Het IJsselmeer overzwemmen

 

Ieder jaar maak ik wel een keer de oversteek.

Van Urk naar Enkhuizen. En iedere keer denk ik wat een pokke end. Ruim 4 uur met de zeilboot. Nu ga ik de oversteek nog eens maken, maar dan zwemmend. Ik start op het voormalig eiland Urk en zwem in noordwestelijke richting naar Enkhuizen. Op een mooie, zonnige dag zie je Enkhuizen vanaf Urk al liggen.

Het IJsselmeer oversteken is iets wat iedere Nederlander wel op zijn bucketlist heeft staan. Uhm, nou nee. Ze zullen er zijn, die fanatieke waterratten of lunatics, maar ik ken ze niet in mijn omgeving. Toch blijkt er na even Googelen een heuse IJsselmeer Challenge te zijn, inclusief ranglijst.

De meest bezwommen oversteek is van Stavoren naar Medemblik, 22 kilometer. Die ga ik niet zwemmen. Want beide dorpen (of zijn het steden?) zeggen mij niets. Urk en Enkhuizen wel. Daar hebben Vriendlief en ik vanaf onze begindagen dat we zeilden heel wat uren op geploeterd. O man, wat een dodelijk saai eind en met slecht weer lijkt dat stuk eindeloos. Qua afstand is het vergelijkbaar met Stavoren – Medemblik, dus laten we voor het gemak zeggen ook 22 kilometer.

Het IJsselmeer overzwemmen doe je niet zo maar. Dat vereist training. En een goede zwemslag. Dus ben ik begonnen met zwemlessen: borstcrawl. Met mijn schoolslag zou ik er te lang over doen. Bovendien is het niet een erg efficiënte slag. En bij lange afstanden draait alles om je zo efficiënt mogelijk voortbewegen.

"Yep, ik ga het écht doen. Volgend jaar zwem ik het IJsselmeer over!"

Crewleden gezocht!

Volgend jaar eind mei/begin juni gaat het gebeuren. Dan maak ik de oversteek. Maar om deze droom te realiseren heb ik jouw hulp nodig! Ik heb namelijk crewleden nodig om mij te helpen met de oversteek. Wees gerust ik zal het zwemwerk voor mijn rekening nemen;-) maar daarnaast heb ik een drietal crewleden nodig:

  • Iemand voor het helpen besturen van de zeilboot en allerhande hand- en spandiensten kan verrichten, zoals de bijboot/kajak bevoorraden (Vriendlief is schipper);
  • Iemand die vanuit het water op een bijboot of kajak mij wil voorzien van eten en drinken en zorgen dat ik in de juiste richting blijf zwemmen (wel handig als je een beetje conditie heb);
  • Iemand die foto’s wil maken en filmen en dit epische avontuur wil vastleggen.

Laat me weten als je mij bij deze challenge wil supporten. Ik trakteer je in Enkhuizen op een heerlijk avondmaal en gezellige avond. Welk weekend het precies wordt kan ik nog niet zeggen, het ligt ook aan het weer, maar laat weten als je geïnteresseerd ben dan kunnen we kijken welk weekend je kan en kunnen we proberen een weekend te prikken.

Houd er rekening mee dat je een (groot deel van) weekend kwijt bent. Op vrijdagavond varen we richting Urk, daar overnachten we en bij zonsopkomst op zaterdag start ik met de oversteek. We overnachten in Enkhuizen (daar is eventueel mogelijkheid om met trein terug te gaan) en na een gezellige avond varen we de volgende dag terug richting onze beginhaven Ketelhaven.

https://www.youtube.com/watch?v=aMSwpclklVU


De carrièreswitch: Adventure Virgin Training

 

Iedereen kent wel van die kantoren, dat wanneer de zon gaat schijnen de zonwering automatisch naar beneden gaat.

Ik werk veel op dat soort kantoren. Het is daar over het algemeen goed vertoeven: lekker geld verdienen, je krijgt een hele buts aan leuke collega’s cadeau en je hebt vaak ook nog eens uitdagende opdrachten. En toch… Ik ben er klaar mee om mijn leven te slijten achter een laptop op kantoor. Ik wil buiten werken, buiten trainen en buiten spelen. En die drang wordt sterker en sterker.

Na eindeloos prakkiseren en piekeren hoe ik het ontstane gat tussen mijn nieuwe sportieve en avontuurlijke levensstijl en het werken op kantoor kan overbruggen, kwam op de laatste dag van mijn vakantie het antwoord. Ik ga een carrièreswitch maken.

WAT?! Ja, een carrièreswitch. Ik heb het eerder gedaan, toen ik me van handvaardigheid juf liet omscholen tot communicatieadviseur. En ik ga het weer doen.

"Hoe mooi zou het zijn als ik andere mensen kan helpen om hun sportdromen en hun avonturen te realiseren."

Het antwoord ligt in Adventure Virgin.

Want al dat buiten spelen en avonturen beleven is heel leuk, maar ook een tikkeltje egoïstisch. Hoe mooi zou het zijn als ik andere mensen kan helpen om hun sportdromen en hun avonturen te realiseren. Om je spelenderwijs uit je comfortzone te trekken en je te laten ervaren dat eerste keren helemaal niet zo eng zijn. Om het buiten spelen bij bedrijven te stimuleren en te laten zien dat de zon niet de vijand is van productiviteit, maar juist een voorwaarde.

Daarom lanceer ik Adventure Virgin Training. Een persoonlijke aanpak gericht op mindset, voeding en het realiseren van je sportdromen en avonturen middels fysieke training. Voor zowel particulier als bedrijf.

Daarvoor put ik uit mijn eigen ervaring, en ga ik me bijscholen als sportinstructeur en personal trainer. En uiteraard ga ik 10.000 boeken verslinden die alles te maken hebben met sportpsychologie, mindset, voeding, anatomie van het lichaam, effectief trainen en nog veel meer.

Nieuwsgierig geworden? In oktober en november start ik met proeflessen. En in september al met mealprepsessies. Ook zal ik regelmatig bloggen hoe Adventure Virgin Training eruit gaat zien en waarvoor je bij mij moet zijn en waarvoor ook niet.

De blogs als eerste lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Wil je niet zo lang wachten en ben je gewoon te nieuwsgierig of ongeduldig (ik ken dat probleem) neem dan contact met me op en dan kijken we samen naar de mogelijkheden.


The Last Man Standing - Mountainbike Edition

 

Uithoudingsvermogen. Volharding. Karakter.

Denk je dat je hierover beschikt? Mooi, dan gaan we dat testen. Met een ultieme challenge: The Last Man Standing. Dit is niet zomaar een race waarbij je zo snel mogelijk een X aantal kilometers moet wegstouwen of waarbij je enkel tegen anderen strijdt, je zult ook tegen jezelf strijden. Wie blijft er over? Wie is The Last Man Standing.

Zondag 13 oktober vindt de allereerste editie plaats: The Last Man Standing – Mountainbike Edition. Wie mag zich de Koning van het mountainbiken noemen? In de prachtige omgeving van de Posbank wordt een uitdagende route van ca. 10 kilometer uitgezet. Door bossen, over zandverstuivingen, pittige hellingen en technische single tracks strijd je tegen jezelf en anderen net zolang tot jij als enige overblijft: The Last Man Standing.

Wanneer: Zondag 13 oktober
Waar: Posbank, Rheden (verzamelen bij mij thuis)
Tijd: 8:30 uur verzamelen, 9:00 uur starten
Weer: ongetwijfeld regenachtig!

"Uithoudingsvermogen. Volharding. Karakter. Denk je dat je hierover beschikt? Mooi, dan gaan we dat testen."

Er zijn uiteraard een aantal spelregels:

  • We starten ’s ochtends om 9:00 uur.
  • Deelnemers fietsen op een eigen mountainbike. En hebben juiste kleding aan en dragen een helm.
  • Elektrische mountainbikes zijn niet toegestaan.
  • Je rijdt rondes van ca. 10 kilometer.
  • Afwijken van de route is niet toegestaan.
  • Pauzeren onderweg, anders dan een toilet stop, is niet toegestaan.
  • Er is één verzorgingspost, daar mag je maximaal 5 minuten stilstaan (dit wordt geklokt).
  • Iedere ronde van 10 kilometer moet binnen een uur worden volbracht (ook dit wordt geklokt). Anders is het game over. We houden het tempo er wel een beetje in 😉
  • De race gaat net zo lang door tot er nog één persoon overblijft. Dat wil zeggen wanneer de tweede persoon opgeeft.
  • Wanneer bij zonsondergang er nog geen winnaar is wordt de race stopgezet en op een ander moment voortgezet.
  • We sluiten af met bier en barbecue bij mij thuis.

Deelname is kosteloos, er wordt alleen een bijdrage gevraagd voor de borrel en barbecue aan het einde van de dag.

De winnaar gaat naar huis met de trofee en de titel The Last Man Standing. De overige deelnemers gaan gebroken naar huis, maar met een Last Man Standing T-shirt.

Meedoen aan deze epische challenge? Stuur een mailtje naar hello[at]adventurevirgin.nl of bel of app me 06-45284393.


Dutch Summits

 

Niet veel mensen weten het, maar Nederland kent bergen.

Ja heus. De Vaalserberg met een hoogte van 322 meter is natuurlijk de hoogste en bekendste, maar daarnaast zijn er nog 8 bergen boven de 200 meter en in totaal 13 boven de 150 meter. En waar bergen zijn daar moet ik zijn. Want ik ben dol op bergen. Bergen moeten beklommen worden, omdat – om met Edmund Hillary te spreken – ze er simpelweg zijn. En dus ga ik op 21 september alle bergen in Nederland boven de 200 meter beklimmen: 9 stuks. In één dag. Kijk het moet natuurlijk wel een beetje een uitdaging blijven. En met klimmen bedoel ik op én af rennen.

"En dus ga ik op 21 september alle bergen in Nederland boven de 200 meter beklimmen: 9 stuks. In één dag."


Olavspad op weg naar de langste dag

Het Olavspad: Op weg naar de langste dag

 

Zwaar weggedoken onder dikke plaids en met kussens in onze rug zitten we op de plastic stoelen voor onze hut.

Onze gezichten koesterend naar de zon gericht. Drie vrouwen en een hond. Het toeval heeft ons bij elkaar gebracht en zo zitten we samen op 21 juni bij de onbemande berghut Ryphusan op de Dovrefjell in Noorwegen. Drie vrouwen, drie generaties en met totaal verschillende achtergronden en redenen besloten we het Olavspad te lopen. Eén ding was duidelijk op deze langste dag van het jaar. We hadden het mooiste achter ons liggen.

Een flinke wolk schuift voor de zon en een huivering trekt door ons heen. Het is onze vierde nacht samen. We zijn aan elkaar gehecht geraakt, weten van elkaars onhebbelijkheden en wanneer we elkaar de ruimte moeten geven. We kunnen samen stilzwijgend genieten, de oren van de kop kletsen en voor elkaar zorgen. Terwijl de één met de hond speelt, de ander van het uitzicht geniet en ondergetekende schrijft, bedenk ik hoe bijzonder dit moment is. Drie vrouwen, door het toeval bij elkaar gebracht en allen met een eigen innerlijke wereld en bijbehorende vraagstukken. Wat gaat er door ze heen? Waarom zijn we aan deze tocht begonnen?

Voor mij was het een diep verlangen naar een lichter leven. Leven met de dag. Zonder zorgen. Maar vooral wilde ik antwoord op de vraag: kan ik mezelf committeren aan één doel. Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit? Kan ik een maand lang alleen zijn? Kan ik obstakels overwinnen?

"Kan ik mezelf committeren aan één doel? Kan ik doorzetten als ik er doorheen zit?"

Al snel kwam ik erachter dat alleen zijn helemaal niet zo spannend is.

In mijn heerlijke eentje kon ik de eerste dag op het Olavspad spelen als een klein kind. Het pad lag voor me en ik voelde me in mijn eerste hut als een ontdekkingsreiziger. Ongebreidelde nieuwsgierigheid en verkenningsdrang. Ik heb gelachen om mezelf en mijn stupiditeiten. Maar dat verdween snel. Van avontuur op het Olavspad bleek weinig sprake te zijn, het werd vooral een les in afzien. Heel veel en heel hard afzien.

Deze tocht drukte het kind in mij weg. Dat deed ik voor een deel zelf door achterlijke lange dagen te lopen. Waarom ik dat deed? Ik had de drie rustdagen ook kunnen gebruiken voor een kortere dagafstanden, maar nog fijner dan onderweg zijn vind ik arriveren. Arriveren was het hoogtepunt van de dag. Tent neer prikken, koffie zetten en boek openslaan. Verdwijnen in mijn droomwereld. Een wereld waarin mensen op expeditie zijn en afzien. Mensen die de Siberische kou trotseren, met gevaar voor eigen leven de Mount Everest beklimmen of bijna sterven door uitdroging in de woestijn. Daar putte ik troost uit. En dus was het mij waard om dagen van 30 tot 35 kilometer te maken.

(Binnenkort is de boekenlijst terug te vinden op de site. Daar wordt aan gewerkt!)

Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken. Ik wist dat er snel een rustdag zou volgen. Een dag om te lummelen, mijmeren, schrijven en lezen. Een dag om alles te verwerken. Maar niet alleen om de rustdagen te kunnen hebben moest ik doorlopen, ook de tijd hijgde in mijn nek. 33 etappes staan er voor het voltooien van het Olavspad. Ik liep hem in 24 etappes. Dat gegeven vervult mij met trots. De sportvrouw in mij kwam naar boven of misschien moet ik zeggen de bewijsdrang. Voor mij was het vooral een prestatie in plaats van een reis.

"Op deze lange dagen leerde ik de volle betekenis van diepgaan. Doorstampen, pijn verbijten, emoties wegdrukken."

De wereld is wat mijn geest ervan maakt.

Na vier bijna slapeloze nachten en heel veel regen was dat beeld niet meer zo rooskleurig. Het kind in mij en de mogelijkheid om het Olavspad als een avontuur te beschouwen verdwenen. Ik stopte met zoeken naar wildkampeerplaatsen, die er in de bewoonde wereld ook nauwelijks waren. Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden. En omdat ik me daar op instelde, werd het waarschijnlijk ook een hel.

De dagen 4 tot en met 17 verliepen in een roes. Het was en zou een ellendige tocht blijven. Ik had me erbij neergelegd. Maar mentaal zou ik afharden. En fysiek trouwens ook. Dankzij de regen en plassen waar ik doorheen moest lopen ontstonden er iedere dag nieuwe blaren, op nieuwe plaatsen en nieuwe over oude. Mijn rug en schouders deden zo ontzettend veel pijn dat ik iedere drie uur mezelf verdoofde met ibuprofen. Mijn hersenen verdoofde ik door denkbeeldige gesprekken met mensen te voeren, naar luisterboeken te luisteren of gewoon domweg te tellen. Tot vier, tot tien of tot honderd als ik het kon opbrengen.

Van mooie natuur was nauwelijks sprake, enkel geestdodend asfalt. Ik had nauwelijks contact met mensen. Misschien kwam het door mijn gesloten houding of dat de Noren nu eenmaal niet spraakzaam zijn. Hoe blij was ik toen ik op dag 14 door een vriendelijk Nederlands stel werd uitgenodigd in hun camper voor een glas rode wijn en een praatje. Ik voelde me langzaam weer mens worden.

"Ik begon te accepteren dat het een hel zou worden."

Op dag 17 bereikte ik na een 30 kilometer lange tocht vloekend en tierend de Dovrefjell.

Eerlijk gezegd viel het tegen. Dit zou het mooiste van de tocht moeten worden. Maar wat mooi is, is subjectief. Dat merkte ik later ook wanneer ik een pelgrim na een dagtocht compleet in extase of vol van emotie tegenkwam en bezield hoorde vertellen over de wandeling, dan kon ik alleen maar denken: welke tocht heb jij gelopen vandaag? Ik heb het niet gezien of gevoeld. Maar het is wat we er zelf van maken. De werkelijkheid wordt gecreëerd in je hoofd.

Het was wel verhelderend om na zeventien dagen alleen te zijn geconfronteerd te worden met de perceptie van een ander. Ik ontmoette twee vrouwen en een hond. Met wie ik tot dag 21 intensief zou optrekken. Twee vrouwen die ik afgaande op hun uiterlijk niet direct zou hebben uitgezocht in het dagelijks leven. De Oostenrijkse draagt degelijk spul, heeft korte grijze krullen met een kleurige buff eromheen, ze is gestopt met haar haren te verven, verzucht ze. Grafisch vormgegeven zilveren ringetjes in haar oor accentueren haar vrouwelijkheid. De Nederlandse draagt dunne truien van Marino wol, ongevoelig voor zweetlucht en ‘s avonds hult ze zich in een kleurige omslag doek. Haar doorleefde gezicht wordt omlijst door een kort asymmetrisch kapsel. Persoonlijkheden waar ik in het dagelijks leven niet op zou afstappen, maar ik geloof niet dat zij op mij zouden afstappen. Ontdaan van alle opsmuk draag ik als enige sieraad een ring, haren in een vlecht en loop ik in synthetische goedkope Decathlon shirts die je zweet wel opnemen en vasthouden. Het blijk onmogelijk om de verschraalde zweetlucht uit mijn kleren te wassen, dus die gaan thuis linea recta de prullenbak in.

Deze vrouwen genoten overduidelijk wel van de tocht. Ze straalden rust uit. De Nederlandse had jaren geboerd en genoot van het gecultiveerde landschap en het struinen over en langs de akkers. De Oostenrijkse genoot met volle teugen van de Dovrefjell en misschien wel van het samen lopen, omdat ze de tocht eigenlijk met een vriendin had willen doen. Waarvan genoot ik? Ook deze vraag heb ik meerdere malen gesteld. Naast het afzien waren er wel degelijk momenten waarop ik genoot. Van het instorten aan het einde van de dag en met een boek wegkruipen in mijn tent. Ik genoot van het weidse uitzicht op de tweede dag van de Dovrefjell, samen bier drinken en een burger eten met de Oostenrijkse in Oppdal, het samenzijn met de vrouwen in de hut Ryphusan – al had mij daar alleen zijn wel leuker geleken, het alleen zijn in de dichte dennenbossen, (wild)kamperen langs de meren en de zalige luxe van het hotel in Trondheim.

"Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput."

In de laatste week kwam het kindgevoel weer een beetje terug.

Ik kon me weer verwonderen. Over de metershoge mierenhopen in het bos, het kabbelende water in meren en riviertjes, de sprookjesachtige varens, de mosjes op de rotsen die miniatuurtuintjes leken. Maar dit alles werd overstemd door een diepgewortelde vermoeidheid en een constante kou die in mijn botten was gekropen, waardoor ik niet met volle teugen kon genieten. Terugkijkend is het goed verklaarbaar. Ik had mijn lichaam en geest volledig uitgeput. Compleet door mijn vetreserves heen was mijn lichaam begonnen met het interen op mijn spieren. En geestelijk vond ik niet waar ik naar zocht: een adembenemend landschap dat een sublieme ervaring in je kan oproepen. Een landschap dat mij kan laten huilen en in vervoering kan brengen. Een landschap dat mij aanzet mijn binnenwereld te verkennen, door alleen te zijn in de natuur waar een enorme oerkracht van uit gaat. Een ervaring waarbij de binnen- en buitenwereld versmelten. En dat het goed is. Goed zoals het is en ik de gelukkigste vrouw op aarde ben, omdat ik een vol en rijk leven leid en daar ultiem dankbaar voor ben.

Drie jaar geleden proefde ik aan deze ervaring tijdens een vijfdaagse trektocht in de Schotse Hooglanden. In Noorwegen hoopte ik hierop, maar vond het niet. Ik zal blijven zoeken.

Bekijk ook de video over het Olavspad: op weg naar de langste dag.

https://www.youtube.com/watch?v=CLNRtfCREYk&t=44s


Adventure Virgin vs. Shark: een krankzinnige race tussen mens en wind

 

Het is tijd voor een krankzinnige race. Een challenge die maar liefst 3 dromen in één keer uit laat komen. En niet alleen die van mijzelf!

De 3 dromen:
– Een eiland overrennen.
– Een ultramarathon rennen.
– Solozeilen in een snelle boot in een mooi gebied.

Ingrediënten voor de race:
– men neme een gloednieuwe wedstrijd zeilboot (Elan E4 uit 2019) met de brute naam Shark.
– een lunatic met hardloop aspiraties en een enorme bewijsdrang (mijzelf).
– een betoverend eiland met de lengte van 46,8 km in de Adriatische zee met tropische temperaturen boven de 35 graden.

Race:
Zo snel mogelijk het eiland Korčula van noord naar zuid overbruggen. Startpunt: Vela Luka haven, finish: Korčula haven. Adventure Virgin te voet (45-50km), Shark uiteraard te water (35-38 zeemijlen).

Race reglement:
– Shark: gebruik van motor alleen toegestaan de haven in en uit, daarna op windkracht.
– Adventure Virgin: hardlopen en lopen toegestaan, geen hitchhiking.

Prijs:
Een fles Prosecco in een decadente beachclub, omdat een leven zonder bubbels niet zo bruisend is.

Racedatum en tijdstip:
1 augustus stipt om 6:00uur.

"Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien."

Om 6:15 uur, een kwartier later dan gepland, gooi ik de laatste tros aan boord van de Shark.

‘Doe je voorzichtig schatje,’ roep ik Vriendlief na. Ik vind het voor hem nog spannender dan voor mij. Hij gaat om het eiland varen in zijn eentje. Een droom van hem komt daar mee uit: solozeilen op een nieuwe wedstrijdboot in een mooi gebied. En mooi is het hier zeker op de Adriatische zee met de Kroatische eilanden. In zijn tienerjaren heeft Vriendlief al heel veel in zijn eentje gezeild, maar dat was toch anders in de beschermde en kleinere omgeving van de Nederlandse waterplassen. Deze tocht is het betere werk en ondanks dat het licht weer is, is niets zo verraderlijk als het weer op zee. Je moet altijd alert blijven en direct handelen: je kunt op zee nooit, maar dan ook echt nooit, een time-out nemen en daarmee de situatie stilzetten. Dat geeft hoge stress. Als ik het straks tijdens het rennen niet meer zie zitten kan ik in de schaduw van een boom even de situatie stilzetten. Een time-out nemen. Dat kan Vriendlief straks op zee niet en er is geen back-up, want die rent een eiland over.

Na een praatje met de buurman die vraagt wat we in hemelsnaam uitspoken om kwart over zes in de ochtend, start ik om 6:19 uur de klok en begin te rennen.

6:36 uur. Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien. Twee katten en een herdenkmonumentje in de berm van een overleden jongen. Ik zou er nog vele tegen komen die dag. De weg naar de andere kant van het eiland is simpel. Er is er maar één: de 118. Van Vela Luka naar Korčula is het 45 kilometer, iets meer dan een marathon.

7:15 uur. Ik ben gearriveerd in het eerste van de twee dorpjes die ik onderweg tegen kom: Blato. Ik bel met Vriendlief om te horen hoever hij al is. 7 mijl heeft hij al afgelegd. Ik heb 7 kilometer afgelegd. We gaan dus gelijk op. En hij hoeft minder mijlen te varen dan ik kilometers moet rennen. Ik besluit geen drinken te kopen in het dorp, ik heb nog maar een paar slokjes van mijn 2 liter gedronken en zet een tandje bij.

8:15 uur. In de schaduw van een boom zit ik aan de kant van de weg en bel wederom met Vriendlief. Ik heb 15 kilometer gemaakt, het blijkt zwaarder dan gedacht om het tempo op te schroeven. De zon brandt al behoorlijk en het zweet gutst van mijn lijf. Maar het grootste probleem is mijn hartslag die behoorlijk oploopt, vooral tijdens het klimmen. Vriendlief heeft echter al 15 mijl gemaakt en hij noemt zijn eerste prognose. Om 12:30 uur arriveert hij in Korčula, geeft zijn navigatie aan. Nee, dat kan niet. Ik begin snel te rekenen. Om überhaupt een kans te maken moet ik het tempo van 7,5 kilometer per uur volhouden en het wordt alleen maar warmer en de bergen worden hoger, met op het midden van het eiland bergen van 500 meter.

Au! Een scherpe pijnscheut trekt door mijn linkerbil. In een reflex grijp ik met mijn had er na en sla een dikke horzel weg. Gadverdamme ook dat nog, steekvliegen. Ja, die komen op mijn zweetlucht af. In beweging blijven en hopen dat beest kwijt te raken.

"Au! Een scherpe pijn scheut trekt door mijn linkerbil."

8:57 uur. Ik hijg en puf en heb met veel moeite in de afgelopen 40 minuten slechts 4 kilometer afgelegd.

De klim is begonnen, maar omdat het via een hoop bochtenwerk de berg oploopt, heb ik dat niet direct door. Dus forceer ik mezelf te rennen, terwijl het aanvoelt alsof er lood in mijn benen zit. Mijn kuiten verkrampen en mijn hartslag en ademhaling schieten omhoog. Ik besluit te gaan lopen en zie dat zelfs tijdens het lopen ik een constante hartslag van 160 blijf houden. Het eerste wat er door me heen schiet is: ik moet écht wat aan mijn conditie doen en meer sporten, tot ik me realiseer dat ik waarschijnlijk aan de klim naar 500 meter ben begonnen. En die kramp in mijn kuiten en versnelde hartslag kunnen ook ontstaan omdat ik niet voldoende drink. Ik ben bijna 3 uur bezig en heb nog geen halve waterzak leeg. Dat is nog geen halve liter. Dus lopen en drinken is het enige wat ik nu moet doen.

Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop. Ja, zo komen die gedenkstenen in de bermen wel. Inmiddels staat de teller op 3 dode katten, 1 haas, 1 vleermuis, 1 slang en 3 gedenkgraven van ongelukkige zielen die op deze weg zijn verongelukt. In mijn hoofd noem ik de 118 al de Road des Mortes. Geen idee of dat goed Kroatisch is, maar het klinkt wel angstaanjagend. Hopelijk loopt het voor mij goed af.

9:30 uur. Ik bel weer met Vriendlief om te horen waar hij is. Ik heb 22 kilometer op de teller staan en ben bovenaan de berg gekomen met uitzicht over het water en het eiland Hvar in de verte, maar ik zie geen zeilboot met een groot zwart zeil.
‘Hoe gaat het?’
‘De wind is aan het inzakken. Ik ben nu op de hoogte van Blato,’ zegt hij.
Blato? Dat is 15 kilometer achter mij. ‘Hoeveel mijl heb je gevaren?’
‘13 ofzo.’
‘Hoe kan dat nou,’ roep ik, ‘anderhalf uur geleden was het nog 15.’
‘Nee,’ zegt hij, ‘dat waren kilometers.’
En ik maar denken dat hij het al die tijd over mijlen had i.p.v. kilometers. En dus flink op mij voorliep. ‘Ik heb de halfwinder gehezen en ga nog wel 5 knoop. Verwachte aankomsttijd is nu 13:00 uur.’
Oké, denk ik, dan maak ik tenminste nog een kans. Wat naar boven gaat, gaat zo ook weer naar beneden en dan maak ik het wel weer goed.
‘Doe voorzichtig.’
‘Jij ook.’

10:14 uur. Au! Ik word weer gepikt door een horzel. Ik kan nog geen tien seconden in de schaduw staan of ze zwermen om me heen en beginnen te steken. En ik snak naar schaduw. De zon staat al hoog aan de hemel en slechts langs de kant van de weg is af en toe een strookje schaduw van twintig of dertig centimeter. Ik moet dus blijven lopen wil ik niet lek geprikt worden. Na een korte afdaling ligt er opnieuw een steile helling voor me van 8% pal in de zon. 25 kilometer gehad, nog een kleine 20 te gaan.

"Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop."

10:27 uur. Eindelijk de afdaling waar ik op hoopte.

Hij gaat voor kilometers door, maar het blijft oppassen geblazen met het verkeer, de ene kant bestaat uit een hoge rotswand, de andere kant een vangrail tussen de weg en de afgrond en ook hier is aan de bloemen, kaarsen en gedenkstenen te zien dat het niet iedereen gelukkig is vergaan. De teller staat inmiddels op 6 gedenkgraven.

11:12 uur. 32 kilometer gehad en gearriveerd in Pupnat. Pupnat ligt iets van de route af, maar ik moet opzoek naar een supermarkt voor water. Mijn waterzakken zijn leeg en ik heb onlesbare dorst. Aan de eerste de beste inwoner vraag ik direct of er een supermarkt is, want nog 12 km naar Korčula zonder water ga ik niet overleven. Gelukkig is er een supermarkt in het dorp. Als ik de supermarkt instap, die de grootte van een kleine woonkamer heeft, voel ik direct hoe heerlijk koel het is. Hier wil ik blijven. Zou ik treuzelen en langs de schappen slenteren? Natuurlijk niet, we zitten wel in een race. Dus loop ik direct naar de koelcel en pak een fles water en sinas eruit. Wanneer ik naar buiten stap word ik bevangen door de warmte. Ik besluit, race of geen race, toch even te gaan zitten om te eten, drinken en mijn waterzakken opnieuw aan te vullen. Want misschien zijn het nog maar 12 kilometer, die worden lood- en loodzwaar. Ik ga tussen de keuvelende mannetjes op het pleintje voor de supermarkt zitten, die al lekker aan het pilsen zijn en vul mezelf en de waterzakken aan.

11:32 uur. Ik probeer Vriendlief te bellen maar heb slecht bereik. We proberen het een paar keer, maar de lijn kraakt en om de beurt vallen we weg. Oké, ik hoop maar dat alles goed gaat met hem. Concentreren en doorrennen.

11:49 uur. De hitte is allesomvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop. Ik ren van streepje schaduw naar streepje schaduw, waarbij ik me tegen de rotswand moet persen om erin te staan. En direct hoor ze je ze aankomen de bloedzuigende horzels. Als ik geluk heb geven ze me tien seconden om op adem te komen, maar meestal niet.

12:02 uur. Niets kan me meer afleiden van de hitte. De oordopjes van mijn telefoon waarmee ik een luisterboek luister zijn te warm in mijn oren. De lucht die ik inadem is te droog. De hitte is verlammend. Het is net na twaalven, maar ik vermoed dat het al boven de 30 graden is. De zon brandt op het asfalt en de rotswanden lijken de warmte te weerkaatsen. En nog steeds geen zuchtje wind. Ik moet afleiding vinden. Het is nog een kleine 5 kilometer naar Korčula. Ik begin met tellen. ‘1, 2, 3 …’ dat doe ik vaker als ik niet meer weet waar ik het moet zoeken van vermoeidheid, pijn of ellende. Of een combinatie van alle drie. (Ik heb in Noorwegen heel wat afgeteld). Eerst rustig tot 4 tellen. Dan tot 10 en daarna tot 100. En dan weer van voren af aan beginnen. Maar ik kom niet verder dan 4. Ook niet erg. ‘1, 2, 3, 4….’ Het geeft ritme. Met mijn duim tik ik het ritme op mijn vingers af. 1 = pink. 2 = ringvinger. 3 = middelvinger. 4 = wijsvinger. Als ik een setje heb gemaakt en weer terug ben bij de pink is dat 1. Tweede setje: pink, ringvinger, middelvinger, wijsvinger, terug naar de pink, 2. Ik blijf de setjes ritmisch herhalen en spreek met mezelf af dat ik pas in de schaduw mag staan als ik bij 100 ben.

Maar 100 red ik niet, bij setje 21 vlucht ik met hartslag 180 de schaduw in. Wie weet wanneer ik weer schaduw tegenkom, houd ik mezelf voor de gek. Hartslag laten zakken en opnieuw beginnen. De tweede keer houd ik het tot 55 vol. Er zit progressie in. De derde keer tot 100.

"11:49 uur. De hitte is alles omvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop."

12:12 uur. Piep, piep. 42 km geeft mijn horloge aan. Ik heb een marathon gelopen.

Oké, bijna dan. Nog 195 meter en dan kom ik op het terrein van de ultramarathon. Dat is naast de kick van een eiland over rennen waar het me om te doen is. Richting een ultra. De marathons zijn het opstapje richting het échte grote werk: ultramarathons of kortweg ultra’s. De minimale wedstrijdafstand van een ultramarathon is 50 kilometer, waardoor door sommige ultrarunners wordt beweerd dat je een ultra pas een ultra mag noemen na 50 kilometer. Onzin natuurlijk. Alsof het gebied tussen 42 en 50 geen ultra is. De officiële lezing van een ultramarathon luidt: alles wat verder is dan 42,195 kilometer.

12:19 uur. Piep, piep, 43 kilometer. Ik ben in het domein van een ultramarathon gekomen. En ik loop nog steeds. Wat zeg ik, ik ren nog steeds, al heeft het meer van joggen weg op dit moment. De finish is binnen handbereik en ik besluit dat ik niet meer mag lopen, al bezwijk ik ter plekke van de hitte.

12:23 uur. Nu pas zie ik Korčula liggen. Wat een mooi stadje, en wat nog mooier is: de weg loopt verder naar beneden. De haven zie ik al liggen. Ik tuur met mijn ogen het wateroppervlakte af. Nog geen spoor van Shark en Vriendlief. Ik heb hem na de mislukte poging in Pupnat ook niet meer gesproken. Hopelijk gaat het goed met hem. Ik zie voorbij de haven een grote veerpont liggen en besluit dat dat mijn doel wordt, daar klok ik af. Wanneer ik naar beneden ren voel ik me licht en zwaar tegelijk. Over mijn hele lichaam heb ik kippenvel en dat is niet van de emoties, maar puur van de warmte, ik ben compleet oververhit. Als ik bij de veerpont ben zie ik de groene paal die het eindpunt van het land markeert en ik ren daar naar toe, toe maar, die paar meters kunnen er ook nog wel bij.

12:30 uur. Ik klok. 43,96km. Net geen 44km. Waardeloos. Maar het geeft niet. Ik heb een eiland over gerend en ben in de next stage gekomen, ook als is het maar een mini-ultra. Nu is het zaak om te zorgen dat ik mezelf ga koelen. Want ik merk aan alles dat de hitte mij de baas wordt. Ik moet het water in en wel zo snel mogelijk. Er is geen zwemmersgedeelte bij het oude stadje en ik kijk om me heen waar dan wel. Voorbij de haven zie ik een strandje, maar dat is nog zeker anderhalve kilometer lopen. Ik ren een supermarkt in, haal een ijskoud biertje en loop met het biertje tegen mijn hoofd en wangen richting de haven. De weg tussen mij en het strand wordt versperd door een metershoog hek en ik moet omlopen. Ik begin te panikeren. Ik moet het water in! En wel nu! Na een eindeloze 20 minuten plons ik met kleding en al het water in en trek daar mijn biertje open. Heerlijk! Ik bel Vriendlief en besef dat de winst van mij is, het biertje wordt in één klap nog smaakvoller.

14:24 uur. Shark vaart de haven van Korčula binnen. Ik voel me opgelucht. Ik help Vriendlief aan te meren. Het wordt tijd voor die beloofde fles bubbels en eten, heel veel eten, maar niet voordat we het stadje hebben verkend. Nog meer lopen. Wanneer we aan het einde van de dag terug zijn bij de boot en ik op mijn sporthorloge kijk, schrik ik van het aantal kilometers: 52,5 kilometer. Als dat geen ultra-afstand is, weet ik het ook niet meer!

Race uitslag:

Adventure Virgin: 43,96 km in 6:11 uur en 663 hoogtemeters.
Shark: 32,6 zeemijl (58,7 km) in 8:05 uur en een heleboel golven.

Bekijk ook de video:

https://www.youtube.com/watch?v=YmMJm2nlejg


Eiger Ultra Trail: zoveel meer dan een race

 

Ik weet het nog als de dag van gisteren. De droge knak waarmee ik mijn enkel brak.

Op 26 juni 2016 veranderde mijn leven. Vandaag, drie jaar later op 20 juli 2019, sta ik aan de voet van de machtige Eiger en klinkt over enkele minuten het startschot om in een ronde van 35 kilometer de uitlopers van de Eiger te beklimmen.

“This is your time, this is your race.” Drie jaar geleden kreeg ik tranen in mijn ogen bij het zien van de trailer voor de Eiger Ultra Trail en het horen van het liedje. Dit is waar ik al drie jaar lang van droom en het afgelopen jaar voor getraind heb. Dit wordt mijn eerste echte bergrace.

Je kunt van te voren nooit weten welke gebeurtenis je leven het setje in de juiste richting geeft. Drie jaar geleden zat ik vast in een leven dat ik zelf gecreëerd had. Ik had het onderwijs ingeruild voor een eigen onderneming, had opdrachten en eigenlijk verliep alles wel prima. Prima, dat was het. Maar, niet top. Ik had net de eerste stap gezet naar een avontuurlijk en zelfstandig leven. Ik was alleen naar Schotland vertrokken voor een trektocht door de Hooglanden. Dat was een waanzinnige ervaring, die ik iedere dag nog koester. Mijn allereerste keer alleen op vakantie. Mijn allereerste keer nieuwe enge dingen doen als links rijden, zelf mijn accommodaties regelen, de bootovertocht, een trektocht door de Hooglanden maken met nul berg- of navigatie ervaring. De allereerste keer mijn eigen boontjes doppen en het avontuur van mijn leven hebben. En dat was het zeker.

Maar wat was dan niet top? Het leven in Nederland. Ik leek geen grip te krijgen op het leven dat ik hier wilde leiden. Het was hol en leeg, ondanks de opdrachten die op papier en in de kroeg heel gaaf klonken, maar wat ik niet echt voelde. Mijn hart ging er niet écht sneller van kloppen.

"Je kunt van te voren nooit weten welke gebeurtenis je leven het setje in de juiste richting geeft."

Waar mijn hart wel sneller van ging kloppen was de ultra-endurance wereld die ik via YouTube en later ook boeken ontdekte.

Een wereld waarin mensen niet in de bergen wandelen, maar er in rennen. En dan niet 10 kilometer of een halve marathon, maar mega afstanden van 50 tot 100 kilometer en daar voorbij: ultramarathons. Als ik deze video’s bekeek en de emoties op de gezichten van de mensen zag die de finish overkwamen, dan sprongen de tranen in mijn ogen. Deze mensen waren diep gegaan. Deze mensen hadden tijdens de trail meer over zichzelf ontdekt, dan ik in een heel werkend leven zou doen. Hier zou het antwoord op mijn zoektocht naar een zinvol en bezield leven kunnen liggen. Je grenzen verkennen en verleggen. Ontdekken uit welk hout je bent gesneden. En dus besloot ik mijn stoute schoenen aan te trekken en te gaan trainen voor de Eiger Ultra Trail, afstand om te beginnen: 35 kilometer. Om de bergen te simuleren moet je niet in Nederland zijn en dus vertrok ik naar de Duitse Eifel om te trainen. En op de tweede dag gebeurde daar het noodlottige en kwam ik tijdens het hardlopen ten val en brak mijn enkel. Ik lag anderhalve week in een Duits ziekenhuis en eenmaal terug in Nederland duurde het herstel vele maanden. Het duurde nog eens anderhalf jaar voor ik weer kon starten met hardlopen, tegen alle adviezen in, maar ik had en heb nog steeds maar één droom: ik wil een ultrarunner worden.

"Deze mensen waren diep gegaan, deze mensen hadden tijdens de trail meer over zichzelf ontdekt dat ik in een heel werkend leven zou doen."

In de weken dat ik aan de bank gekluisterd zat en mijn zelfstandige en avontuurlijke leven in de kiem gesmoord werd, begon ik te fantaseren over een leven waarin avontuur prominenter aanwezig zou zijn.

Ik speelde met de gedachte om Adventure Virgin op te zetten, maar drukte het weer even snel weg. Er moest gewerkt worden. Ik transformeerde mijn bedrijfje naar Grinta Communicatie en stortte me daarop en verwaarloosde mijn avontuurlijke kant. Tot vorig jaar zomer ik besloot dat het genoeg was en ik in twee jaar tijd weer dezelfde kooi voor mezelf had gecreëerd. Mijn leven stond in het teken van werken en geld verdienen. Na een mislukte poging om mijn bedrijf te laten groeien met personeel en freelancers, was voor mij de maat vol. Ik gooide mijn bedrijf dicht en nam een maand vrij. En daarna nog een maand. Ik was er klaar mee. Ik vertrok naar Chamonix om daar in de bergen buiten te spelen en boeken te lezen. En daar nam ik het besluit: ik zet mezelf op de eerste plaats. Ik ga niet eerst een burn-out krijgen voor ik ga inzien dat er maar één persoon belangrijk is en dat ben ik zelf. Ik zocht nieuwe samenwerkingen en investeerde een bak geld, energie en tijd en op 20 november 2018 zag Adventure Virgin het levenslicht. Een platform zonder businessmodel, maar een droom die uitkomt. Hoe ik er mijn geld mee ga verdienen is niet relevant, het belangrijkste is dat het platform met inmiddels trouwe lezers mij motiveert en inspireert om mijn dromen te leven. Ik ben aan een zoektocht begonnen om mijn dromen te leven en avontuur op de eerste plaats te zetten. Deze zoektocht wil ik met je delen.

"En daar nam ik het besluit: ik zet mezelf op de eerste plaats."

“Drei, zwei, eins… Go!”

We zijn gestart en iedereen rent langs me heen alsof we aan een 200 meter sprint zijn begonnen. Ik probeer ze bij te houden, maar al snel word ik gedwongen om te lopen omdat mijn kuiten verkrampen op de eerste berghelling. Na een paar minuten begin ik te gniffelen, maak mijn wandelstokken langer en ga in een rustig tempo de berg op lopen. Ren maar jongens, ik heb helemaal geen zin om te racen vandaag. Vandaag ga ik genieten van het landschap, de sfeer en lekker aanklooien op de afdalingen. Vandaag ga ik genieten van een droom die uitkomt. Vandaag ga ik buiten spelen.


kano loire site met logo

In de voetsporen van Captain Hornblower

 

Au, au. Heet, heet. De onderkant van mijn voetzolen branden.

De spanbanden snijden in onze buiken en handen. Na iedere 20 meter stoppen we en graven we vliegensvlug onze voeten diep in het zand om ze een beetje te koelen. Het kost ons zeker zeven stops om bij het water te komen en als we er dan zijn is het niet eens koud, maar ronduit lauw. Niet de verkoeling waar ik op hoopte. En dan is het zo ver. We smeren ons rijkelijk in met zonnebrand – het is 29 graden – en duwen de kano af.
‘Shit,’ hoor ik Vriendlief vloeken, ‘hij blijft niet drijven!’
‘Verdomme, dat meen je niet!’ roep ik uit.
Op de kano ligt zeker voor 100 kilo aan spullen. Tent, tweepersoonsluchtbed, slaapzakken, kisten met eten, boeken, brandertje, pannen, water en heel wat wijn en bier. Tja, het blijft wel vakantie.
‘Oké, dan moeten we spullen achterlaten,’ roep ik gejaagd terug.
‘Geintje,’ antwoordt hij met een grijns, ‘ik kan jou ook zo makkelijk op de kast krijgen.’

Vriendlief is de liefste jongen van de wereld, maar op dit moment zou ik hem hier ter plekke in de Loire willen verdrinken. Aan de andere kant moet ik ook wel weer grinniken, omdat ik hem na al die jaren op een spoortje humor heb betrapt. Over het algemeen zijn z’n sterke verhalen beter dan zijn grappen. Over sterke verhalen gesproken. Dat we met onze voeten in de Loire staan is niet zomaar. Het is het begin van een sterk verhaal. Een verhaal uit een jongensboek. We treden in de voetsporen van zijn jeugdheld Captain Horatio Hornblower: een boeken serie over een fictieve Britse zeeofficier ten tijde van de Engelse Navy tussen 1792 en 1815, geschreven door C.S. Forester. Het boek dat Vriendlief inspireerde om deze reis te ondernemen is deel III uit de reeks.

kano punt Loire Adventure Virgin

"Dat we met onze voeten in de Loire staan is niet zomaar. Het is het begin van een sterk verhaal. Een verhaal uit een jongensboek."

Captain Hornblower: Flying Colours

Captain Hornblower’s avontuur begint in een gevangenis ergens aan de Spaanse kust tijdens het Bonapartistische strijdgewoel. De Engelse commandant heeft zijn schip moeten overgeven aan de Franse overmacht. Hij kan echter een executie verwachten omdat hij bij een operatie de Franse vlag voerde als krijgslist. Op zijn reis naar Parijs waar zijn executie plaats zal vinden weet Captain Hornblower te ontsnappen en bouwt hij een boot om de Loire af te varen naar de Franse kust. Hornblower lijdt echter schipbreuk op de Loire bij de stad Nevers. Daar wordt hij geholpen door een Franse aristocraat en zijn mooie dochter waar hij uiteraard verliefd op wordt. De boot wordt gerepareerd en samen met de dochter vervolgt hij zijn weg naar de Franse kust.

Begin mei 2018 varen wij in de voetsporen van Hornblower de Loire af. Vriendlief als Captain Hornblower en ik als zijn veroverde Franse liefje. Of zoiets. Ook voor ons is de tocht niet geheel zonder risico. Meerdere mensen hebben het geprobeerd. Te lage waterstanden, noodweer of wakker worden zonder boot of kano zijn geen uitzondering. Genoeg reden voor ons om een kano te kopen, op de auto te laden en richting Frankrijk te rijden.

"Te lage waterstanden, noodweer of wakker worden zonder boot of kano zijn geen uitzondering."

kanotocht op de Loire

Dag 1 In het ritme komen

En zo staan we dus met onze oververhitte voeten in het lauwe water van de Loire bij Nevers. De kano blijft net drijven, hoewel hij niet bepaald stabiel is en we zetten koers richting… ja waar eigenlijk. We hadden gehoopt 8 dagen te varen, maar het weer zit niet mee. Slechts 5 mooie dagen zijn voorspeld, dus het is nu of nooit en we zien wel waar we uit komen.

Na 20 minuten peddelen voel ik mijn armen al. Die duurbetaalde crossfit lessen leveren toch niet op wat ze zouden moeten doen. Maar het hoort erbij, je lichaam moet wennen dat het actie moet leveren in plaats van dat getyp wat ik normaal doe. Na drie uur peddelen en 17km houden we het voor gezien. We zoeken een plekje op een eiland in de rivier.

We vinden een mooi eiland met een prachtig strand en boompjes. We zijn echter niet de eerste aan de sporen van het vuurtje, voetstappen in het zand en de enorme hoop wc-papier te zien. Bah! Hoe vies kunnen mensen zijn. Toch maar op zoek naar een ander strandje. Na wat organiseren en opruimen hebben we een prima kamp. Vriendlief graaft een koelkast en we gaan vervolgens met onze stoeltjes in de rivier zitten met lauw bier en rosé. Geen overbodige luxe, want niet alleen de mijn voetzolen branden van de helse sleeptocht met de kano door het hete zand, ook de bovenkant van mijn voeten zijn flink verbrand. Na 2 uur lezen en badderen in de rivier ruiken we het water in de lucht. En ja hoor, als we ons omdraaien is de lucht gitzwart. Het zou 3 dagen droog blijven. Niet dus. Maar goed dat we last minute een zwemvest hebben gekocht, want het gaat er die avond flink op.

"We komen steeds dichter bij de brug. En dan hoor ik het. Geraas. Gebulder. Kolkend water."

Dag 2 Paniek

De volgende dag blijkt dat zwemvest levensreddend, althans als we echt waren omgegaan. Maar een zinkende kano met 200 liter water erin en al onze spullen tel ik ook als een levensbedreigende situatie. Hoe we dat voor elkaar hebben gekregen? Nou, door accuraat handelen aan Vriendlief’s kant is het net goed gegaan en door laksigheid aan mijn kant zijn we überhaupt in de penibele situatie terecht gekomen. We zijn gaan kanoën zonder kaarten of informatie over de route. Voor mij geen probleem. Zo ga ik altijd te werk. Ik fiets of wandel maar gewoon een eind heen. Aan een gedegen voorbereiding heb ik een broertje dood. Maar goed, ik had maar één taak voorin de kano: OPLETTEN. Takken, ondieptes, maar ook én nog veel belangrijker uitkijken naar stroomversnellingen en dammen! Want die zijn talrijk aanwezig in de Loire.

‘Floor, gaat dat goed?’
‘Ja hoor, maak je niet druk,’ roep ik nonchalant terug, ‘klein stroomversnellinkje.’
Plons hele bak water over ons heen. Ik giechel zenuwachtig, dat ging maar net goed.
‘Floor, wat hoor ik? Gaat dat goed daar straks bij de brug?’
‘Jahaaa,’ roep ik geïrriteerd terug. Paniekzaaier. Wel zie ik een streep op het water verschijnen. Dat is het verraderlijke, omdat je zo laag op het water zit zie je de waterversnelling aan de andere kant niet. We komen steeds dichter bij de brug. En dan hoor ik het. Geraas. Gebulder. Kolkend water.
‘DAM!!!!’ gil ik.
Dit is zo’n momentje in een film waarbij mensen op een waterval afgaan en naar beneden storten. Ik doe het bijna in mijn broek. Oké, dit was het dan. Geestelijk bereid ik me voor op het ergste, we gaan om. Het wordt happen naar adem en zwemmen voor je leven. Het moment om naar de kant te gaan is voorbij, we gaan er midden op af. Achter me hoor ik gevloek en getier. Ik sluit me af. Daar gaan we dan.

Bonk. Met een klap duik de punt het water in en een bak water komt over me heen. Bonk. Weer een klap. We raken de bodem. Bonk. Nogmaals en nogmaals. Ineens hoor ik achter me: ‘Peddelen Floor!’
Ik peddel alsof mijn leven ervan af hangt. Niet onverstandig in een situatie als deze. Mijn armen verzuren. We hebben het gehad, denk ik en ik wil me omdraaien.
‘Stop blijf in het midden zitten, we zinken!’ Dit keer is het geen grap. Het water staat tot 10cm onder de rand IN de kano! We moeten hozen, gaat het door me heen. Ik pak mijn waterfles, smijt de dop weg, maar hij zit nog helemaal vol. ‘Stop met bewegen, verdomme! Naar de kant peddelen!’ hoor ik achter me. Ik peddel zo snel mogelijk naar de steile oever met bramenstruiken. We glijden weer weg. Ik grijp de doornige struiken vast en trek de kano naar de kant. Dit was net iets té avontuurlijk. ’s Avonds op het eiland drinken we nog maar een paar extra wijntjes tegen de schrik. Moet ook wel, want het drinkwater heb ik weggegooid….

"Stop blijf in het midden zitten, we zinken!" Dit keer is het geen grap.

Dag 3 Dorst

De volgende dag staat in het teken van dorst. Met tongen als uitgedroogde lappen leer bereiken we in de middag een dorpje met een winkeltje. Wat kan vers drinkwater goddelijk zijn.

Dag 4 Kernwasser Wunderland

De Fata Morgana van de Efteling is er niets bij. Onder luid gekwaakt van kikkers en getjirp van vogels varen we langs blauwe libellen met zwarte vleugeltjes, ontelbare reigers en een geschrokken hertje langs de groene oever. Ik maak Vriendlief helemaal gek met het liedje van Efteling carnaval festival: ‘Taa tata Taa tata Tatata!!’ Inclusief de draaiende handjes in de lucht.

’s Avonds strijken we onder de rook van de kerncentrale op een eilandje neer. Een donkere onheilspellende lucht met veel onweer erin komt opzetten. Pats, de eerste dikke druppels vallen al. Snel zetten we de tent op, proppen alle spullen in de tent en gaan er zelf tussen liggen. Om de tijd te doden trekken we een fles wijn open en spelen een potje pesten. Dan hoor ik geschreeuw. Er staat iemand in onverstaanbaar Frans te roepen. En dat is al snel onverstaanbaar aangezien ik geen Frans kan. Zou hij het tegen ons hebben? Geen idee. Ik hou het er maar op dat deze man even zijn frustratie van zich af staat te schreeuwen tegen het onweer.

Als we na de stortbui met een wijntje van het panoramische uitzicht genieten komt een feloranje bol achter de wolken vandaan. Het is de maan. Iedere krater is met het blote oog te zien. De maan verlicht het sprookjesachtige landschap. In het water zien we iets zwarts bewegen. Er komt een otter langs gezwommen. Hij kijkt niet op of om en zwemt doodleuk naar zijn holletje op het eilandje schuin tegenover ons. We kijken elkaar aan. Dit is het leven.

"Een donkere onheilspellende lucht met veel onweer erin komt opzetten."

Dag 5 meer landmijlen dan zeemijlen

We worden vreemd aangekeken door de mensen die in het treintje zitten en ons voorbij rijden. We sleuren al 3 kilometer de zware kano op de twee gammele wieltjes door een dorpje naar de camping. Braire is het eindpunt van waar we morgen de trein zullen pakken terug naar Nevers om daar de auto op te halen. ‘s Avonds barst het onweer weer los. En na 5 dagen wordt het tentje toch wel wat klein voor zoveel slecht weer. Maar we komen zeker nog eens terug om de tocht af te maken.

Voor iedereen die op de Loire wil kanoën, zou ik willen aanraden doe dit in juni en niet in mei. Kans op beter weer is dan groter. En pas op met de waterstanden eind juli en augustus. Grote kans deze op de meeste plekken dan te laag zijn om nog te kunnen kanoën. O en doe misschien toch ook iets aan voorbereiding, een kaart en genoeg drinkwater. Veel plezier!


wandelen Schotland

De pelgrimstocht: het Olavspad

 

643 kilometer. Zo lang is het lopen van Oslo naar Trondheim.

643 kilometer telt het Olavspad. Tot enkele weken geleden had ik hier nog nooit van gehoord. Tot enkele weken geleden zou het nog niet eens in mijn hoofd zijn opgekomen om dit pad te lopen. Maar inmiddels is het zaadje in mijn hoofd ontkiemd en weet ik het zeker. Dit is het pad dat ik moet bewandelen. Alle 643 kilometers.

“Ben je een gelovig man?” die vraag brandt al vele kilometers op mijn lippen. We rennen door de Brabantse bossen en praten over trailen en pelgrimeren. Ik een nitwit op beide gebieden, hij een expert.
“Nee, maar als ik ga pelgrimeren, onderga ik de hele ervaring en laat ik me ook zegenen. Ik wil de hele spirituele ervaring beleven.” Overduidelijk wel dus.
“Wat je leert Floor tijdens een pelgrimage, is je vooroordelen laten varen en niet te snel conclusies trekken, iedereen heeft een verhaal in zich.” Bah. Ik houd er niet van als mensen mijn gedachten lezen.

Pelgrimeren. Ik wist niets een dat het een werkwoord was. En bij het woord pelgrimage krijg ik onbedaarlijke jeuk. Een sekte-achtig woord. Brrr. En toch ben ik geïntrigeerd. Geïntrigeerd door deze man die naast me rent en er zo enthousiast over vertelt, geïntrigeerd door het fenomeen pelgrimeren an sich en waar ik zo weinig van af weet. Maar bovenal geïntrigeerd omdat het zó ontzettend ver buiten mijn comfortzone ligt.

Het Olavspad heet eigenlijk het St. Olavspad. Het is een eeuwenoude pelgrimsroute naar Nidaros, het tegenwoordige Trondheim. De man met wie ik vandaag ren heeft hem drie jaar geleden gelopen. “Ken je het verhaal achter het Olavspad, Floor?”
“Nee, vertel.”
“Olav was een oude Viking koning die duizend jaar geleden leefde. Na zijn plundertochten door Europa keerde hij terug naar Noorwegen. Hij wilde opnieuw koning worden en eenheid creëren door het land te bekeren tot het christelijke geloof. Hij werd bij een veldslag gedood met een bijl en zijn lichaam werd in het geheim naar Nidaros gebracht en begraven. Al snel gingen er verhalen de ronde dat bij Olavs graf wonderlijke dingen gebeurde. Er werd een kapelletje neergezet, dat vervangen werd door een kerk en later een kathedraal. Het is de grootste kathedraal van Scandinavië.”
Allemaal leuk en aardig, maar ik ga niet 643 kilometer lopen voor een dode Viking koning, een stenen gebouw en een Lourdes verhaal waar ik kriebels van krijg. Dus de vraag is waarom wil ik dan wel lopen?

"Een lichter leven. Leven met de dag. Niet malen over de dag van gisteren en stress over de dag van morgen."

Dat antwoord is simpel. Een lichter leven.

Leven met de dag. Niet malen over de dag van gisteren en stress over de dag van morgen. Enkel je druk maken over de te lopen route, een slaapplek zoeken voor de nacht en zorgen dat je genoeg eet en drinkt en heelhuids aankomt op de plek van bestemming.

Voor mij is het Olavspad in de eerste plaats dan ook een langeafstandpad. En grinnikend noem ik hem in gedachten het Olafpadje. Naar Olaf de sneeuwpop uit Frozen die hunkert naar de zomer en warme knuffels. Ik betreed dan ook niet het pad van eeuwenoude christelijke tradities, maar het Disneyland van Frozen, waarin ik om beurten Elsa, Anna en Olaf kan zijn. Afhankelijk van hoe ik me voel die dag. Een land waarin kleine meisjes mogen dromen en niet groot hoeven te worden. Een land waar trollen, elfen en reuzen heus geen hersenspinsels zijn. Een land waarin…

“Hoe zwaar is je rugzak?” Vraagt hij. Ik kijk verstoord op.
“Eens denken. In Schotland was hij zo’n 16 kilo, maar ik denk dat hij nu wel op 20 kilo uitkomt.”
“Nee, dat is veel te zwaar. Wat heb je dan in vredesnaam mee?”
“Boeken. Iedere vier dagen lees ik een boek uit.”
“Daar moet je echt iets op bedenken. Dat kan echt niet.” Dat soort dingen moet je niet tegen mij zeggen. Jij kunt misschien genoeg hebben aan je spirituele ervaringen, mok ik in gedachten, maar ik heb verhalen nodig om te leven.

Ik ben een dromer. Dat weet ik. Tijdens een wandel- en fietstochten creëer ik voor mezelf een parallel universum. Overdag mijn eigen avontuur en ’s avonds in de tent verslind ik de avonturen van andere mensen. In een warme slaapzak, eten onder handbereik, een nieuw vers boek waarvan de kaft kraakt als je het openslaat en verdwijnen in het verhaal. Dan ben ik het gelukkigst.

Besparen op boeken is dus geen oplossing. Waarop dan wel? Eten. Kleding. Tent. Geen idee, ik zal het hem nog eens vragen.

"Ik weet wie ik ben. De vraag is, wie wil ik zíjn."

Pad Schotland

“Waarom ben jij eigenlijk gaan pelgrimeren?”

vraag ik aan de rug die nu voorop loopt. Een diepe zucht klinkt en een zware stilte daalt neer. De magie is verbroken. Deze vraag had ik niet moeten stellen. Ieder van ons heeft een verhaal, maar het hoeft niet altijd direct verteld te worden. Zwijgend rennen we verder.

Waarom wil ik eigenlijk pelgrimeren? Ik weet waarom ik wil lopen. Maar pelgrimeren, dat klinkt als een serieuze toestand. Een geestelijke reis maken. Mijn eerste antwoord is mentaal afharden. Eelt kweken op de ziel. Fysiek lijden. Emotioneel door de mangel gaan. Mezelf testen op doorzettingsvermogen, discipline en volharding. Mezelf straffen. De grenzen opzoeken en daaraan voorbij gaan. Maar als dat mijn grondhouding gaat worden voor de komende vier weken ga ik het heel zwaar krijgen.

Het is iets anders. Als ik heel eerlijk ben naar mezelf, ben ik wel degelijk op zoek. Ben ik mezelf dan kwijtgeraakt? Nee, ik weet wie ik ben. De vraag is, wie wil ik zíjn.

Ga ik dat antwoord vinden op het Olavspad? Misschien. Het kleine meisje in mij weet wie ze wil zijn, maar weet ik het ook? En durf ik het hardop uit te spreken?

“Liep jij het oostelijke of westelijke Olavspad tot Lillehammer?” vraag ik aan de rug om de gespannen stilte te doorbreken.
“Uiteraard de oostkant, dat is het oorspronkelijke pad.”
Mooi, dan pak ik het westelijke pad. Ik wil nog een beetje het gevoel hebben dat ik een recalcitrante pelgrim ben.

Voorbereidingen

Bekijk in deze vlog mijn voorbereidingen voor het Olavspad. Wat ik precies meeneem in die grote rugzak voor 4 weken, geef ik alvast boekentips en doe ik een persoonlijke onthulling. En vertel ik hoeveel kilo ik de komende maand moet meedragen op mijn rug.

https://www.youtube.com/watch?v=lpNxVmOCRtg


Running Challenge: 1 Maand, 1 Team, samen 1000K!

 

Het voorjaar is in volle gang.

De dagen zijn langer en naast de vogeltjes die je in de ochtend hoort fluiten, hoor je ook veel mensen zeggen: ‘Ik zou wel weer eens met hardlopen willen beginnen.’

Nou, dat komt goed uit. Ik ook. Na het rennen van mijn eerste marathon is het tijd om weer aan de slag te gaan en de beentjes te strekken. En daarvoor daag ik jou uit. Laten we in mei samen 1000km gaan hardlopen!

Wat? Ben je van je stoel gevallen bij het horen van 1000km! Wacht, je begrijpt me verkeerd. Je hoeft dit niet in je eentje te lopen. We doen het samen.

Op 1 mei starten we met de Running Challenge: 1 Maand, 1 Team, samen 1000K!

Deze Running Challenge is voor beginnende tot gevorderde lopers, omdat je zelf bepaalt hoeveel je loopt.

Meld je aan door een mailtje te sturen naar hallo@adventurevirgin.nl en vermeld je hardloopervaring.

Marathon Rotterdam Floor Startvak

"Start met rennen of pak het weer op en verleg je grenzen"

Start met rennen of pak het weer op!

1 mei starten we met de Running Challenge. Met een team van hardlopers (beginnend of gevorderd) gaan we samen de Challenge aan om in 1 maand tijd samen 1000 kilometer te rennen.

Op 1 mei starten we samen met een korte run. Om alvast die eerste kilometers te vreten. Daarna ren je individueel. Of met elkaar als je dat gezellig vindt. Ik organiseer een aantal gezamenlijke trainingsdagen en een Hardloop Clinic voor de juiste techniek (zie hieronder). Om de kilometers te tellen maken we gebruik van een running-app waar we samen als groep in zitten. Zo zien we van elkaar hoeveel we lopen, en of we de 1000 kilometer gaan halen of nog een tandje bij moeten zetten.

Om elkaar tips te geven en elkaar positief te motiveren hebben we een  Running Challenge WhatsApp-groep. De trainingen worden hierin gedeeld en run-afspraken gemaakt.

Op 31 mei sluiten we de Running Challenge gezamenlijk af, dan lopen we samen de overgebleven kilometers. Staan er nog 7 kilometers open dan lopen we 7 kilometer, staan er nog 37 open… Ja, dat laten we ons niet gebeuren natuurlijk.

Inschrijven: 25 euro

Hiervoor krijg je:

  • 5 georganiseerde trainingslopen
  • 1 hardloop clinic i.s.m. atletiekvereniging ciko’66
  • een trainingsschema passend bij jouw niveau
  • groepsmotivatie
  • én heel veel loopplezier

Meld je aan door een mailtje te sturen naar hallo@adventurevirgin.nl en vermeld je hardloopervaring.

Alleen meedoen aan de hardloop clinic? Schrijf je in.

"Op 1 mei starten we met de Running Challenge: 1 Maand, 1 Team, samen 1000K!"

Data Running Challenge

(Je hoeft niet aan alle lopen mee te doen, kijk wat in jouw agenda en bij jouw niveau past. Is er behoefte aan andere afstanden, dan kunnen we dit aanvullen/aanpassen)

Woensdag 1 mei: start Running Challenge. Met avondrun op Posbank om 19:30uur. We zullen een korte loop doen van 5 km in rustig tempo.

Zaterdag 4 mei: duurloop in Nijmegen (locatie wordt in app-groep bekend gemaakt).

Start om 9:30uur, trailrunning 8-10km. Houd er rekening mee dat we door de bossen gaan lopen met aanzienlijke hoogtemeters, dus deze kilometers zijn zwaarder dan op het asfalt.

Zaterdag 11 mei: trailrunning voor beginners in Arnhem (locatie wordt in app-groep bekend gemaakt).

Start om 9:30uur, afstand 5 km. We rennen door bossen met weinig tot nauwelijks hoogtemeters.

Zaterdag 18 mei: Hardloop Clinic, Groot Warsnborn in samenwerking met atletiekvereniging ciko’66. Start om 9:30uur, aansluitend optioneel koffie/thee.

Zaterdag 25 mei: duurloop in Oosterbeek (locatie wordt in app-groep bekend gemaakt.

Start om 9:30uur, trailrunning 8-10km. Houd er rekening mee dat we door de bossen gaan lopen met aanzienlijke hoogtemeters, dus deze kilometers zijn zwaarder dan op het asfalt.

Vrijdag 31 mei: Afsluiten Running Challenge, samen lopen we de resterende kilometers we mikken op 5 -7 kilometer. Middagrun op Posbank. Start om 17:00uur, met daarna een welverdiend biertje.