Mijlpalen in het Kanaal

“Pan-pan, this is Sussex Coast Guard, what are your intentions Naughty Nymph?”

Oké, ze doen het erom. Ga ik nog één keer uitleggen dat het Nauti Nymph is in plaats van Naugthy Nymph. Ach laat ook maar, nog dommer is de vraag wat onze intenties zijn aangezien we net een catamaran in nood hebben opgepikt. Even schiet het door me heen om een stupide antwoord te geven dat we de opvarenden in mootjes gaan hakken en opeten, er zijn immers ook twee kinderen aan boord, lekker jong vlees. “We give them a tow to the harbor of Portsmouth,” antwoord ik. We doen wat jullie nalaten om te doen: mensen in nood redden. Dat laatste zeg ik niet hardop.

 

4 dagen eerder…

 

Boulogne-sur-Mer – Eastborne

58 Nautische Mijl (NM)

Een grote droom komt uit. We gaan de oversteek maken naar Engeland. Met de zeilboot. De boot ligt in Boulogne-sur-Mer, Frankrijk. De oversteek is 50 nautische mijlen. En met een gemiddelde van 5 knoop per uur duurt dat zo’n 10 uur. Om 4 uur in de morgen hebben we de wekker gezet en we varen om 5 uur uit. Het is druk in de haven. De vissersboten komen terug van een nacht vissen. In de haven hangt een oranje gloed en het lijkt al licht te worden, maar dat is slechts schijn. Want zodra we de havenmonding uitvaren stevenen we af op een pikzwart gat: de open zee. Het is laag tij dus dat betekent dat we in de vaargeul moeten blijven, want het is een en al zandbank voor de kust. Lang leven de iPad waarmee we navigeren. Eenmaal uit de veilige en rustige zee arm van golfbrekers voel ik hoe ruig de zee is. Wat een deining en golven. Mijn maag begint meteen op te spelen en zal dit de komende 3 weken blijven doen. Een groot deel van de overtocht lig ik beneden doodziek op de bank. Zo had ik me de eerste overtocht niet voorgesteld.

"Mijn maag begint meteen op te spelen en zal dit de komende 3 weken blijven doen."

Eastborn – Brighton

19 NM

Het gaat er hard op, te hard. De eerste twee uur zat ik aan het roer en dat betekent ook de beslissingen nemen, maar ik merk dat ik wat begin te verstijven. Angst neemt langzaam bezit van me. “Wat gaan we doen Floor,” vraagt Vriendlief. “Zullen we omdraaien of gaan we door?” Natuurlijk wil ik omdraaien en met een pot thee warm binnen zitten en een boek lezen in plaats van kotsmisselijk tegen de golven in stampen terwijl de wind begint aan te trekken richting 30 knopen. “Ik weet het niet,” wat een waardeloos antwoord. En dus gaan we door.

Grenzen verleggen dat is het waar het bij deze tocht over zou moeten gaan. Ik heb een heel rijtje gemaakt. Dat softe gedoe van het IJsselmeer in Nederland ben ik wel zat. Als ik nog wat van de wereld wil zien moet je stalen zenuwen kweken. Dus staat op mijn lijstje.

✔️ Oversteek maken naar Engeland (en terug).

✔️ Meer dan 18uur zeilen en weten wat dat met je doet (en je relatie).

✔️ Nachtshifts draaien in je eentje.

✔️ Weten wanneer je je over je angst heen moet zetten en wanneer niet.

✔️ Weten wanneer je moet omkeren.

✔️ Weten waar je breekpunt ligt.

Nu twijfel ik of wat ik voel bij doel nummer 4 of 5 hoort. Na wat wikken en wegen en de compleet onzinnige vraag voor mijn eigen gemoedsrust aan Vriendlief: kan de boot dit wel aan? Besluit ik er voor te gaan: we gaan door!

“A little windy out there isn’t my dear?” 

Na 5 uur bikkelen en doodsangsten uitstaan arriveren we met windkracht 6 in de haven van Brighton.

Het nuchtere commentaar van de havenmeester luidt bij aankomst: “A little windy out there isn’t my dear?” De angst druipt waarschijnlijk van mijn gezicht. Maar check doel afgevinkt!

 

Brighton – Portsmouth

41 NM

Met een kater van hier tot ginter zeilen we tegen beter weten in naar de volgende lelijke havenplaats: Portsmouth. Onderweg horen we op kanaal 16 een gezinnetje in paniek. De motor van hun catamaran is uitgevallen en ze liggen midden een drukke vaargeul. De Sussex Coast Guard is vooral bezig met veel onzinnige vragen te stellen en allerhande formaliteiten en de vrouw raakt steeds verder in paniek. Tot ze na een twintigtal minuten op de paniekknop drukt en er een alarm naar alle boten uitgaat. We zijn nu verplicht redding te gaan verlenen. Wij zijn als eerste ter plaatse. Opluchting is te lezen op de angstige koppies, iemand doet eindelijk iets. Na een kwartier neemt de Sussex Coast Guard de boot van ons over.

 

Isle of Wight – Dieppe

91 NM

Om klokslag middernacht gaat de wekker. Ik geloof dat ik niet eens de kans heb gehad om in slaap te vallen. Een verse pot thee wordt gezet, broodjes gesmeerd en we lichten het anker. Op naar Frankrijk. We zijn er allebei niet rouwig om dat we Engeland achter ons laten. Het is nog even spannend omdat we langs een hoop vrachtschepen moeten die voor anker liggen en door verboden gebied varen. En dan is het moment waarop ik heb gewacht. Vriendlief gaat rusten en ik blijf alleen het komende uur aan dek. Aangelijnd en met een luisterboek op geniet ik van de nacht. Soms even de zaklamp aan om het kompas en de zeilen te checken en goed om je heen kijken voor visserbootjes. Het is spannend en ontspannend tegelijk.

Na 16 uur varen begint de sfeer aan boord toch wel wat om te slaan en na 18 uur varen slaan we elkaar bijna de koppen in. We hebben een fout gemaakt. Toen het eenmaal licht werd zijn we gestopt shifts te draaien en dat wreekt zich nu. Want we zijn allebei doodop. Frankrijk is in zicht, maar het zal nog minstens 3 uur duren voor we bij de haven zijn. Vriendlief maakt zich nu al druk om het aanvaren van de haven omdat de wind aanlandig is, ik maak me druk om de tijd die we nog moeten overbruggen, want de stuurautomaat kan het niet aan en we moeten alles met het handje sturen terwijl de 2 meter hoge golven van achterop komen. Niet leuk. We zitten allebei in onze eigen tunnel en ervaren een ander onderdeel als probleem. Nog een uur later barst de bom. Verwijten, geschreeuw en gejank. Deze uren gaan niet als de fraaiste van onze relatie de boeken in. Maar we redden het. Uiteraard zoals altijd.

"Frankrijk is in zicht, maar het zal nog minstens 3 uur duren voor we bij de haven zijn. "

Oostende – Vlissingen

27 NM

3 uur in de nacht. De wind giert door de masten en laat de verstagingen gillen. Ik heb een wee gevoel in mijn onderbuik. Een voorgevoel. Ik spreek het niet uit. Een half uur later varen we uit. We negeren het rode licht en varen naar de havenmonding. De golven worden hoger en hoger. Het is steekdonker. Ik denk terug aan de tocht van Eastborn naar Brighton, over je angst heen zetten. Maar het lukt niet. En voor ik kan zeggen dat ik bang ben, spreekt Vriendlief de verlossende woorden: “We keren om.”

7 uur diezelfde ochtend. We varen opnieuw uit. Het waait nog steeds windkracht 5. Achter ons draaien de mensen die ook zijn uitgevaren weer om. Zij besluiten nog een dagje te blijven. Geen optie voor ons. Dat hebben we de afgelopen vier dagen al gedaan. Het waren gespannen dagen. Met veel ruzie. Meerdere malen heb ik overwogen om de trein te pakken. Al mijn doelen heb ik behaald. Ik ben er klaar mee. Ik wil naar huis. Het plan is om naar Scheveningen te varen. Dikke 10 uur varen. Vanaf het eerste uur kan ik alleen maar huilen. Ik ben gebroken. Moe, misselijk en mentaal op. “Zullen we alsjeblieft naar Vlissingen gaan?” vraag ik. “Nee,” antwoordt Vriendlief stellig. “We hebben een afspraak gemaakt, we brengen de boot naar Scheveningen.” Dat is waar, we hebben een afspraak gemaakt. Verman jezelf Floor, spreek ik mezelf vermanend toe. Maar het lukt niet. Het gebeukt tegen de golven in, die me veel te hoog zijn, de harde wind, de angst die constant in mijn maag aanwezig is net als de misselijkheid. Ik kan het niet meer. Ik spring nog liever van boord dan dat ik doorvaar naar Scheveningen. En ik schat de afstand in tot de kust. “Ik wil nu naar Vlissingen” zeg ik tegen Vriendlief. Het antwoord is nee. En dat knapt er iets. Onbedaarlijk begin ik te schreeuwen en te krijsen. Pure frustratie en onmacht vreet zich een weg naar buiten. Het breekpunt is bereikt. Ik kan niet meer. En wil niet meer. Als ik van boord moet springen, spring ik, als het mijn relatie kost, is dat maar zo. Geen uur langer dan nodig is blijf ik op deze boot zitten. Ik gil tot mijn keel er pijn van doet. “We gaan NU naar Vlissingen.”

 

Terugblik

In drie weken hebben we vier landen aangedaan en al mijn doelen bereikt. Was het het allemaal waard achteraf? Ik weet het niet. Mentaal ben ik weer verder afgehard en we zijn er samen sterker uitgekomen, maar om nou te zeggen dat het een gezellige vakantie was. Niet echt. Ga ik nog een keer zeilen? Absoluut, maar dan laat ik het misselijkmakende Kanaal voor wat het is en huren we een boot op de Adriatische zee in Kroatië of Griekenland en laat ik mijn mijlpalen thuis.


Frankrijk: Fietsen in een sprookjesboek

Bonjour, bonjour klinkt het aan alle kanten om me heen.

Ik voel me net Belle uit Belle en het Beest. Ik ben een Disney prinses en deze schattige Franse dorpjes zijn het decor van mijn eigen sprookjeswereld. Alleen draag ik geen baljurk, word ik niet vergezeld door pratende theekopjes en kandelaars en race ik tegen de klok in plaats van dat ik lach om zijn grappige anekdotes. Mijn prins op het witte paard zit in Nederland, terwijl ik op mijn fiets door het Franse landschap ploeter met krakende knieën en blaren op mijn billen. Een dikke zoute traan rolt over mijn wang en valt op mijn fietsbroek. Ik ben zielsgelukkig.

Ik ben op fietsvakantie. Alhoewel vakantie. Er is weinig vakantie aan wanneer je acht uur per dag fietst. Als het dan ook nog eens regent, je stekende pijn in je knieën hebt en je ’s ochtends natte fietskleding aantrekt wordt het wel een beetje ellendig. Waarom doe je het dan vraag je je misschien af? Nou precies hierom. En dit zijn slechts de fysieke ongemakken, want mentaal ga je ook flink door de mangel!

“Ik ben een Disney prinses en deze schattige Franse dorpjes zijn het decor van mijn eigen sprookjeswereld.”

Je komt een hoop uitdagingen tegen onderweg.

Niet alleen de heuvels die je moet beklimmen, maar ook de route die je kwijtraakt en terug moet vinden, campings die niet blijken te bestaan en je verstaanbaar proberen te maken in het Frans. En er is iets aan de hand met dat Franse landschap. Wat recht lijkt, blijkt vals plat te zijn en wanneer je de top van een heuvel bereikt, ligt daarachter altijd weer een hogere top. Wanneer je dan eindelijk naar beneden wilt roetsjen, moet je bijtrappen omdat je tegenwind hebt. Nee, makkelijk werd het niet één keer. Maar eerlijk is eerlijk, het landschap is wondermooi. Ik heb gefietst langs rivieren en kanalen, door bossen en graanvelden, over waterwerken en bruggen, en over heuvels en door dalen. Iedere keer opnieuw werd ik getrakteerd op betoverende vergezichten, schattige dorpjes, middeleeuwse stadjes en sprookjesachtige kastelen.

Elke dag is prachtig en zwaar tegelijk. En elke dag ga je opnieuw door een emotionele rollercoaster. Steevast ben ik er naar drie uur fietsen wel klaar mee, na vier uur fietsen wil ik alleen nog maar stoppen en als ik na zes uur fietsen denk dat ik het dieptepunt heb bereikt, blijkt de put de laatste twee uur bodemloos te zijn. Dat vind ik het mooiste van de reis: als je denkt dat je niet meer verder kunt, kun je nog zoveel verder.

En dan de beloning als je een camping hebt gevonden, je tent hebt opgezet, gedoucht en in je kloffie uitgeput op het luchtbed neerploft. Ja, ik kan naar het fietsen alleen nog maar liggen, zitten gaat écht niet meer! Dan een prachtig boek erbij pakken en ondertussen met je hand in een zak vol lekker graaien en ongegeneerd eten. O, wat is dat lekker!

"Het leven in zijn pure vorm: fietsen, eten en slapen.

En lezen, heel veel lezen!

Voor ik aan dit tochtje begon vertelde ik her en der over mijn fietsplannen.

Opgetrokken wenkbrauwen waren de reactie en zelden ging iemand er echt op in. Mocht iemand zich toch geroepen voelen tot een reactie dan was dat: ‘Is dat niet een beetje gek?’. Dan was het mijn beurt om de wenkbrauwen op te trekken. ‘Wat is gek?’ ‘Nou, om alleen te gaan fietsen.’

Tja, is dat gek? Ik vind van niet, er zijn massa’s mensen die alleen gaan fietsen. Maar waar op gedoeld wordt is dat ik alleen ga fietsen terwijl ik een relatie heb. In minder geëmancipeerde kringen, waarin ik helaas ook wel eens verkeer, kwam zelfs de vraag: ‘Vind je vriend dat goed?’. Die vraag vind ik dan weer een beetje gek.

Maar goed, ik ging er eens op letten. En tijdens de acht dagen dat ik op de fiets zat, kwam ik wel geteld nul andere vrouwen tegen die ook alleen op fietsvakantie waren. Wel drie mannen die in hun uppie door het Franse landschap ploeterde. Maar gek zou ik het nog steeds niet willen noemen.

Hoewel niet gek, vonden de Fransen een vrouw alleen op de fiets toch een kleine bezienswaardigheid. Ik had veel aanspraak bij stoplichten en onderweg werd ik veelvuldig begroet met het vrolijke bonjour en opgestoken duimpjes en handen. Toen ik na een lange en vermoeiende eerste dag op de camping neerplofte, kwamen de Fransen één voor één langs om een praatje met mij te maken. Een woord dat veelvuldig viel was courage, nadat ik vertelde dat ik als femme alleen La Meuse af fiets naar Langres. De wenkbrauwen gingen ook hier omhoog, maar in tegenstelling tot de Nederlandse wenkbrauwen kreeg ik er geen pijn in mijn buik van. Het voelde eerder als blijk van waardering en een aanmoediging. Dat bleek ook de volgende dag, toen ik in alle vroegte wegfietste en de eerste campinggasten al aan het vissen waren. Vrolijk begonnen ze te zwaaien en over de stille camping klonk het: bon voyage femme courageuse!


De val: één jaar later

Facebook herinnert me even haarfijn aan mijn misstap vandaag exact een jaar geleden.

Precies een jaar geleden dacht ik ook dat ik nu volledig gerevalideerd zou zijn. Sterker nog: ik zou terug zijn op mijn oude niveau. En stiekem hoopte ik zelfs iets verder te zijn.

“Mevrouw Ockers, u moet wel realistisch blijven,” zegt de arts tegenover me. “Explosieve sporten zijn uit den boze.”

Ik ben weer terug in het ziekenhuis. Twee weken geleden is er een MRI-scan gemaakt en ik hoopte dat de arts me zou vertellen dat ik weer geopereerd zou worden en dat ze mijn enkel wel even zouden fixen. Ik kwam er alleen niet om te horen dat mijn kraakbeen beschadigd is en ze er niets meer aan gaan doen.

“Wat bedoelt u met explosieve sporten?” vraag ik.

“Sport waarbij er veel druk op je enkel komt. Zoals springen en…”

“Hardlopen,” vul ik aan.

“Ja, de belasting daarbij is zeer groot, maar er zijn nog anderen sporten waarbij je enkel minder belast wordt.”

“Ja, inderdaad dammen en schaken,” bijt ik de arts kribbig toe.

“Nou mevrouw Ockers, er is ook een middenweg, bijvoorbeeld fietsen en zwemmen.”

Fietsen en zwemmen, doe toch even normaal! Ik ben 31 jaar, dan ga ik toch niet fietsen en baantjes trekken. De Eiger had ik moeten oplopen, de marathon rennen, meedoen met de Viking run. Circuitjes knallen van 100 burpees en 200 jump squats bij bootcamp. Meteen schiet het door mijn hoofd wat ik allemaal niet kan.

"Toen vond ik dat allemaal geen prestatie, nu zou ik er heel wat voor over hebben om weer zo fit te zijn."

Mijn fysiotherapeut denkt er een positieve draai aan te geven door voor te stellen een lijst te maken van dingen die ik nog wil doen.

Een soort van bucketlist om te zien wat reëel is en wat niet (meer). En de doelen moeten klein zijn. Heel klein. Dus kom niet aan met een vijfduizender beklimmen of fietsen naar de Noordkaap. Nee, wat denk je van twee uur mountainbiken en 15 km wandelen, als het goed gaat in heuvelachtig terrein.

Kortsluiting ontstaat in mijn hersenen. Precies een jaar geleden rende ik 21 km door de heuvels van de Duitse Eifel. Een week eerder liep ik een nachtloop van 42 km voor natuurmonumenten en een maand daarvoor volbracht ik een vijfdaagse trekking met volle bepakking van 16 kilo door de Schotse Hooglanden en stond ik tot mijn knieën in de sneeuw op de top van de Ben Nevis. Toen vond ik dat allemaal geen prestatie, nu zou ik er heel wat voor over hebben om weer zo fit te zijn. Zo slordig gaan we om met het begrip gezondheid. Als je het hebt is het vanzelfsprekend, als je het niet hebt… Maar wat piep ik? Ik ben kerngezond, alleen mijn enkel is een beetje beschadigd. Daar moet ik mee leren leven. En leren accepteren.

Er zijn veel mensen in mijn omgeving die zeggen: ach, dat hardlopen is toch niet zo goed voor je lichaam, dan ga je toch wat anders doen. Nu wil ik tegen die mensen zeggen dat wat je het liefste deed en waar je grootse dromen voor had en je daar met volle overtuiging voor aan het trainen was, het lastig is om dat zomaar op te geven. Als je lievelingskleur blauw is en dit verdwijnt van de een op de andere dag uit het kleurenspectrum en mensen zeggen dan kies je toch een andere lievelingskleur, dan gaat dat ook niet. En als friet je lievelingseten is ga je ook niet zeggen, nou dan neem je toch lekker een pannenkoek. Dat dus.

Maar goed, ik moet realistisch zijn en als het niet meer gaat moet je je teleurstelling wegslikken en voor iets anders gaan. Dus schrijf ik braaf bij de fysiotherapie mijn nieuwe doelen op: 50 km mountainbiken, 15 km wandelen in heuvelachtig terrein, 100 km fietsen. Al is dit slechts een warming-up voor alles wat ik wil in het leven. Maar goed het begint met het eerste stapje.

Behalve de fysieke uitdaging vraagt dit mentaal nog veel meer van mij. Een verandering in mindset is nodig. Ik moeten stoppen met denken in beperkingen en starten met denken in uitdagingen. Mijn tot in de detail uitgedachte hardloopplannen moet ik definitief laten varen, alleen dan kan er pas ruimte ontstaan voor nieuwe uitdagingen, plannen en avonturen. En daarom wordt het tijd om het avontuur op te zoeken. Mijn fysieke en mentale gesteldheid testen door grenzen te verleggen.En dat is wat ik de komende tijd ga doen!

Mijn eerste avontuur zit erop: 380 km fietsen naar de Belgische Ardenne, want zeg nou zelf 100 km fietsen is voor watjes!


Hobbelen naar Dinant

Verdomme, waar blijft de veerpont nu.

Het is zaterdagochtend 7:07 uur en gefrustreerd sta ik aan de oever van de Maas. Aan de overkant zie ik België liggen. Maar de pont vaart niet. Luie Limburgers, denk ik bij mezelf. De hele week varen de pontjes al om half zeven en nu… Maar, natuurlijk het is weekend.

Stom. Tijd voor plan B: op zoek naar een brug. Ik pak Google Maps erbij en zie 10 km naar het zuiden een brug liggen. Echter heb ik geen idee of dit een snelweg is of een brug waar ik als fietser over heen kan, maar het is een brug die me leidt naar mijn doel en eindbestemming België.

Aangekomen bij de brug blijkt het een 100km tweebaansweg te zijn zonder fietspad. Er is nauwelijks verkeer dus ik waag het erop. In die paar honderd meter die de brug lang is blaas ik mezelf volledig op. Niet alleen omdat de weg omhoog gaat, maar vooral omdat ik zo snel mogelijk aan de overkant wil komen. Eenmaal aan de overkant verlaat ik bij de eerste afslag direct de weg, pak mijn telefoon erbij om te kijken waar ik nu naar toe moet, maar ik heb geen bereik. Ja hoor, ik ben in België en heb direct geen bereik. Wat nu? Ik heb geen kaart bij me. Ik zie ook nergens bordjes om me heen. Dit is de voorbereiding van Floor in optima forma. Ik bedenk iets, maar denk nooit twee stappen vooruit. Maar hé, nu kan het avontuur pas echt beginnen!

"Er is nauwelijks verkeer dus ik waag het erop. In die paar honderd meter die de brug lang is blaas ik mezelf volledig op."

Dag 1: Venlo

De hele nacht geen oog dichtgedaan, zenuwachtig als een klein kind ben ik. Vandaag gaat het gebeuren. Ik start aan mijn 380 km lange tocht van Rheden naar Dinant. Drie dagen zal ik er over doen, wat neer komt op een afstand van 125 km per dag. Snel nog alles inpakken en op de fiets springen. Om 9 uur zit alles op de fiets en wil ik hem van de standaard afhalen, maar er zit geen beweging in. Wat is dit nou? Is de standaard kapot? Na een paar pogingen lukt het, de fiets is gewoon topzwaar.

Nog een foto, een kus en dan vertrek ik. Ik ben de straat nog niet uit of ik merk al hoe ik aan het hijgen ben. Het is warm en de fiets is zwaar. Had ik maar geoefend, verzucht ik, maar daar is het nu te laat voor. In het centrum van Arnhem vind ik het begin van de Maasroute die mij in 250km naar Maastricht zal brengen. Ik steek de Nelson Mandelabrug over en passeer daarna John Frostbrug terug naar het noorden. Even schiet het door mijn hoofd om terug te gaan, want dit is wel erg zwaar. Maar nee ik wilde een fietstocht, dan ga je die krijgen ook.

De eerste dag is zwaar en gaat langzaam. Iedere minuut die ik op de fiets zit voel ik en na twee uur fietsen ben ik zwaar oververhit en kapot. Ik plof neer op een terras en kan alleen maar apathisch voor me uit staren. Dit wordt een hele lange dag.

Afstand: 147 km

"Even schiet het door mijn hoofd om terug te gaan, want dit is wel erg zwaar. Maar nee ik wilde een fietstocht, dan ga je die krijgen ook."

Dag 2: Maastricht

Dacht ik dat de eerste dag zwaar was, de tweede dag is nog veel zwaarder. Gek hoe snel je al je grenzen verlegd. De hele dag heb ik forse tegenwind en gigantische zadelpijn. Vandaag staat Maastricht op de planning. Waar de tocht me gisteren nog door bossen, heidevelden en pittoreske dorpjes voerde staat vandaag vooral de Zuid-Limburgse industrie centraal. Degene die deze route heeft uitgezet moet wel een gigantische hekel aan Limburg hebben. Kan me niet voorstellen dat er geen mooiere plekken te bedenken zijn.

Zwoegend en vloekend ploeter ik door dit inspiratieloze landschap. Wat me opvalt is dat het hier uitgestorven is. Ik ben nog geen andere fietser tegengekomen, evenmin als een caféetje. En vooral dat laatste begint nu nijpend te worden, want anderhalf uur geleden heb ik mijn bidons leeg gedronken. En ik drink veel, bijna een liter per uur.

Om half twaalf vind ik eindelijk een cafeetje in een vestigingsstadje. Er wordt al volop bier gedronken. Ik drink een liter water, een koffie en weer een liter water. Op mijn volgende trip moet ik echt zouttabletten nemen, ik hou nauwelijks vocht vast. De eerste dag heb ik maar liefst 8 liter water gedronken naast de koffie, icetea en chocomelk en toen ik ’s avonds op de camping kwam heb ik nog een anderhalf liter water gedronken. Ik geloof niet dat zulke hoeveelheden gezond zijn.

Om half vier bereik ik onder een donkere lucht Maastricht. Ik trakteer mezelf op een Limburgse rijstevlaai met zout. Ze stonden wel een beetje raar te kijken toen ik om een zoutvaatje vroeg bij mijn taart. Maar ja je moet wat, de zoute dropjes en zoute crackers zijn bij lange na niet voldoende.

Om half zes plof ik neer op de zuidelijkste camping van Nederland. Maar niet na eerst een halve zenuwinzinking te hebben gekregen omdat er met koeienletters ‘camping is vol’ bij de ingang stond. Met lood in mijn schoenen liep ik naar de receptie. En godzijdank hadden ze voor mijn ieniemienie tent nog een plekje.

Afstand: 123 km

"Fietspaden kennen ze in België niet, tenminste de eerste vier uur zie ik er geen."

Dag 3: Dinant

Er komt een brommertje aangereden. Hij steek de 100 km weg over en slaat rechtsaf een zandweggetje in. Ik twijfel geen seconde, stap op mijn fiets en rijd hem achterna. Op een brommer rij je niet voor de lol op zandweggetjes is mijn redenering. Of het is een sluiproute naar een weg óf ik kom uit op iemands erf. Het blijkt gelukkig het eerste te zijn.

Fietspaden kennen ze in België niet, tenminste de eerste vier uur zie ik er geen. Dus rij ik over de N-weg naar Luik. Er wordt niet vreemd opgekeken en ook niet getoeterd dus het zal wel goed zijn. Alhoewel ik me niet altijd even veilig voel als ze met 90 km/u langs komen gestoven. Ik ben mijn fietshelm vergeten, maar betwijfel of het zou helpen als ik word aangereden.

Na Luik wordt de situatie wat penibel en verandert de N-weg in een driebaansweg waar zeer 100 km/u en harder wordt gereden. Een vluchtstrook ontbreekt, waardoor vrachtwagens en auto’s niet kunnen uitwijken en rakelings langs me rijden. Oké, dit is niet leuk meer. Ik ga steeds harder en harder fietsen, maar dit houd ik natuurlijk niet lang vol. We rijden langs een dorpje en ik zie daar een parallelweg liggen. Bij het tankstation verlaat ik de weg, sleep mijn fiets door het gras naar de weg erachter. In het dorp plof neer op een terras en kan mijn hartslag even zakken.

De rest van de dag wissel ik parallelwegen door dorpen en de N-weg met elkaar af. In de middag stuit ik zowaar op de Véloroute de la Meuse. Het officiële fietspad langs de Maas. Al te best is dit fietspad niet. Vele kilometers lang liggen er kinderkopjes, zand of gravel. Dit is geen fietsen meer, dit is hobbelen. Dan toch maar de drukke weg.

Om half vier trap ik de laatste kilometers weg. De weg maakt een bocht en daar ligt het: mijn eindbestemming Dinant. Wat een tocht. Loodzwaar, maar prachtig. En verslavend. In augustus ga ik terug naar Dinant en fiets dan de resterende 500 km naar Langres, waar de Maas ontspringt.

Maar nu trakteer ik mezelf eerst op een heerlijk ijskoud Belgisch biertje!

Afstand: 127 km