantal kilometers geleden niet meer. Boerend van de misselijkheid ren ik door. Blijven rennen.

38 kilometer. Nog een klein half uur rennen, als ik het tempo opvoer naar 6 minuut per kilometer dan is het nog 24 minuten. No way, dat ik nog langer dan 24 minuten ga rennen. Dat is de max, langer kan ik niet. Dus tandje erbij Floor. Hoe sneller je rent, hoe sneller de hel voorbij is.

39 kilometer. Waar blijft die 40?

40 kilometer. Nog 12 minuten. Dan eindigt deze hel.

Nog 1000 meter staat er op de grond. Oké, blik van de grond halen. Kom uit die tunnel. Kijk om je heen, probeer te genieten. Dit is je moment. De laatste 1000 meter naar de finish. Glimlach. Geniet. En blijf rennen.

Nog 250 meter. Ik loop de Coolsingel op. Dit. Is. Het. Waar is de muziek? Waarom juichen de mensen niet? Ik steek mijn armen in de lucht en roep héééééhh! Een paar mensen kijken verschrikt op. Anderen kijken me aan alsof ik achterlijk ben. Een enkeling klapt.

marathon Rotterdam Floor Finish

"De radeloosheid, de frustratie, het zelfmedelijden, laat de stemmetjes in je hoofd maar praten, maar je blijft rennen. Wat er ook gebeurt, je blijft rennen."

42,195 kilometer. Blieb blieb, zegt het trackingsysteem.

4:21:37 geeft de klok aan. Ik kan eindelijk stoppen met rennen. Alles blokkeert. Ik kan bijna geen stap meer zetten. De adrenaline is op en de teleurstelling overvalt me. Ik had na deze mythische tocht minstens een heroïsche finish verwacht. Ik had verwacht vol emoties jankend en snotterend onder hysterisch applaus en een confetti-regen over de finish te komen. Maar niets van dat alles.

Waar blijven ze met die medaille, gaat het door me heen. Of met dat gouden isolatiefolie? Waar staat Aboutaleb? Waar is iedereen om mij te ontvangen als held? Ik kijk om me heen. Zucht eens diep. Dan doe ik maar wat ik de afgelopen 42km ook heb gedaan: lopen. En na eeuwige meters staan daar wat puisterige jongens met medailles. De jongen wil hem bij mij omhangen, maar ik gris de medaille uit zijn handen. Daarna volgen appels en bananen. Rot op, met je appels, ik heb net 4000 calorieën verbrand. In de tas van Vriendlief zit chocolademelk en een punt cheesecake! Daarover gesproken. Waar is Vriendlief? Goddomme. Ik heb hem bij de finish niet gezien. Na wat gebel en geapp blijkt dat hij 250 meter verderop staat en inderdaad mijn finish gemist heeft.

Ik heb zeker een uur nodig om mijn irritatie en misselijkheid te laten zakken. Vloekend en boerend loop ik door de drukte op zoek naar een plek waar ik kan zitten. Ik wijt het maar aan een lage bloedsuikerspiegel. Na een uur heb ik mezelf bijeen geraapt en kan ik eindelijk een terrasje op strompelen. En daar drink ik samen met Vriendlief een van de lekkerste biertjes die ik ooit geproefd heb.

The day after

Als ik mijn ogen open doe weet ik het zeker: ik heb geen marathon gelopen, maar ben de overlevende van een verkeersongeluk. Er zijn minstens drie vrachtwagens over me heen gereden. Alles doet pijn. Mijn benen, mijn kapotte tenen, mijn nek en schouders, mijn buik. Wanneer ik mezelf uit bed hijs komt de misselijkheid weer in golven omhoog. Ik strompel naar de badkamer. In de spiegel bekijk ik mezelf. Ik voel trots. Ik ben trots op mijn lichaam. Trots dat het zo sterk is. Dat het me zo ver gebracht heeft. Ik geloof dat ik die dag ondanks de spierpijn toch wat rechterop loop.

Toen ik de ochtend daarop voor de spiegel ging staan, zag ik mezelf weer ongefilterd en hekelde ik alle imperfecties. De marathon leek alweer zo ver achter me te liggen. Een verontrustende gedachte ging door me heen: Had ik écht wel alles gegeven? Of zou ik nog dieper kunnen gaan?

Om daar achter te komen heb ik me ingeschreven voor een nieuwe marathon. De marathon van Valencia. Watch me, I’m just starting…

Bekijk ook de video van de marathon van Rotterdam.

https://www.youtube.com/watch?v=VbGd-hy-Wps


Jezelf leeg lopen tijdens duurlopen

 

Eens per week ren ik de lange duurloop.

Nu richting de marathon is dat 30+ km. Volgens velen train ik te veel. Maar ik train niet voor de marathon. De marathon is een training voor de Eiger. En de Eiger is een training voor een ultra. Want dat is mijn échte droom.

Ik houd van deze lange duurlopen. En tegelijk zie ik er tegen op. Bij deze duurlopen waarbij ik inmiddels bijna 4 uur ren, ga je de strijd aan met jezelf. En het is niet zozeer de fysieke strijd, ja alles gaat pijn doen, maar het is veel meer een mentale en emotionele strijd. Je hoofd wilt altijd eerder opgeven dan het lichaam. Na 2 uur rennen ben ik er wel klaar mee, dan wil mijn hoofd opgeven, maar dan zit ik eigenlijk pas op de helft. Iedereen heeft wel eens van Engelse uitspraak ‘you have to dig deep’ gehoord. Maar hij krijgt pas betekenis nu ik de uren en kilometers aan het opvoeren ben.

.

"De Engelse uitspraak 'You have to dig deep' krijgt pas betekenis nu ik de kilometers en uren aan het opvoeren ben."

Na twee uur kan het landschap je niet meer bekoren,

de lieflijke krokussen, de knoppen die uitkomen, de paarden die rondlopen, dan wil je alleen nog maar stoppen. Dan begin ik al stiekem te denken aan de finish die bij mijn voordeur ligt, dan denk ik aan hoe lang het nog is. Killing. In het hier en nu blijven is de truc, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Om de pijn te verzachten luister ik naar boeken. De boeken verhalen over mensen die het veel zwaarder hebben dan ik. Het zijn expeditieboeken, survivalboeken, avonturenboeken. Boeken waar mensen vechten op leven en dood bovenop een berg, wereldrecords proberen te breken op de fiets of rennend, herstellende alcoholisten en verslaafden die zichzelf kwijt waren en weer vonden in extreme sproten en dan denk ik: Floor dit is maar een peulenschilletje.

"Hoogte- en dieptepunten komen en gaan."

Een andere tactiek om de mentale en fysieke strijd aan te gaan is door te relativeren.

Een dag kent 24 uur, wat is dan 4 uur rennen en je inspannen? 4 uur oncomfortabel zijn en de strijd met je jezelf aangaan. Merendeel van je dag besteed je nog steeds aan comfortabel op de bank hangen, in bad liggen of door te slapen. Ik vraag aan mijn lichaam dus maar 4 uur van de 24 uur even een tandje bij te zetten, zo moeilijk is dat toch niet?

Hoogte- en dieptepunten komen en gaan en na een dieptepunt waarbij je eigenlijk wilt stoppen kan zomaar na 3 uur eer weer een opleving komen en boor je een nieuwe energiebron aan waardoor je toch weer verder kunt. Maar ik zal niet ontkennen: het allerlekkerste gevoel is toch wanneer ik de voordeur binnenstap. Met verkrampte benen de trap op strompel en het bad laat vollopen. Een kan thee erbij en een bak kwark met fruit en noten maakt mijn welverdiende geluk compleet.

Kom maar op marathon van Rotterdam ik ben er klaar voor!

Volg mijn trainingen op Instagram en bekijk ook mijn vlogs op mijn YouTube kanaal.


Stilte voor de storm – deel 2

 

‘Een orkaan?! Je maakt een grapje!’

Vriendlief is nogal van het overdrijven en de sterke verhalen. En inderdaad niet een orkaan komt over Skye heen, maar wel de nasleep daarvan. En dat betekent veel wind en een hoop regen. Oftewel in goed Nederlands: hondenweer. Daar gaat mijn weer window. Het zou in die elf dagen precies drie dagen relatief mooi weer zijn: twee zonuren per dag en 40% kans op neerslag. Voor Schotse begrippen mooi weer. Planning was om over de bergkam van het Trottenish gebergte van het Noordelijkste puntje van Skye naar de hoofdstad Portree te lopen. Maar het restje orkaan gooide roet in het eten.

Tijd voor plan B.

Dag 6: Dunvegun

Waar ik nu dan toch weer terecht ben gekomen. Terug naar de basis is wat ik wilde met mijn tent op het Trottenish gebergte, maar dit komt ook wel in de buurt daarvan. Ik heb een kamer in Dunvegun en primitiever kan het niet. De ‘supermarkt’ uit het dorp bestaat uit een grote diepvrieskist met – hoe verrassend – magnetronmaaltijden en een kast met blikvoer. De kamer waar ik verblijf heeft geen tv en geen internet en stinkt vreselijk. Wel is het een room met een view en wat voor één.

Morgen wordt een rustdag. Ik ben zo vreselijk moe. Vandaag ben ik op de berg in slaap gevallen. Wel nadat ik eerst was gaan liggen. Morgen komt de storm aan land dus moest ik vandaag de Quirang bewandelen en de Prisoner beklimmen. Na vier uur rondgelopen te hebben besloot ik even te gaan liggen en zijn de oogjes dichtgevallen.

Op weg naar mijn nieuwe onderkomen heb ik een lifter meegenomen. Ik hoorde direct de stem van Vriendlief: ‘Ben je helemaal gek geworden! Je hebt een huurauto, je mag geen lifter mee nemen!’ Maar het was een onschuldig Frans meisje. Een stinkende backpacker met dreadlocks had ik laten staan (die kwam ik drie dagen later tegen). We hebben gezellig gebabbeld en ik heb haar afgezet in de hoofdstad.

"Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek."

Dag 7 : nog steeds Dunvegun

Zoveel te zien en zo weinig tijd. Compleet oververmoeid. Ik heb hier een kamer met het mooiste uitzicht en toch sprong ik vanochtend de auto in opzoek naar een mooiere plek. En overal waar ik kwam ging het door me heen: ik had op dit schiereiland of deze landtong een kamer moeten huren. Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial. Overal waar ik ben denk ik: had ik niet beter… en vul het maar in. Fomo (fear of missing out) heb ik al jaren geleden uitgevonden, nog voor het een begrip én een hype werd. En dankzij mijn hardnekkig fomo en daaruit voorkomende keuzestress kom ik nooit, maar dan écht nooit, uitgerust terug van een reis, alleen maar gestrester en in de wetenschap dat ik meer dingen níet gezien heb dan wél.

Aangezien ik de geplande rustdag toch al overboord heb gegooid kan ik net zo goed meer van het eiland gaan bekijken en zo kom ik bij het sprookjesachtige Neist Point: een verlaten vuurtoren. Hier zou ik wel een tijdje willen wonen. Wat ik overigens niet zou aanraden zijn de troosteloze Fairy Pools. Wat een kapot gelopen en smerige bende is dat zeg, de naam fairy kan het troosteloze gebeuren niet redden.

Maar niet alleen ik ben onrustig, er hangt hier iets in de lucht, naast de storm die woedt en de huizen en het landschap laat kraken. In de supermarkt, het tankstation, het café en op de radio hoor je ze smoezen, er hangt een geagiteerde sfeer, een negatieve lading. De Schotten zijn teleurgesteld en boos op de Engelsen. Tijdens mijn verblijf in Schotland stemde de EU in met de Brexit.

"Ik kan het niet langer meer ontkennen: ik ben een echte millennial."

Dag 8 Talisker Bay

Bam! Weer word ik door de wind omver geblazen. Ik ben op het zwarte strand van Talisker Bay. De storm is in volle gang. De zee buldert, de wind beukt. Maar ik geniet. Bij storm moet je aan zee zijn. Niet erop. Het primitieve bevalt me wel hier in het westen van Skye en even speel ik met de gedachten om de ferry naar de Outer Hebrides te nemen, maar als ik de zee zo zie razen bedenk ik me. Morgen vertrek ik naar het binnenland en ga nog noordelijker. Of dat verstandig is, aangezien ik over drie dagen het vliegtuig moet pakken, waarschijnlijk niet.

Dag 9 Knockan Crag

Deze ochtend ben ik bij het nationale park Knockan Crag geweest. Compleet verlaten, maar wat verbaasde me: het toiletgebouw was open en ook de computers in het infocentrum buiten flikkerde aan toen ik er op tikte. Een post-apocalyptische ervaring. Ik leerde over de ontstaansgeschiedenis van Schotland. En dat Schotland en Engeland twee aardschollen zijn die toevallig tegen elkaar gebotst zijn en dat ze echt andere roots hebben zowel in steen als volk. De trotse Schotten stammen af van de Vikingen. De Engelsen stammen af van… geen idee waar de Engelsen vandaan komen. Of naartoe op weg zijn…

Deze manier van reizen: rondrijden, wandelen en telkens ergens anders slapen is voor mij een eerste keer. Ik voel me vaak schuldig, dat ik binnen slaap en niet de kou en wind ontbeer van buiten. Ja, overdag ben ik buiten, maar dat telt niet. Dat wat ik doe nep is. Misschien komt het wel omdat ik van te voren niet goed genoeg heb nagedacht wat ik zou gaan doen. Een beetje vaag in mijn hoofd had ik rondrijden en mooie plekjes spotten en wel zien waar ik terecht kom. Dat was de droom, nu sta ik bij iedere kruising te twijfelen: welke kant ik op moet, wat ik wil zien. En ervaar ik dus die verdomde fomo en keuzestress. Keuzestress in the middle of nowhere van Schotland. Ik zei het je al, een echte millenial.

"De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je."

Bij de ruïne van Ardvreck Castle begint het te hagelen. Wanneer ik de auto in vlucht hoor ik op de radio het liedje O Children uit Harry Potter. Ook dat nog. De eenzaamheid valt als een dikke deken over me heen. Dit landschap doet wat met je. Het kruipt onder je huid. Ik ga straks in Ullapool de kachel aansteken, in een hoekje kruipen en een jankfilm opzetten. Misschien wel Harry.

Dag 11 van Inverness naar Edinburgh

Paniek! Ik moet het vliegtuig halen. Met 80 mijl per uur race ik over de wegen, hier en daar glij ik vervaarlijk door de bocht en moet ik auto’s ontwijken. Ik rijd over de mooiste weg van heel Schotland, de A82 door de Glen Coe vallei. Alleen in de verkeerde richting! De Three Sisters heb ik net achter me gelaten.

Op de weg heerst complete chaos. De Schotten zijn helemaal gek geworden, overal stoppen mensen, hun auto’s half in de veenmoerassen geparkeerd of gewoon midden op de weg. Na de storm, die een week duurde, heeft de hemel zich geopend en de hele Glen Coe vallei kleurt goud. Het is windstil en de lochs weerspiegelen de fluwelen bergen met de witte toppen. Het is spectaculair.

Tranen springen in mijn ogen van schoonheid, maar bovenal van pure frustratie. Ik heb nog drie en half uur om mijn vliegtuig te halen en volgens mijn navigatie heb ik ook precies drie en half uur nodig om het vliegveld te bereiken. Ik trap het gaspedaal nog dieper in. Ik heb tijd in te halen. Maar daarom huil ik niet. Het enige wat ik voel is spijt. Spijt dat ik niet de tijd heb genomen om Glen Coe te bekijken, spijt dat ik niet naar Fort William ben geweest, spijt dat ik vergeten ben dat het hier zo ongelooflijk mooi is. Mijn fomo wordt bevestigd. Dít is by far het mooiste stuk Schotland. Ik heb nog iets om voor terug te komen.

Lees ook Stilte voor de storm – deel 1