Het is tijd voor een krankzinnige race. Een challenge die maar liefst 3 dromen in één keer uit laat komen. En niet alleen die van mijzelf!

De 3 dromen:
– Een eiland overrennen.
– Een ultramarathon rennen.
– Solozeilen in een snelle boot in een mooi gebied.

Ingrediënten voor de race:
– men neme een gloednieuwe wedstrijd zeilboot (Elan E4 uit 2019) met de brute naam Shark.
– een lunatic met hardloop aspiraties en een enorme bewijsdrang (mijzelf).
– een betoverend eiland met de lengte van 46,8 km in de Adriatische zee met tropische temperaturen boven de 35 graden.

Race:
Zo snel mogelijk het eiland Korčula van noord naar zuid overbruggen. Startpunt: Vela Luka haven, finish: Korčula haven. Adventure Virgin te voet (45-50km), Shark uiteraard te water (35-38 zeemijlen).

Race reglement:
– Shark: gebruik van motor alleen toegestaan de haven in en uit, daarna op windkracht.
– Adventure Virgin: hardlopen en lopen toegestaan, geen hitchhiking.

Prijs:
Een fles Prosecco in een decadente beachclub, omdat een leven zonder bubbels niet zo bruisend is.

Racedatum en tijdstip:
1 augustus stipt om 6:00uur.

"Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien."

Om 6:15, een kwartier later dan gepland, gooi ik de laatste tros aan boord van de Shark.

‘Doe je voorzichtig schatje,’ roep ik Vriendlief na. Ik vind het voor hem nog spannender dan voor mij. Hij gaat om het eiland varen in zijn eentje. Een droom van hem komt daar mee uit: solozeilen op een nieuwe wedstrijdboot in een mooi gebied. En mooi is het hier zeker op de Adriatische zee met de Kroatische eilanden. In zijn tienerjaren heeft Vriendlief al heel veel in zijn eentje gezeild, maar dat was toch anders in de beschermde en kleinere omgeving van de Nederlandse waterplassen. Deze tocht is het betere werk en ondanks dat het licht weer is, is niets zo verraderlijk als het weer op zee. Je moet altijd alert blijven en direct handelen: je kunt op zee nooit, maar dan ook echt nooit, een time-out nemen en daarmee de situatie stilzetten. Dat geeft hoge stress. Als ik het straks tijdens het rennen niet meer zie zitten kan ik in de schaduw van een boom even de situatie stilzetten. Een time-out nemen. Dat kan Vriendlief straks op zee niet en er is geen back-up, want die rent een eiland over.

Na een praatje met de buurman die vraagt wat we in hemelsnaam uitspoken om kwart over zes in de ochtend, start ik om 6:19 uur de klok en begin te rennen.

6:36 uur. Ik ben net het dorp Vela Luka uit en heb de eerste ‘doden’ van de dag al gezien. Twee katten en een herdenkmonumentje in de berm van een overleden jongen. Ik zou er nog vele tegen komen die dag. De weg naar de andere kant van het eiland is simpel. Er is er maar één: de 118. Van Vela Luka naar Korčula is het 45 kilometer, iets meer dan een marathon.

7:15 uur. Ik ben gearriveerd in het eerste van de twee dorpjes die ik onderweg tegen kom: Blato. Ik bel met Vriendlief om te horen hoever hij al is. 7 mijl heeft hij al afgelegd. Ik heb 7 kilometer afgelegd. We gaan dus gelijk op. En hij hoeft minder mijlen te varen dan ik kilometers moet rennen. Ik besluit geen drinken te kopen in het dorp, ik heb nog maar een paar slokjes van mijn 2 liter gedronken en zet een tandje bij.

8:15 uur. In de schaduw van een boom zit ik aan de kant van de weg en bel wederom met Vriendlief. Ik heb 15 kilometer gemaakt, het blijkt zwaarder dan gedacht om het tempo op te schroeven. De zon brandt al behoorlijk en het zweet gutst van mijn lijf. Maar het grootste probleem is mijn hartslag die behoorlijk oploopt, vooral tijdens het klimmen. Vriendlief heeft echter al 15 mijl gemaakt en hij noemt zijn eerste prognose. Om 12:30 uur arriveert hij in Korčula, geeft zijn navigatie aan. Nee, dat kan niet. Ik begin snel te rekenen. Om überhaupt een kans te maken moet ik het tempo van 7,5 kilometer per uur volhouden en het wordt alleen maar warmer en de bergen worden hoger, met op het midden van het eiland bergen van 500 meter.

Au! Een scherpe pijnscheut trekt door mijn linkerbil. In een reflex grijp ik met mijn had er na en sla een dikke horzel weg. Gadverdamme ook dat nog, steekvliegen. Ja, die komen op mijn zweetlucht af. In beweging blijven en hopen dat beest kwijt te raken.

"Au! Een scherpe pijn scheut trekt door mijn linkerbil."

8:57 uur. Ik hijg en puf en heb met veel moeite in de afgelopen 40 minuten slechts 4 kilometer afgelegd.

De klim is begonnen, maar omdat het via een hoop bochtenwerk de berg oploopt, heb ik dat niet direct door. Dus forceer ik mezelf te rennen, terwijl het aanvoelt alsof er lood in mijn benen zit. Mijn kuiten verkrampen en mijn hartslag en ademhaling schieten omhoog. Ik besluit te gaan lopen en zie dat zelfs tijdens het lopen ik een constante hartslag van 160 blijf houden. Het eerste wat er door me heen schiet is: ik moet écht wat aan mijn conditie doen en meer sporten, tot ik me realiseer dat ik waarschijnlijk aan de klim naar 500 meter ben begonnen. En die kramp in mijn kuiten en versnelde hartslag kunnen ook ontstaan omdat ik niet voldoende drink. Ik ben bijna 3 uur bezig en heb nog geen halve waterzak leeg. Dat is nog geen halve liter. Dus lopen en drinken is het enige wat ik nu moet doen.

Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop. Ja, zo komen die gedenkstenen in de bermen wel. Inmiddels staat de teller op 3 dode katten, 1 haas, 1 vleermuis, 1 slang en 3 gedenkgraven van ongelukkige zielen die op deze weg zijn verongelukt. In mijn hoofd noem ik de 118 al de Road des Mortes. Geen idee of dat goed Kroatisch is, maar het klinkt wel angstaanjagend. Hopelijk loopt het voor mij goed af.

9:30 uur. Ik bel weer met Vriendlief om te horen waar hij is. Ik heb 22 kilometer op de teller staan en ben bovenaan de berg gekomen met uitzicht over het water en het eiland Hvar in de verte, maar ik zie geen zeilboot met een groot zwart zeil.
‘Hoe gaat het?’
‘De wind is aan het inzakken. Ik ben nu op de hoogte van Blato,’ zegt hij.
Blato? Dat is 15 kilometer achter mij. ‘Hoeveel mijl heb je gevaren?’
‘13 ofzo.’
‘Hoe kan dat nou,’ roep ik, ‘anderhalf uur geleden was het nog 15.’
‘Nee,’ zegt hij, ‘dat waren kilometers.’
En ik maar denken dat hij het al die tijd over mijlen had i.p.v. kilometers. En dus flink op mij voorliep. ‘Ik heb de halfwinder gehezen en ga nog wel 5 knoop. Verwachte aankomsttijd is nu 13:00 uur.’
Oké, denk ik, dan maak ik tenminste nog een kans. Wat naar boven gaat, gaat zo ook weer naar beneden en dan maak ik het wel weer goed.
‘Doe voorzichtig.’
‘Jij ook.’

10:14 uur. Au! Ik word weer gepikt door een horzel. Ik kan nog geen tien seconden in de schaduw staan of ze zwermen om me heen en beginnen te steken. En ik snak naar schaduw. De zon staat al hoog aan de hemel en slechts langs de kant van de weg is af en toe een strookje schaduw van twintig of dertig centimeter. Ik moet dus blijven lopen wil ik niet lek geprikt worden. Na een korte afdaling ligt er opnieuw een steile helling voor me van 8% pal in de zon. 25 kilometer gehad, nog een kleine 20 te gaan.

"Tuuuutt!! Een auto toetert agressief en maakt een smerige afsnijbeweging naar rechts richting mij, terwijl ik al zo wat tegen de vangrail aan loop."

10:27 uur. Eindelijk de afdaling waar ik op hoopte.

Hij gaat voor kilometers door, maar het blijft oppassen geblazen met het verkeer, de ene kant bestaat uit een hoge rotswand, de andere kant een vangrail tussen de weg en de afgrond en ook hier is aan de bloemen, kaarsen en gedenkstenen te zien dat het niet iedereen gelukkig is vergaan. De teller staat inmiddels op 6 gedenkgraven.

11:12 uur. 32 kilometer gehad en gearriveerd in Pupnat. Pupnat ligt iets van de route af, maar ik moet opzoek naar een supermarkt voor water. Mijn waterzakken zijn leeg en ik heb onlesbare dorst. Aan de eerste de beste inwoner vraag ik direct of er een supermarkt is, want nog 12 km naar Korčula zonder water ga ik niet overleven. Gelukkig is er een supermarkt in het dorp. Als ik de supermarkt instap, die de grootte van een kleine woonkamer heeft, voel ik direct hoe heerlijk koel het is. Hier wil ik blijven. Zou ik treuzelen en langs de schappen slenteren? Natuurlijk niet, we zitten wel in een race. Dus loop ik direct naar de koelcel en pak een fles water en sinas eruit. Wanneer ik naar buiten stap word ik bevangen door de warmte. Ik besluit, race of geen race, toch even te gaan zitten om te eten, drinken en mijn waterzakken opnieuw aan te vullen. Want misschien zijn het nog maar 12 kilometer, die worden lood- en loodzwaar. Ik ga tussen de keuvelende mannetjes op het pleintje voor de supermarkt zitten, die al lekker aan het pilsen zijn en vul mezelf en de waterzakken aan.

11:32 uur. Ik probeer Vriendlief te bellen maar heb slecht bereik. We proberen het een paar keer, maar de lijn kraakt en om de beurt vallen we weg. Oké, ik hoop maar dat alles goed gaat met hem. Concentreren en doorrennen.

11:49 uur. De hitte is allesomvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop. Ik ren van streepje schaduw naar streepje schaduw, waarbij ik me tegen de rotswand moet persen om erin te staan. En direct hoor ze je ze aankomen de bloedzuigende horzels. Als ik geluk heb geven ze me tien seconden om op adem te komen, maar meestal niet.

12:02 uur. Niets kan me meer afleiden van de hitte. De oordopjes van mijn telefoon waarmee ik een luisterboek luister zijn te warm in mijn oren. De lucht die ik inadem is te droog. De hitte is verlammend. Het is net na twaalven, maar ik vermoed dat het al boven de 30 graden is. De zon brandt op het asfalt en de rotswanden lijken de warmte te weerkaatsen. En nog steeds geen zuchtje wind. Ik moet afleiding vinden. Het is nog een kleine 5 kilometer naar Korčula. Ik begin met tellen. ‘1, 2, 3 …’ dat doe ik vaker als ik niet meer weet waar ik het moet zoeken van vermoeidheid, pijn of ellende. Of een combinatie van alle drie. (Ik heb in Noorwegen heel wat afgeteld). Eerst rustig tot 4 tellen. Dan tot 10 en daarna tot 100. En dan weer van voren af aan beginnen. Maar ik kom niet verder dan 4. Ook niet erg. ‘1, 2, 3, 4….’ Het geeft ritme. Met mijn duim tik ik het ritme op mijn vingers af. 1 = pink. 2 = ringvinger. 3 = middelvinger. 4 = wijsvinger. Als ik een setje heb gemaakt en weer terug ben bij de pink is dat 1. Tweede setje: pink, ringvinger, middelvinger, wijsvinger, terug naar de pink, 2. Ik blijf de setjes ritmisch herhalen en spreek met mezelf af dat ik pas in de schaduw mag staan als ik bij 100 ben.

Maar 100 red ik niet, bij setje 21 vlucht ik met hartslag 180 de schaduw in. Wie weet wanneer ik weer schaduw tegenkom, houd ik mezelf voor de gek. Hartslag laten zakken en opnieuw beginnen. De tweede keer houd ik het tot 55 vol. Er zit progressie in. De derde keer tot 100.

"11:49 uur. De hitte is alles omvattend. Er is geen zuchtje wind en het lijkt alsof ik in een oven loop."

12:12 uur. Piep, piep. 42 km geeft mijn horloge aan. Ik heb een marathon gelopen.

Oké, bijna dan. Nog 195 meter en dan kom ik op het terrein van de ultramarathon. Dat is naast de kick van een eiland over rennen waar het me om te doen is. Richting een ultra. De marathons zijn het opstapje richting het échte grote werk: ultramarathons of kortweg ultra’s. De minimale wedstrijdafstand van een ultramarathon is 50 kilometer, waardoor door sommige ultrarunners wordt beweerd dat je een ultra pas een ultra mag noemen na 50 kilometer. Onzin natuurlijk. Alsof het gebied tussen 42 en 50 geen ultra is. De officiële lezing van een ultramarathon luidt: alles wat verder is dan 42,195 kilometer.

12:19 uur. Piep, piep, 43 kilometer. Ik ben in het domein van een ultramarathon gekomen. En ik loop nog steeds. Wat zeg ik, ik ren nog steeds, al heeft het meer van joggen weg op dit moment. De finish is binnen handbereik en ik besluit dat ik niet meer mag lopen, al bezwijk ik ter plekke van de hitte.

12:23 uur. Nu pas zie ik Korčula liggen. Wat een mooi stadje, en wat nog mooier is: de weg loopt verder naar beneden. De haven zie ik al liggen. Ik tuur met mijn ogen het wateroppervlakte af. Nog geen spoor van Shark en Vriendlief. Ik heb hem na de mislukte poging in Pupnat ook niet meer gesproken. Hopelijk gaat het goed met hem. Ik zie voorbij de haven een grote veerpont liggen en besluit dat dat mijn doel wordt, daar klok ik af. Wanneer ik naar beneden ren voel ik me licht en zwaar tegelijk. Over mijn hele lichaam heb ik kippenvel en dat is niet van de emoties, maar puur van de warmte, ik ben compleet oververhit. Als ik bij de veerpont ben zie ik de groene paal die het eindpunt van het land markeert en ik ren daar naar toe, toe maar, die paar meters kunnen er ook nog wel bij.

12:30 uur. Ik klok. 43,96km. Net geen 44km. Waardeloos. Maar het geeft niet. Ik heb een eiland over gerend en ben in de next stage gekomen, ook als is het maar een mini-ultra. Nu is het zaak om te zorgen dat ik mezelf ga koelen. Want ik merk aan alles dat de hitte mij de baas wordt. Ik moet het water in en wel zo snel mogelijk. Er is geen zwemmersgedeelte bij het oude stadje en ik kijk om me heen waar dan wel. Voorbij de haven zie ik een strandje, maar dat is nog zeker anderhalve kilometer lopen. Ik ren een supermarkt in, haal een ijskoud biertje en loop met het biertje tegen mijn hoofd en wangen richting de haven. De weg tussen mij en het strand wordt versperd door een metershoog hek en ik moet omlopen. Ik begin te panikeren. Ik moet het water in! En wel nu! Na een eindeloze 20 minuten plons ik met kleding en al het water in en trek daar mijn biertje open. Heerlijk! Ik bel Vriendlief en besef dat de winst van mij is, het biertje wordt in één klap nog smaakvoller.

14:24 uur. Shark vaart de haven van Korčula binnen. Ik voel me opgelucht. Ik help Vriendlief aan te meren. Het wordt tijd voor die beloofde fles bubbels en eten, heel veel eten, maar niet voordat we het stadje hebben verkend. Nog meer lopen. Wanneer we aan het einde van de dag terug zijn bij de boot en ik op mijn sporthorloge kijk, schrik ik van het aantal kilometers: 52,5 kilometer. Als dat geen ultra-afstand is, weet ik het ook niet meer!

Race uitslag:

Adventure Virgin: 43,96 km in 6:11 uur en 663 hoogtemeters.
Shark: 32,6 zeemijl (58,7 km) in 8:05 uur en een heleboel golven.

De video van deze race verschijnt op 16 augustus. Monteren aan boord is niet te doen, met veel moeite kon ik dit verhaal schrijven ;-). Dan kun je ook zien hoe Vriendlief deze race heeft beleefd.